TERUG NAAR WEBSITE:http://www.tlig.org/nl/background/danielstart/angel-pg5/LETTERTYPE GROOTTE: NORMAAL - GROOT

Nederlands » Achtergrond » De Toenadering van Mijn Engel » Mijn Zuivering Gaat Door »

 

De Toenadering van Mijn Engel (vervolg)

Mijn Zuivering Gaat Door

Er gingen enkele dagen voorbij en plotseling vroeg mijn engel mij naar het seminarie te gaan om een priester te bezoeken en hem de boodschappen te laten zien. Ik deed precies wat hij mij vroeg. Maar ik was zeer teleurgesteld. Ik had grootse verwachtingen en wat ik ervoer kwam als een klap. De priester geloofde dat ik een psychologische crisis doormaakte en meende dat ik mij op de rand van schizofrenie bevond. Hij wilde mijn beide handen onderzoeken. Hij nam mijn beide handen en analyseerde ze. Ik wist wat hij dacht, hij probeerde aan mijn handen sporen te vinden van één of ander soort abnormaliteit zoals bij bepaalde geestesziekten. Hij geloofde dat God hem nu dit zware kruis, dat ik was, te dragen had gegeven. Hij beklaagde mij en vroeg mij, om wanneer dan ook, bij hem te komen. Ik ging hem om de twee of drie dagen bezoeken. Ik ging niet graag naar hem toe, want hij behandelde mij in het begin als een geestelijk gestoord geval. Dit duurde ongeveer drie of vier maanden. De enige reden waarom ik volhield hem te bezoeken was, dat ik hem wilde bewijzen niet geestelijk gestoord te zijn. Tenslotte besefte hij na enige tijd dat ik gezond was. Op een dag zei hij zelfs dat wat ik had, een charisma van God zou kunnen zijn.

Mijn engelbewaarder leidde mij intussen naar God en één van de eerste lessen die hij mij gaf ging over onderscheiding. Deze lessen over onderscheiding maakten de duivel nog razender, want het betekende dat ook al zou hij verschijnen als een engel van licht, ik het onderscheid zou kennen.

Mijn engel vertelde mij dat Jezus mij zal benaderen en dat zijn zending (die van de engel) tot een einde kwam. Toen ik dit nieuws hoorde was ik bedroefd. Ik wilde niet dat mijn engel mij verliet. Hij trachtte me tot rede te brengen en legde mij uit dat hij slechts de dienaar van God was en dat ik mij nu tot God zou moeten wenden. Hij probeerde uit te leggen dat het zijn zending was mij mee te nemen naar God en mij veilig bij Hem te brengen. Maar dat was des te pijnlijker voor mij. Ik kon de idee niet verdragen dat ik van de ene dag op de andere niet langer in verbinding zou staan met mijn engel.

Zoals mijn engel Daniël mij had voorzegd, kwam Jezus op een dag in zijn plaats. Toen Hij Zich aan mij openbaarde vroeg Hij mij: "Wiens huis is belangrijker, jouw huis of Mijn Huis?" Ik antwoordde Hem: "Uw Huis." Ik voelde dat Hij gelukkig was met mijn antwoord, Hij zegende mij en ging weg.

Opnieuw kwam de Heer in plaats van mijn engel en zei: "Ik ben het", en toen Hij zag dat ik aarzelde zei Hij duidelijk: "Ik ben het, God;" maar in plaats van blij te zijn was ik ongelukkig. Ik miste mijn engel verschrikkelijk. Ik hield heel veel van mijn engel en de gedachte alleen al dat hij niet meer zou komen, omdat zijn plaats zou worden ingenomen door God, maakte mij onrustig. Ik wil hier vermelden wat de Heer tegen mij zei met betrekking tot mijn liefde voor mijn engel. Hij zei dat niemand ooit meer van zijn engel heeft gehouden dan ik, en dat Hij hoopte op een dag deze woorden tot mij te kunnen zeggen: "Niemand heeft Mij ooit in jullie tijdperk meer bemind dan jij."

Mijn engel bleef nu op de achtergrond. God vroeg mij: "Bemin je Mij?" Ik zei dat ik dat deed. Hij berispte mij niet omdat ik niet genoeg van Hem hield, maar in plaats daarvan zei Hij zeer teder: "Bemin Mij meer."

De volgende keer dat de Heer Zich aan mij openbaarde zei Hij tegen mij: "Doe Mijn Huis herleven" en "Vernieuw Mijn Huis". Ik kan me niet herinneren te hebben geantwoord, maar ik wist dat wat Hij mij vroeg onmogelijk was.

De volgende dagen bezochten of mijn engel of Jezus mij, soms beiden tegelijk. Mijn engel preekte tegen mij, hij vroeg mij om vrede met God te sluiten. Toen hij mij dat vroeg, was ik erg verbaasd en ik zei hem dat ik niet in oorlog met God was, dus hoe moest ik dan vrede met Hem sluiten?

God vroeg mij opnieuw Hem te beminnen. Hij vroeg mij vertrouwelijk, intiem met Hem te worden, zoals ik dat was met mijn engel. Hij bedoelde dat ik vrijuit tegen Hem moest praten, maar ik kon het niet. Ik ervoer Hem nog steeds als een vreemde en niet als een vriend. Mijn engel herinnerde mij eraan dat hij slechts de dienaar van God was en dat ik God zou moeten beminnen en verheerlijken. Naarmate hij mij meer naar God duwde, des te meer raakte ik in paniek, uit angst dat hij mij zou verlaten. Hij zei me mij aan God over te geven, maar ik deed het niet.

Ondertussen had Satan het niet opgegeven, hij hoopte nog steeds mij in mijn zwakke toestand te pakken te krijgen. God stond mij een of tweemaal toe een gesprek te horen tussen Jezus en Satan. Satan vroeg aan Hem mij op de proef te stellen. Hij zei tegen Jezus: "We zullen zien wat er gebeurt met Uw Vassula... Uw dierbare Vassula zal U niet trouw blijven, ze zal vallen en deze keer voorgoed, ik kan U dat bewijzen in de dagen van haar beproevingen." En zo werd Satan toegestaan allerlei bekoringen op mij los te laten. Ongelooflijke bekoringen! Telkens wanneer ik besefte dat het een bekoring was en die overwon, legde hij weer een andere grotere bekoring op mijn weg. Bekoringen die, als ik ervoor bezweken zou zijn, mijn ziel naar de hel zouden hebben gebracht. Toen begonnen zijn aanvallen opnieuw. Hij spatte kokende olie op mijn middelvinger, op de plek waar ik het potlood vasthoud wanneer ik schrijf. Onmiddellijk verscheen de blaar en ik moest hem verbinden om in staat te zijn het potlood vast te houden terwijl ik schreef. De duivel probeerde nogmaals, en verschrikkelijk wreed, om mij te doen stoppen contact met God te hebben en te schrijven. Ik schreef met veel pijn. Telkens wanneer mijn vinger was genezen herhaalde hij keer op keer hetzelfde, en zo schreef ik gedurende weken, maar niet zonder lijden.

Toen mijn familie en ik op vakantie gingen naar Thailand, stapten we in een boot om een eiland te bezoeken. Op de terugweg, zodra we binnenliepen, schudde de boot en ik verloor mijn evenwicht. Om niet te vallen greep ik mij vast aan het eerste wat ik zag en dat was de uitlaatpijp van de boot, gloeiendheet. Ik verbrandde de hele palm van mijn rechterhand. Mijn eerste gedachte was: "Hoe moet ik nu schrijven?" Mijn hand zwol op, werd rood en erg pijnlijk. We waren nog een half uur van ons hotel verwijderd, maar toen we daar aankwamen was de hele zwelling en de pijn verdwenen. Er was geen spoor meer van de verbranding. De Heer vertelde mij later dat Hij Satan niet had toegestaan zover te gaan en daarom genas Hij mijn hand. De duivel probeerde op een andere manier mij te laten stoppen met schrijven. Hij verscheen aan mijn zoon (die was toen tien jaar oud), in een droom. Hij nam de gestalte van een oude man aan en zei hem, terwijl hij bij zijn bed zat: "Je zou er beter aan doen tegen je moeder te zeggen dat ze moet ophouden met schrijven en als ze het niet doet zal ik met jou hetzelfde doen wat ik met haar deed toen ze jong was. Ik zal komen wanneer je in bed ligt, je hoofd achterover trekken en je wurgen."

Dit had ik beleefd toen ik ongeveer zes jaar oud was. Gedurende een zekere nacht zag ik terwijl ik in bed lag vlak voor mij, precies boven mijn keel, twee vreselijk lelijke handen van een oude man. Het volgende wat ik bemerkte was dat iets mijn hoofd achterover trok en mijn hals blootlegde. Daarna niets. Maar het liet mij bevend achter.

Satan heeft mij vanaf mijn vroegste jeugd lastiggevallen, want bijna elke nacht, vanaf mijn zesde jaar, verscheen hij in dromen om mij schrik aan te jagen, hierbij nam hij de gedaante van een grote zwarte hond aan. Het was altijd dezelfde droom. Ik wandelde in een schemerige gang en daar aan het einde was die grommende hond, klaar om mij te bespringen en mij aan stukken te scheuren en doodsbang ging ik op de vlucht.

Toen ik ongeveer tien jaar oud was zag ik Jezus in mijn droom. Hij bevond Zich aan het einde van een soort gang. Ik zag alleen Zijn portret, ik zag Hem tot Zijn middel. Hij glimlachte en zei: "Kom, kom bij Mij." Ik werd plotseling gegrepen door een onbekende luchtstroom die mij dichter en dichter naar Hem toe trok. Ik was bang voor deze onbekende luchtstroom en Jezus besefte mijn angst, glimlachte naar mij. Deze luchtstroom dreef mij helemaal naar Jezus totdat mijn gezicht Zijn gezicht raakte.

Op ongeveer twaalfjarige leeftijd had ik ook nog een andere mystieke ervaring. Het was mijn geestelijke bruiloft met Jezus. Weer in een droom was ik als bruid gekleed en mijn bruidegom was Jezus. Ik kon Hem alleen niet zien maar ik wist dat Hij er was. De mensen die aanwezig waren groetten ons vrolijk met palmbladeren in hun handen. Men verwachtte van ons dat wij de bruiloftsgang zouden maken. Direct na de bruiloft ging ik een kamer binnen. Daar was onze Gezegende Moeder met de H. Maria Magdalena en twee andere heilige vrouwen. Onze Gezegende Moeder was erg gelukkig en omhelsde mij. Ze begon onmiddellijk mijn jurk en mijn haar in orde te brengen en ik besefte dat Ze wilde dat ik er mooi uit zou zien voor Haar Zoon.