![]()
2 November 1997
|
Terwijl ik in de Grieks-Orthodoxe Kerk was om de Heilige Mis bij te wonen, werd ik plotseling door vrees bevangen, en ik dacht dat ik onwaardig zou kunnen zijn om onze Heer in de Heilige Communie te ontvangen, en als dat het geval was, zou ik, met Zijn toorn, Gods Oordeel over mij kunnen brengen. Terwijl deze gedachten door mijn geest heen en weer gingen, ervoer ik plotseling in mijn hart een vreugde en verrukking, die, ook al kwamen ze allereerst uit mijn hart, een warme, kalmerende vloeistof binnenin mijn gebeente leken te verspreiden; terwijl ik deze troost ervoer, werd mijn ziel omgevormd om uit haar vrees en duisternis te komen in vreugde en licht; in deze vreugde prees mijn ziel de Heer en ik zong voor Hem in stilte. Ik herleefde. En toen zag ik plotseling onze Heer Zijn Mond openen om iets tegen mij te zeggen; ik kon het niet helpen te zien hoe blij Hij was, en met vreugde zei Hij tegen mij: kom tot Mij... terwijl Hij tegelijkertijd Zijn groenachtig blauwe mantel opende. Dit gebaar van Hem trok mij aan, zoals een stuk ijzer wordt aangetrokken door een magneet; op deze zelfde manier werd mijn ziel onweerstaanbaar naar Zijn Hart getrokken. En ik ontdekte, dat mijn hoofd tegen Zijn Borst leunde. Dan, o zo teder, zei de Beminnaar van de Mensheid tegen mij : ach, hoe uitermate ellendig kun jij zijn ! Ik dacht: kan iemand vuur tegen zijn borst drukken zonder zijn borst in brand te steken ? Hier ben ik, het Heilig Hart omhelzend; hoe kan mijn eigen hart niet door het vuur van de liefde worden gevat ? Terwijl ik mijn hoofd op Zijn Goddelijk Hart leunde, en terwijl ik nog tegen Zijn Borst leunde, voelde ik Zijn Borst wegsmelten en mijn hoofd in Zijn Lichaam opgenomen worden; mijn hoofd ging door Hem en door Zijn Heilig Hart; en ik ervoer mijn hoofd omringd door Zijn Hart, op deze manier rustend op de Zoon, die het Hart van de Vader het meest nabij is. dit Hart is je rustplaats; vat-van-Mijn-Licht, dit Hart is de Unieke, de Eerste en de Laatste Plaats waarin jullie gekwelde zielen een altijddurende en tedere vrede en zoetheid zullen vinden; Terwijl mijn Beminde deze zoete woorden tegen mij zei, legde Hij Zijn Armen om mij heen, klemde ze om mij heen, en drukte mij nog meer tegen Zijn Borst, en zoals iemand probeert de ander tegen de kou te beschermen, verborg Hij mij helemaal in Zijn mantel. Deze manier van mij vasthouden was als van iemand die bang is diegene te verliezen die hij vasthoudt. Ik dacht er juist over na, terwijl ik dit in de kerk ervoer, of ik het zou opschrijven of niet, en Hij zei : schrijf het voor het welzijn van de zielen en Ik zal Mij ook aansluiten, terwijl jij schrijft, om Mijn deel op te schrijven Het Hart van de Heer nam mijn hoofd nu helemaal in Zich op. Het was als een poort naar de Hemel, en gedurende deze vreugdevolle momenten, terwijl mijn ziel zich verheugde in deze onuitsprekelijke zoetheid en de tederheid van deze hemelse rust, werd mijn hoofd voortdurend overdekt met liefkozingen. Ik heb je ziel overladen met Mijn gunsten; Ik vraag je nu om op deze wijze in Mijn Hart te blijven; om bij Mij te blijven, Mijn beminde; Dan, terwijl mijn ziel zich dronken voelde als van wijn, liet de Heer mij in Zijn Hart de zoetheid van Hemzelf proeven, en herinnerde mij zo aan de zoete smaak van onze Heilige Communie, 1 en tezelfdertijd werd mijn hoofd bedekt door een zoete geur, opnieuw, als van de Heilige Communie. Terwijl ik nog in die rust verbleef, merkte ik dat mijn omgeving vervuld was van rook, de zoete rook van brandende wierook. In deze serene omgeving bleef ik de Heer horen. Mijn Beminde herhaalde deze woorden: blijf hier, blijf in Mij, kom dan naar voren en ontvang Mij; verblijd Mij en blijf hier; Ik zuchtte en vroeg mij af wat onze Heer zo verblijdde in een schepsel als ik. De nul van de nullen. Hij, het Volmaakte Wezen, Hij die Zichzelf genoeg is, hoe was het mogelijk je zelfs maar voor te stellen dat Hij tweemaal naar mij zou kijken ? jouw uiterste ellendigheid ontroert Mijn Hart en Mijn hele Wezen zozeer, dat Mijn Ogen zich vullen met tranen van Barmhartigheid telkens wanneer ik naar je kijk Ik stond op het punt iets te zeggen... nee; spreek niet; neem Mijn Vrede in je op en stel je hart tevreden in deze stilte, geniet deze momenten van genade en neem de zoetheid in je op die je Heer je aanbiedt; verfris je hart, Mijn beminde, en blijf in Mijn omhelzing en sta jezelf toe te worden bemind; sta je geest niet toe in de wereld weg te wandelen, aangezien je van de wereld niets zult ontvangen; kom tot Mij en proef de zoete liefde die Ik voor je koester en altijd voor je heb gevoeld; 2 zeg : een onuitsprekelijk zwak voor jou; in plaats daarvan dierbaarst juweel in Mijn Hand, is de zalving van Mijn Liefde voor jou zo groot, dat in deze ontvlamde momenten van liefde Mijn Goddelijk Oog niet anders dan op jou gefixeerd kan zijn; denk hier goed over na, totdat Ik aankom om je te halen; Ik vind geen genoegen elders dan in de momenten wanneer Ik bij jou ben en jij als een open boek voor Mij bent, om in jou Mijn Nieuwe Liefdeshymne te schrijven; wees altijd voor Mij beschikbaar en welwillend, en op deze wijze zul je zowel jezelf redden als degenen die naar je luisteren; Ik heb je gevormd om Mijn leerlinge te worden; ja ! Ik wilde dat je van ganser harte zou omkeren tot Mij, zodat Ik je hart tot Mijn Liefde en Standvastigheid zou kunnen trekken Ik wilde je ziel voorbereiden op het dragen van Mijn Goddelijke Boodschap; ach, Vassula, alles wat Ik nu tegen je zeg, zul je opnieuw horen als Ik openlijk aan jou zal verschijnen op de vastgestelde tijd; nu verheugt zich Mijn Ziel in het kijken naar Mijn tuin 3 en Ik geniet van het in jou ademen; elke stap die je Mij toestaat te zetten in Mijn tuin, zal worden gezet met zachtaardigheid, en het zal troostend voor je zijn; van Mij is bekend, dat Ik de kleinsten van Mijn schepping roep; toen keek Ik naar jou en Ik beminde je... 4 Ik heb je in het begin gezegd dat als je Mij zou toestaan je te vormen, Ik je door Mijn genade met koorden van liefde zou leiden, door op je ziel Mijn Goddelijke Gelijkenis te prenten, en met dit Goddelijke Zegel, dat de afdruk is van de Heilige Geest, zou je worden getrokken in de volheid van Onze Godheid, waardoor je vertrouwelijke vereniging met Ons in Onze Goddelijke Liefde zou worden vervolmaakt; Ik ben nog steeds van plan, dierbaarste, door te gaan en Mijn geheime openbaringen in je oor te fluisteren, en terwijl Ik overvloedig Mijn gaven en Mijn gunsten over je uitstort tot Mijn genoegen, zal Ik je blijven herinneren dat, door jouw hart zo onafscheidelijk in het Mijne te trekken, het zo was dat in dit hoffelijke gebaar van Mij onze vereniging volledig zou zijn, en dat jouw geest, door Mijn genade, één met Mij zou worden; 5 Ik heb je een gebed gegeven, 6 waarin je je lichaam en ziel toewijdt aan Mijn Heilig Hart, zodat jouw gedachten Mijn Gedachten zouden zijn, jouw daden Mijn Daden, door Mij vrijwillig jouw wil te geven, opdat Mijn Wil in jou zou geschieden; Ik herinner je eraan dat door je hoofd op Mijn Hart te laten rusten in deze momenten van innerlijke vreugde, Ik de beweging van je hart zal zijn, de welsprekendheid en charme van je spreken, Ik zal het licht van je ogen zijn om goede raad te geven aan hen die dat nodig hebben; elke beweging van jou, elk gebaar zal van Mij komen; je zult luisteren naar al Mijn zuchten en hun bedoeling begrijpen, 7 zodat je zult handelen overeenkomstig Mijn Goddelijke Wil; door genade zul je Mijn Zoetheid inademen, zoals je deed toen je hoofd op Mijn Hart rustte, Ons, zoete smaak, proevend; 8 herinner je je hoe Mijn Vader je onderrichtte ? 9 Hij vertelde je dat, als je Hem toestond de banden van vereniging met Hem te versterken, je ziel dan zo met Hem zou worden verenigd en je geest zo omvat in de Mijne, dat alles wat je zou doen overeenkomstig Mijn Geest zou zijn; je werken zouden geworteld zijn in Onze Goedheid en je prestaties in Onze Geest; toen gaf Mijn Vader je een voorbeeld van de manier waarop de ledematen van je lichaam werken : 'je zegt niet tegen je hand wat ze moet doen, maar ze werkt door jouw wil'; dat zou de wijze zijn waarop Wij je zouden leiden; de wereld zal altijd proberen je te bedriegen en diegene te verwonden, die Mij zo kostbaar is; en als je naar de wereld luistert, die je verstand afleidt van contemplatie, alleen dat verwondt Mijn Hart; 10 door genade heb Ik je in Mijn Hart getrokken, opdat je alleen van Mij zou zijn, en door genade ben Ik van plan je in deze rust te houden; als deze koude wereld je aanvalt met haar verleidingen, en probeert je ziel te misvormen om op hen te gelijken, snel dan naar Mij en neem je toevlucht in Mijn Hart; heb vertrouwen in Mij en vertrouw Mij al je problemen toe; Ik wacht er slechts op je genadig te kunnen zijn, Mijn uitverkorene; de wereld zal altijd proberen je in haar ingewanden terug te trekken, een donkere vallei, waar slechts troosteloosheid is; maar Ik heb je gekozen uit duizenden, dus waarom bedroef je Mij door je gebrek aan vertrouwen ? Mijn vereniging met jou in het Licht van Mijn Goddelijkheid is zo volledig, dat je niet langer je vertrouwen moet verliezen, maar je hoofd op Mijn Hart moet leggen en niet langer twijfelen aan onze gezegende eenheid; kom en zeg nu tegen Mij : 1 De Orthodoxe H. Communie. 2 Terwijl onze Heer en mijn Goddelijke Meester deze woorden sprak, leek het alsof er honing van Zijn Mond druppelde. En ik begreep dat Hij een zwak had speciaal voor mij, vanaf het begin van mijn leven. 3 Mijn ziel. 4 De woorden uit Zijn Mond waren als honing; Hij is het, mijn Vriend, Wiens zoete conversatie mij aan Zijn Hart heeft gebonden. 5 1 Kor. 6, 17 6 Consecratie van 26 januari 1992. 7 Ik hoorde tegelijk het woord 'ontcijferen'. 8 mijn visioen in de kerk 9 Boodschap van 16 maart 1987 10 Ik begreep, dat door het verbergen van de genaden van onze Heer en ze zelfs helemaal niet toelaten onder het voorwendsel van mijn onwaardigheid, Jezus zeer ontsteld raakt en bedroefd. 11 (Ik zei het.) Ik besefte hoe de Boze onveranderlijk probeerde mij in te prenten, door de mond van de wereld, dat dit Werk, zo goddelijk van God, minder belangrijk was dan zijn werkelijke waarde, dus zijn waarde onderschattend, en steeds probeerde de belangrijkheid te kleineren. Ik zou mijzelf in een voortdurende strijd bevinden, proberend deze valse beschuldigingen van mij af te houden, en er nooit aan toe te geven. |