TERUG NAAR WEBSITE:http://www.tlig.org/nl/background/danielstart/angel-pg9/LETTERTYPE GROOTTE: NORMAAL - GROOT

Nederlands » Achtergrond » De Toenadering van Mijn Engel » Vervolgingen Door de Priester »

 

De Toenadering van Mijn Engel (vervolg)

Vervolgingen Door de Priester

De priester evenwel gaf het niet op. Hij schreef mij brieven om mij te zeggen dat alles wat ik had waardeloze rommel was en dat ik maar naar mijzelf hoefde te kijken om te weten dat een dergelijke genade nooit aan mij gegeven zou worden. Eerder had hij gezegd dat zulke genaden voor mensen waren die voor God werkten, zoals bijvoorbeeld Moeder Teresa, en met een gebaar van zijn hand wees hij naar zijn boekenplanken. Daarna probeerde hij mij bang te maken door te zeggen dat het van de duivel was, zodat ik zou ophouden met schrijven. Hij slaagde gedeeltelijk, want telkens wanneer God mij daarna naderde joeg ik Hem weg. Ik kon nauwelijks mijn engel verdragen. Als ik van God de woorden hoorde: "Ik, Jahweh, bemin je," deed ik alsof ik niets hoorde en stond niet toe dat het werd neergeschreven. Wanneer Jezus mij naderde en mij zei: "Vrede, Mijn kind", keerde ik mij van Hem af en verjoeg Hem, Hem voor de boze aanziende. De priester slaagde erin mij te doen denken dat God niet communiceert met iemand zoals ik, omdat God alleen naar heilige mensen gaat. Ik kon soms tamelijk agressief worden als Jezus bij mij kwam om tot mij te spreken, denkend dat het de duivel was. Ik joeg Hem keer op keer fel weg.

Tenslotte vond Wijsheid een weg. Mijn engel kwam mij zeggen dat hij een boodschap van Jezus had die hij mij zou vertellen. Hij werd de tussenpersoon. Dit was een manier die ik kon aanvaarden, maar niet altijd, want ik stond nog steeds onder invloed van de woorden van de priester. Hoe en waarom zouden de Ogen van de Heilige zich wenden tot een zo verachtelijke ziel als de mijne, laat staan tot mij spreken! Hoe had ik kunnen geloven dat God, de Almachtige, zou spreken en communiceren met mij op een zo simpele manier! Nooit in mijn leven had ik van zoiets gehoord. Ja, alleen in de Heilige Schrift, met mensen als Mozes, Abraham en de profeten, maar dit was een ander verhaal en een andere tijd. Een sprookje was het, een illusie, mijn hoofd duizelde, omdat ik wist dat het gebeurde en dat ik niet gek was! Langzaam en na verloop van tijd begonnen deze wonden te genezen die ik van de priesters had ontvangen.

Mijn engel gaf mij zoveel vrede door elke dag urenlang tot mij te preken. Nu en dan maakte hij ruimte voor Jezus om Zijn Goddelijke woorden te citeren. De eerste keer dat dit gebeurde stond ik op het punt de woorden uit te gummen, omdat ik mijzelf had toegestaan ze op te schrijven. De engel kwam tussenbeide om mij te vragen te begrijpen en deze woorden te laten staan omdat ze echt van Jezus waren. De woorden waren: "Ik, Jezus, bemin je." Dit waren de eerste geschreven woorden van Jezus na de crisis. Ze waren geschreven op 20 juni 1986. Langzaam, langzaam, stap voor stap, en heel teder, naderde Jezus mij weer.

Op 9 juli 1986 [1] zei God: "Ik, God, bemin je." Mijn engel, die onmiddellijk mijn aarzeling bemerkte, vroeg mij deze woorden te bewaren; zeggende dat elk woord door God gegeven was, en dat God dicht bij mij was. De volgende directe boodschap van God kwam in juli 1986. De boodschap was: "Ik heb je gevoed (geestelijk),  Ik ben gekomen om je het voedsel te geven; help alsjeblieft de anderen door ook aan hen dit voedsel te geven; doe hen gedijen door hen naar Mij te leiden; Ik heb je gevoed, je doen gedijen, en doen geuren; voed ook de anderen; help ze en leid ze tot Mij; Ik heb je Liefde gegeven, volg Mij dus na; Ik heb je begunstigd door je dit voedsel te geven; geef het ook aan de anderen, zodat zij er ook van genieten;"

Daarna opnieuw, op 31 juli 1986, deze keer kwam Jezus als het Heilig Hart en zei tegen mij: "heb een plaats in het midden van Mijn Hart, Mijn beminde; daar zul je leven;" op 7 augustus 1986 sprak de Vader nogmaals tot mij en gaf mij deze boodschap: "Ik, God, verbind Mij met jou." Bang, omdat ik wantrouwig was, vroeg ik Hem heel vinnig Zijn Naam te noemen. Hij antwoordde: "Jahweh." Ik was vervuld van blijdschap en liefde en ik voelde al een branden in mijn ziel door het verlangen dat ik naar Hem had. Ik zei: "Ik bemin U, Eeuwige Vader." Hij antwoordde: "bemin Mij, prijs Mij, je God, Ik ben je Eeuwige Vader." Toen vroeg ik Hem: "Voelt U mijn geluk, mijn lijden, mijn vrees, mijn liefde, mijn verwarring?" Hij antwoordde: "Ja." Toen zei ik: "In dat geval weet U hoe ik mij nu voel. U begrijpt mij volledig," en Hij zei met grote tederheid: "Ja, dat doe Ik, Mijn beminde."

Dit was weer mijn eerste contact sinds lange tijd na mijn afwijzing (uit angst). God ging door, daar Hij wist dat ik mij afvroeg waarom Hij tot mij spreekt. Hij zei: "God bemint jullie allen, deze boodschappen zijn slechts een herinnering daaraan om jullie eraan te herinneren hoe jullie fundamenten begonnen zijn; geef Mijn boodschap door;"

De allereerste boodschappen die ik ontving waren erg kort, zoals ik in het begin al zei. Ze leken meer op telegrammen dan op boodschappen.

Intussen had ik, ondanks alles, het contact met de priesters niet verloren. Maar ik was opgehouden over de boodschappen te spreken met diegene die ze veroordeeld had en mij zoveel leed bezorgd had. Maar, na enige tijd, besloot ik hem te vertellen dat ik nog steeds boodschappen ontving en ze opschreef. Ik liet hem daarom de notitieboeken zien in plaats van de losse briefjes zoals tevoren. Ik gebruikte elk stuk papier waarop ik kon schrijven, maar toen de tijd kwam waarop mijn zending begon, inspireerde de Heilige Geest mij om notitieboeken te gebruiken en ze te nummeren.

Ik herinner mij dat ik de priester bij mij thuis uitgenodigde om hem te vertellen dat ik nog steeds gesprekken met God had. Ik meende hem op de hoogte te moeten brengen. Ik vertelde het hem en het beviel hem niet erg, maar hij vroeg mij de notitieboeken te laten zien. Ik gaf ze hem voor enkele dagen mee. De volgende dag ontving ik een zeer harde brief van hem, waarin hij mij zei dat ik al mijn notitieboeken moest verbranden en mijn vrienden die ze lazen moest zeggen dat ze alles moesten vergeten. Op de één of andere manier herkende ik de hardheid van Satan. Ik vertelde aan al mijn vrienden wat hij had gezegd en zij waren erg boos op hem. Ik bezocht de priester en vertelde hem over hun reactie. Ik nam hem mijn notitieboeken weer af. Hij zei dat God ongetwijfeld nu zeer boos op mij was en dat Hij mij aan mijn lot zou overlaten. Hij zei dat God één- of tweemaal geduldig was geweest, maar daar ik niet luisterde, liet Hij mij over aan de duivel.

De lessen in onderscheiding van mijn engel begonnen al vruchten af te werpen en ze kwamen heel goed van pas bij dit specifieke moment. Deze keer kon ik niet worden misleid. Ik beantwoordde de brief van de priester en vertelde hem dat zijn God niet mijn God is. Want zijn God is een wrede God, snel boos, ongeduldig, intolerant en zonder liefde. Zijn God vergeeft één- of tweemaal en keert Zich dan af om de zielen in de hel te werpen als ze niet luisteren, terwijl de God die ik ken, Degene die dagelijks met mij omgaat, mijn God, één en al liefde is, oneindig geduldig, tolerant en teder. Mijn God die tot mij spreekt, en Zich helemaal vanuit de Hemel neerbuigt, is zachtmoedig, niet snel boos, één en al barmhartigheid, en Hij omhult mijn ziel alleen maar met liefde. Mijn God die mij elke dag in mijn kamer bezoekt, Degene die door hem behandeld wordt als de duivel, omhult mijn ziel met vrede en hoop. Mijn God voedt mij geestelijk en vermeerdert mijn geloof in Hem. Hij leert mij geestelijke dingen en onthult mij de Rijkdommen van Zijn Hart.

Hierna vroeg hij mij om nogmaals te proberen om slechts enkele dagen op te houden met schrijven om te zien wat er gebeurt.

Ik stond toe enkele dagen voorbij te laten gaan zonder te schrijven, zoals de priester mij had gevraagd. Ik bad en vroeg nogmaals in mijn gebed: wie was het die mij werkelijk op deze speciale manier leidde? Ik had gevraagd dat, als de boodschappen werkelijk van Hem waren, of Hij mij dit dan zou willen zeggen. Hij liet mij deze woorden horen: "Ik, Jahweh, leid je." Niets meer. En dit gebeurde en God antwoordde mij zoals ik gevraagd had.

Mijn communicatie ging door en op een dag, op 15 december 1986, gaf God mij deze boodschap: "Dochter, alle Wijsheid komt van Mij; wil je Wijsheid?" Zonder te beseften wat God mij aanbood zei ik eenvoudig: "Ja" tegen Hem. Hij zei toen dat Hij mij Wijsheid zou geven, maar dat ik Wijsheid moest verwerven als ik Haar wilde. Toen Hij zag dat ik mij afvroeg hoe ik dat moest doen, zei Hij dat Hij de Almachtige is en dat Hij mij zou onderrichten. Ik dacht na over wat God mij had aangeboden en hoe meer ik mediteerde, des te meer besefte ik welke geweldige Gave Hij mij aanbood. Ik besefte ook dat ik Hem niet eens bedankt had. Dus bedankte ik Hem de volgende dag en Hij zei weer tegen mij dat ik Wijsheid moest verdienen, maar Hij zou mij helpen en ik moest niet ontmoedigd raken.


[1] In het begin werden sommige boodschappen niet opgeschreven, op losse briefjes geschreven of weggegooid.