DHTML Menu By Milonic JavaScript

Nederlands » Getuigenissen » Positie Kerk » Imprimatur en Nihil Obstat Officiële kerkelijke zegels van goedkeuring »

Imprimatur en Nihil Obstat

Officiële kerkelijke zegels van goedkeuring

Op deze 13de mei 2017 wil ik het huidige standpunt van de Katholieke Kerk over de profetische openbaringen van God aan Vassula Rydén in de publicatie “Waar Leven in God” bespreken. Deze huidige positie wordt samengevat in de volgende vijf punten:

1) De profetische WLIG openbaringen genieten het Imprimatur en Nihil Obstat van het Leergezag – officiële kerkelijke zegels van goedkeuring.

2) Het Imprimatur en Nihil Obstat van de Kerk zijn een uitoefening van het Leergezag.

3) De Kerk vraagt van de christengelovigen “instemming met een godsdienstige geest” [1] met het Leergezag van de Kerk, dat in het bijzonder wordt uitgeoefend door die bisschoppen die in gemeenschap met de Paus onderrichten.

4) De leerstellingen van die bisschoppen in gemeenschap met de Paus en die het Leergezag [2] uitoefenen, hebben aan de profetische WLIG openbaringen deze zegels van goedkeuring verleend (28/11/2005 Nihil Obstat en Imprimatur), die vandaag de dag nog steeds volledig van kracht zijn.

5) Op grond van de toekenning van het Imprimatur en het Nihil Obstat van het Leergezag aan de profetische WLIG openbaringen, is het christenen verboden zichzelf op te werpen als rechter ervan en ze publiekelijk te veroordelen.[3] Integendeel, in zoverre alle christenen “dienen in te stemmen met het oordeel van hun bisschop betreffende geloof en zeden” en “zich dienen te houden aan” dit oordeel en het Leergezag “met een religieuze instemming van de geest,” [4] ontlokken het Imprimatur en Nihil Obstat van het Leergezag over de profetische WLIG openbaringen van de christelijke gelovigen deze religieuze instemming.

Hieronder werk ik deze vijf punten verder uit.

1) De profetische WLIG openbaringen genieten het Imprimatur en Nihil Obstat van het Leergezag – officiële kerkelijke zegels van goedkeuring.

Omdat het Leergezag van de Kerk de plicht heeft “Gods volk te behoeden voor afwijkingen en tekortkomingen, en het de objectieve mogelijkheid te geven om het ware geloof zonder dwaling te belijden”, [5] evenals “het getrouw uit te leggen”, [6] onderzoekt het publicaties, in het bijzonder werken over geloof en zeden, en spreekt uit of ze vrij zijn van leerstellige dwaling.

Op 19 maart 1975 vaardigde de Congregatie voor de Geloofsleer normen uit voor de pastores van de Kerk die de plicht hebben waakzaam te zijn bij de publicatie van materiaal over geloof en zeden, dat ter “goedkeuring” aan de Kerk moet worden voorgelegd. Dit mandaat werd herhaald in het Wetboek van Canoniek Recht van 1983, canon 823. Deze goedkeuring vindt plaats via een proces dat begint met de auteur die het manuscript indient bij de censor librorum of deputatus, die door de bisschop of een andere kerkelijke autoriteit is aangesteld om dergelijke onderzoeken uit te voeren. Als de censor geen leerstellige fout in het werk vindt, verleent hij een Nihil Obstat (“Niets belemmert” de publicatie ervan), dat dit bevestigt. Als de bisschop zijn Imprimatur (“Laat het gedrukt worden”) verleent, vormt dit kerkelijke zegel een ‘goedkeuring’ van het werk, dat het toelaat om het “uit te stallen en te verkopen in kerken” [7] en een verklaring van "zowel een juridische als een morele garantie voor de auteurs, de uitgevers en de lezers” [8] dat het werk "niets bevat dat in strijd is met het authentieke leergezag van de Kerk over geloof of zeden" en "dat alle relevante voorschriften van het kerkelijk recht zijn vervuld. [9]

Op 28 november 2005 verleende Zijne Excellentie Bisschop Felix Toppo, S.J., D.D. het Nihil Obstat aan de WLIG geschriften. Op 28 november 2005 verleende Zijne Excellentie Aartsbisschop Ramon C. Arguelles, STL, DD het Imprimatur aan de WLIG openbaringen. [10]

Bovendien schreef bisschop Felix Toppo op 24 november 2005 de volgende brief die het Nihil Obstat van het Leergezag vergezelde en de bovennatuurlijke aard van de WLIG openbaringen onderstreepte:

“Ik heb alle WAAR LEVEN IN GOD-boeken gelezen en over hun inhoud gemediteerd. Ik geloof echt dat de boeken de Goddelijke Dialoog bevatten van de Heilige Drie-eenheid, Onze Lieve Vrouw en de Engelen met de mensheid door middel van Vassula Rydén. Ik heb niets verwerpelijks gevonden of iets gevonden dat in strijd is met het authentieke gezag van de Kerk op het gebied van geloof en zeden. Het lezen van deze boeken en het mediteren over de inhoud is geestelijk heilzaam voor iedereen. Ik raad deze boeken aan elke Christen aan.”

Op 30 september 2004 schreef de Aartsbisschop van Lipa Ramon C. Arguelles, STL, DD, die aan de profetische WLIG openbaringen het Imprimatur van het Leergezag verleende, de volgende brief waarin hij verder de bovennatuurlijke aard van de profetische WLIG openbaringen bevestigt:

“Kardinaal Joseph Ratzinger toonde zo'n christelijke onbevangenheid toen hij het voortouw nam bij de beoordeling van de zaak van mevrouw Vassula Rydén. Via Fr. Prospero Grech, adviseur van de Congregatie voor de Geloofsleer, vroeg de goede kardinaal aan Vassula om vijf vragen te beantwoorden (zie brief van 4 april 2002) om enkele moeilijkheden op te helderen die in de Kennisgeving van 1995 werden gesuggereerd, met betrekking tot de geschriften van True Life in God (Waar Leven in God), en over haar activiteiten die daarmee verbandhouden. De reacties zullen sommige twijfelende Thomassen, die toch recht hebben op gemoedsrust, enorm helpen…

Kardinaal Ratzinger vroeg Fr.  Joseph Augustine Di Noia, O.P., Ondersecretaris van de Congregatie voor de Geloofsleer, om mevrouw Rydén een kopie van diezelfde brief te bezorgen, zodat zij iedereen kon informeren over de uitwisseling van de verduidelijkingsbrieven. Ik ben buitengewoon blij dat kardinaal Ratzinger perfect de houding weerspiegelt van de Heilige Vader, wiens grote obsessie en waarschijnlijk de reden voor het leven en de energie die hij aan de dag legt, de EENHEID VAN HET CHRISTENDOM is...

Wat het vorige leven van mevrouw Rydén ook mag zijn, in onze dagen kan ze en is ze al een instrument van God om Gods droom waar te maken, de droom van de Heilige Vader, de droom van de Kerk, hetgeen misschien wel de grootste gebeurtenis zou kunnen zijn van de eerste jaren van het Derde Millennium: DE EENHEID VAN ALLE DISCIPELEN VAN CHRISTUS! Mensen zoals Vassula, die met de Heilige Vader lijden voor de christelijke eenheid, hebben bemoediging, begrip en gebed nodig. Ik ben bereid haar dat te geven, al was het maar om me aan te sluiten bij de Heilige Vader, Kardinaal Ratzinger en vele onbekende zielen die oprecht verlangen naar een vernieuwing van het christendom, een hernieuwde impuls van evangelisatie en eenheid van alle christelijke broeders. Moge Maria ons helpen groeien in het WAAR LEVEN IN GOD.” [11]

2) Het Imprimatur en Nihil Obstat van de Kerk zijn een uitoefening van het Leergezag.

Het dient opgemerkt te worden dat het Leergezag van de Kerk drie gradaties van leergezag geniet die de christengelovigen moeten volgen, en die van hen respectievelijk de “instemming van het geloof” (de eerste twee gradaties van haar leergezag) en de “religieuze instemming” vergen (de derde graad van haar gezag, bv. met betrekking tot het Imprimatur en Nihil Obstat van het Leergezag).

Van deze drie niveaus van magistrale gezaghebbende onderrichting die "de volgorde van de waarheden waaraan de gelovige vasthoudt" [12] vaststellen, zijn er 1) waarheden die worden onderwezen als goddelijk geopenbaard (depositum fidei [13]), [14] 2) definitief voorgestelde uitspraken over zaken van geloof en zeden die nauw verbonden zijn met de goddelijk geopenbaarde waarheid, [15]  en 3) niet-definitieve onderrichting die a) helpt bij het beter begrijpen van de goddelijk geopenbaarde waarheid en de inhoud ervan expliciet maakt, b) herinnert hoe sommige onderrichting in overeenstemming is met de waarheden van het geloof, of c) beschermt tegen ideeën die onverenigbaar zijn met deze waarheden. [16]

In het officiële document van het Vaticaan getiteld Donum Veritatis, van de Congregatie voor de Geloofsleer, wordt een vierde categorie van magistrale onderrichting genoemd, d.w.z. een gewone prudentiële onderrichting over tuchtzaken. [17]

I) Tot de eerste categorie van magistraal gezag behoren “waarheden die worden onderwezen als goddelijk geopenbaard.” Dit is een uitoefening van het “hoogste Leergezag”, [18] gewoonlijk het "buitengewone Leergezag" genoemd en het is universeel bindend. Deze waarheden zijn de fide credenda leerstellingen, [19] vaak aangeduid als "onfeilbaar dogma" of "definitief dogma", die van de gelovigen een instemming vragen van "theologisch geloof"; ze zijn rechtstreeks vervat in het Woord van God en het Leergezag heeft verklaard dat ze goddelijk geopenbaard zijn. Deze waarheden zijn onfeilbaar en aan hen zijn de gelovigen de "gehoorzaamheid van het geloof" verschuldigd. [20]

II) De inhoud van de tweede categorie behoort toe aan het Leergezag dat “op definitieve wijze waarheden betreffende geloof en zeden voorstelt, die, zelfs indien niet goddelijk geopenbaard, toch strikt en nauw verbonden zijn met de Openbaring.” Deze waarheden zijn niet onmiddellijk vervat in de Geloofsschat (Depositum Fidei), maar zijn geworteld in de primaire onderrichtingen van het depositum fidei als secundaire waarheden, of secundaire objecten van onfeilbaarheid, die er noodzakelijkerwijs logisch of historisch uit volgen, en die nodig zijn om ze getrouw uiteen te zetten. De verkondiging van deze onderrichtingen vormt een uitoefening van het “gewone Leergezag” [21] en ze zijn universeel bindend. Deze secundaire waarheden zijn de fide tenenda leerstellingen, [22] die “ferm moeten worden aanvaard en onderhouden” [23] door iedereen, en iedereen die ze verwerpt "verzet zich tegen de leer van de katholieke kerk.” [24]

III) De derde categorie van het Leergezag is niet-definitieve onderrichting die dient a) om te helpen bij het beter begrijpen van een goddelijk geopenbaarde waarheid en om de inhoud ervan expliciet te maken, b) te herinneren hoe een onderrichting in overeenstemming is met de geloofswaarheden, of c) te beschermen tegen ideeën die onverenigbaar zijn met deze waarheden [25] (bijv. Imprimatur en Nihil Obstat van het Leergezag).

Ik wil benadrukken dat deze drie niveaus van magistrale onderrichting de Katholieke leerstelling [26] vormen door een 'instemming van het geloof' of door een 'religieuze instemming'. De Catechismus van de Katholieke Kerk onthult hoe christenen zulke leerstellingen moeten aanvaarden: „Aan deze gewone onderrichting moet de gelovigen ’zich houden met religieuze instemming’, die, hoewel verschillend van de instemming van het geloof, er toch een verlengstuk van is.” De passage in Lumen Gentium 25, heeft betrekking op een “religieuze instemming (assensus religiosus) van geest en wil” – vereist voor de derde categorie; het onderscheidt zich van de 'instemming van het geloof' (assensus fidei) - vereist voor de eerste en tweede categorie. 

Terwijl zulke onderscheidingen van instemming de gradatie benadrukken in het volgen van de magistrale onderrichting, legt het Leergezag niet minder de nadruk op de verplichting van alle christenen om zich loyaal aan de Kerk te onderwerpen in alle bovengenoemde categorieën van haar leergezag: “De bereidheid om zich loyaal te onderwerpen aan de onderrichting van het Leergezag over zaken, die op zichzelf niet onhervormbaar zijn, moet de regel zijn.” [27]         

3) De Kerk vraagt van de christengelovigen "instemming met een godsdienstige geest" met het Leergezag van de Kerk, dat in het bijzonder wordt uitgeoefend door die bisschoppen die in gemeenschap met de Paus onderrichten.

De reden waarom de Katholieke Catechismus bevestigt dat "religieuze instemming" moet worden gegeven door de gelovigen aan die officiële maar niet-definitieve onderrichtingen van het gewone Leergezag (b.v. het officiële Imprimatur en Nihil Obstat van de Kerk), wordt verwoord in de volgende verklaring van de Katholieke Catechismus:

“Goddelijke bijstand wordt ook verleend aan de opvolgers van de apostelen, die onderrichten in gemeenschap met de opvolger van Petrus, en op bijzondere wijze aan de bisschop van Rome, herder van de gehele Kerk, wanneer zij, zonder tot een onfeilbare definitie te komen en zonder zich op ‘definitieve wijze’ uit te spreken, in de uitoefening van het gewone Leergezag een onderrichting voorstellen die leidt tot een beter begrip van de Openbaring in zaken van geloof en zeden. Aan deze gewone leer moeten de gelovigen ‘zich met religieuze instemming houden’ [28] die, hoewel onderscheidend van de instemming van het geloof, er toch een uitbreiding van is.” [29]

Hoewel het Imprimatur en het Nihil Obstat door de plaatselijke bisschop voor zijn diocees kunnen worden verleend, mag men niet uit het oog verliezen dat deze officiële zegels, hoewel zij plaatselijk en binnen één diocesane jurisdictie worden verleend, gewoonlijk [30] de juridische grenzen overschrijden op grond van bisschoppelijke collegialiteit en hun aanvaarding door andere bisschoppen over de hele wereld. Ondanks de verwarring binnen de Kerk die in verschillende goedgekeurde Mariaverschijningen werd voorspeld, geven de volgende bevestigingen van de Kerk uitdrukking aan de blijvende collegialiteit en de onderlinge betrekkingen tussen bisschoppen:

“Deze collegiale eenheid (van bisschoppen) blijkt ook uit de wederzijdse betrekkingen van de afzonderlijke bisschoppen met bepaalde kerken en met de universele Kerk... De afzonderlijke bisschoppen zijn echter het zichtbare beginsel en fundament van de eenheid in hun particuliere kerken, die gevormd zijn naar het model van de universele Kerk, in en uit welke kerken de ene en enige Katholieke Kerk ontstaat. Daarom vertegenwoordigen de afzonderlijke bisschoppen ieder hun eigen kerk, maar allen tezamen en met de Paus vertegenwoordigen zij de gehele Kerk in de gebondenheid van vrede, liefde en eenheid.” [31]

“De collegiale geest (van alle bisschoppen) is de ziel van de samenwerking tussen de bisschoppen op regionaal, nationaal en internationaal niveaus. Collegiaal optreden in strikte zin impliceert de activiteit van het gehele college, samen met het hoofd, over de gehele kerk.” [32]

“Door de episcopale wijding zelf krijgen de bisschoppen naast de heiligende functie ook de functie van onderrichten en besturen; deze kunnen naar hun aard echter alleen worden uitgeoefend in hiërarchische gemeenschap met het hoofd en de leden van het college.” [33]

In het licht van het voorgaande, mocht iemand ervoor kiezen om publiekelijk de werken te veroordelen die momenteel het zegel van dit Leergezag dragen - of het nu door de hand of de mond van een priester of een leek is - dan zouden de daden van die persoon door de Kerk als niets minder dan "verwerpelijk" worden beschouwd:

“Hoewel een lid van de Kerk de vrijheid behoudt om een privé openbaring te verwerpen die officieel kerkelijk is goedgekeurd, zou het tegelijkertijd verwerpelijk zijn om zich er publiekelijk tegen uit te spreken.” [34]

Ik herinner er hieraan dat er in de geschiedenis van de Katholieke Kerk geen enkel geval bekend is waarin een positieve beslissing van Constat de Supernaturalitate (het is duidelijk van bovennatuurlijke oorsprong) door de plaatselijke bisschop betreffende een nationaal of internationaal bekende profetische openbaring later door de Heilige Stoel werd veranderd in de verboden categorie van Constat de non Supernaturalitate (het is duidelijk van niet-bovennatuurlijke oorsprong). Toegegeven, gezien de overvloed aan gerapporteerde profetische openbaringen en verschijningen over de hele wereld, zijn positieve of negatieve oordelen van de Heilige Stoel zeldzaam, vergen veel tijd en de Heilige Stoel zwijgt vaak over dergelijke zaken. Om echter te voorkomen dat het eindoordeel aan iedere individuele christen wordt overgelaten, biedt de Kerk, als de beste handelwijze, toevlucht tot leerstellige veiligheid door het verlenen van het Imprimatur en/of Nihil Obstat van de bisschop, die, zoals eerder opgemerkt, een 'goedkeuring' van het werk inhouden, zodat het “in de kerken kan worden getoond en verkocht” [35] en “een juridische en morele garantie voor de auteurs, de uitgevers en de lezers,” [36] dat het werk “niets bevat dat strijdig is met het authentieke Leergezag van de Kerk inzake geloof of zeden.” [37]

Ook wordt herinnerd aan de brieven van de bisschoppen die aan de profetische WLIG openbaringen het Imprimatur en Nihil Obstat hebben verleend, die getuigen van hun bovennatuurlijke aard door te bevestigen dat zij “de Goddelijke Dialoog bevatten van de Heilige Drie-eenheid, Onze Lieve Vrouw en de Engelen met de mensheid door middel van Vassula Rydén,” [38] die "een in onze dagen een instrument van God is om Gods droom, de droom van de Heilige Vader, de droom van de Kerk te verwezenlijken, hetgeen de grootste gebeurtenis van de eerste jaren van het Derde Millennium zou kunnen zijn: DE EENHEID VAN ALLE DISCIPELEN VAN CHRISTUS!”  [39]

4) De onderrichtingen van die bisschoppen in gemeenschap met de Paus en die het Leergezag [40] uitoefenen, hebben aan de profetische WLIG openbaringen deze zegels van goedkeuring verleend (28/11/2005 Nihil Obstat en Imprimatur), die vandaag de dag nog steeds volledig van kracht zijn. 

Omdat de plicht om Gods goddelijk geopenbaarde Woord getrouw te interpreteren “is toevertrouwd aan de bisschoppen in gemeenschap met de opvolger van Petrus, de Bisschop van Rome,” [41] die, ook al komen zij niet tot een onfeilbare definitie en zonder zich op een ‘definitieve wijze’ uit te spreken, [42] niettemin het gewone Leergezag uitoefenen, en de gelovigen moeten 'instemmen' met hun beslissingen over geloof en zeden. Beschouw de volgende verklaring van het decreet van het Tweede Vaticaans Concilie:

“De bisschoppen, wanneer zij in gemeenschap met de Paus van Rome onderricht geven, moeten door allen worden geëerbiedigd als getuigen van de goddelijke en katholieke waarheid; en de gelovigen moeten zich aansluiten bij het oordeel van hun bisschop over het geloof en de zeden, dat hij in de naam van Christus uitspreekt, en zij moeten dit met een godsdienstige instemming van het gemoed aanhangen.” [43]

In zoverre het verlenen van de magistrale zegels van Imprimatur en Nihil Obstat aan de profetische WLIG openbaringen en de brieven van de bisschoppen die ze hebben verleend, respectievelijk een goedkeuring en een garantie inhouden, en een positief oordeel over hun bovennatuurlijke aard, [44] en de christelijke gelovigen zich bij het oordeel van hun bisschop moeten aansluiten, mogen de gelovigen deze vol vertrouwen benaderen als een authentieke openbaring door God voor onze tijd gegeven. 

5) Op grond van de toekenning van het Imprimatur en Nihil Obstat van het Leergezag aan de profetische WLIG openbaringen, is het christenen verboden zichzelf op te werpen als rechter ervan en ze publiekelijk te veroordelen. [45] Integendeel, in zoverre alle christenen “dienen in te stemmen met het oordeel van hun bisschop betreffende geloof en zeden” en “zich dienen te houden aan” dit oordeel en het Leergezag “met een religieuze instemming van de geest”, [46] ontlokken het Imprimatur en Nihil Obstat van het Leergezag over de profetische WLIG openbaringen van de christelijke gelovigen deze religieuze instemming.  

In zijn verhandeling over de zalig- en heiligverklaring van respectievelijk de Dienaren van God en de Zalig verklaarden, heeft kardinaal Prospero Lambertini (later gekroond tot paus Benedictus XIV) bevestigd dat terwijl men er weliswaar voor mag kiezen om een bepaalde door de Kerk goedgekeurde profetische openbaring niet te volgen, daar God ons gezegend heeft met verschillenden waaruit wij kunnen kiezen, dat het absoluut verboden is dit zonder reden, zonder gepaste bescheidenheid en met minachting te doen – het publiekelijk veroordelen wat de Kerk met haar officiële goedkeuringszegels positief heeft bevonden is niets minder dan ‘verwerpelijk’: [47]

“Het is mogelijk niet in te stemmen met dergelijke openbaringen en zich ervan af te keren, zolang men dat doet met de nodige bescheidenheid, niet zonder reden en zonder minachting”[48] 


Conclusie

In deze eindtijd, waarin veel bijbelse profetieën in vervulling gaan, in het bijzonder Dan. 9:27; Mt. 24:15; 2 Thess. 2:3-13; Openb. 13, wordt meer dan ooit aandacht gevraagd van Gods herders, die Hij oproept om zijn kudde te hoeden met een gezonde leer die niet alleen de Geloofsschat en de levende Traditie van de Kerk bewaren, maar ook verder ontwikkelt, "doordringt tot de betekenis van het geopenbaarde Woord en het meedeelt aan anderen.” [49] In dit derde millennium, waarin alle priesters worden aangespoord om “naar diepe wateren uit te varen” [50] en een “nieuwe evangelisatie” te ondernemen, [51] spelen de door de Kerk goedgekeurde profetische openbaringen een essentiële rol, omdat zij een goddelijk dringende oproep bevatten die van invloed zal zijn op de toekomst van de mensheid en het leven van miljoenen zal veranderen. Laten we niet vergeten dat toen onze Lieve Vrouw van Fatima voorspelde dat vele volkeren op aarde zouden worden uitgeroeid als de mensheid zich niet bekeerde, zij dit deed nadat zij een dringend beroep had gedaan op de Kerk en de mensheid op een scharniermoment in haar geschiedenis. Een parallelle oproep vandaag de dag aan de Kerk en de mensheid, wordt ontdekt in de kerkelijk goedgekeurde profetische openbaringen van Waar Leven in God. Belangrijker is dat de gevolgen van deze oproep, als er geen gehoor aan wordt gegeven, wereldwijd zullen zijn. Als zielenherder nodig ik alle christenen van goede wil van harte uit om de goddelijke openbaringen over Waar Leven in God te overwegen voor hun eigen geestelijk welzijn en voor de verbetering van de mensheid. 

Rev. J.L. Iannuzzi, Ph.B, STB, STL, STD

 

[1] Tweede Vaticaans Concilie - Vatican Council II, Decrees of the Ecumenical Councils (Latin-English edition), vol. II, editor Norman P. Tanner, Lumen Gentium, 25, Sheed and Ward Press, 1990.

[2] Catechismus van de Katholieke Kerk (CKK), art. 892, geactualiseerde editie 2008, Secretariaat Rooms-Katholieke Kerkgenootschap (Utrecht), Libreria Editrice Vaticana  - Catechism of the Catholic Church (CCC) art. 892, Vatican City 1994.

[3] Kardinaal P. Lambertini, De servorum dei beatificatione et canonizatione, III, chapter 53, n.15, Aldima, Prato 1840.

[4] Op. cit., Tweede Vaticaans Concilie - Vatican Council II, Lumen Gentium, 25.

[5] Op. cit., Catechismus van de Katholieke Kerk CKK - CCC, art. 890.

[6] Op. cit., Tweede Vaticaans Concilie - Vatican Council II, Dei Verbum, 10.

[7] Het commentaar van het Wetboek van Canoniek Recht vermeldt: “Goedkeuring (approbation)… betekent dat hij er niets in heeft gevonden waarvan hij denkt dat het schadelijk is voor geloof en zeden… Deze goedkeuring… informeert de toekomstige lezer dat de herder van de kerk het boek niet als een gevaar voor geloof en zeden beschouwde. Het maakt het ook mogelijk om het boek te laten zien en verkopen in kerken.” - (The Commentary in the Code of Canon Law – A Text and Commentary, p. 580, Paulist Press, Mahwah, 1985). Cfr eveneens Congregatie voor de Geloofsleer - Cf. also Congregation for the Doctrine of the Faith, “Instruction on Some Aspects of the Use of the Instruments of Social Communication in Promoting the Doctrine of the Faith”, March 30, 1992, in “The Permission to Publish: A Resource for Diocesan and Eparchial Bishops on the Approvals Needed to Publish Various Kinds of Written Works”, Committee on Doctrine - United States Conference of Catholic Bishops, Washington D.C. 2004, pp. 34-36.

[8] Ibid., pp. 35-36.

[9] Congregatie voor de Geloofsleer, “Instructie over sommige aspecten van het gebruik van de instrumenten van sociale communicatie bij het bevorderen van de leer van het geloof”  - Congregation for the Doctrine of the Faith, “Instruction on Some Aspects of the Use of the Instruments of Social Communication in Promoting the Doctrine of the Faith”, March 30, 1992, in “The Permission to Publish: A Resource for Diocesan and Eparchial Bishops on the Approvals Needed to Publish Various Kinds of Written Works”, Committee on Doctrine - United States Conference of Catholic Bishops, Washington D.C. 2004, p. 35.

[10] In 1978 vaardigde de Congregatie voor de Geloofsleer "Normen betreffende de handelwijze ter onderscheiding van veronderstelde verschijningen of openbaringen" uit, waarin zij het volgende verklaart: “Wanneer de Kerkelijke Autoriteit op de hoogte wordt gebracht van een vermoedelijke verschijning of openbaring, is het haar taak: a) eerst het feit te beoordelen aan de hand van positieve en negatieve criteria (cf. infra, nr.I); b) vervolgens, indien dit onderzoek tot een gunstige conclusie leidt, een openbare manifestatie van cultus of devotie toe te staan, waarbij zij dit met grote omzichtigheid bewaakt (gelijk aan de formule: "voorlopig staat niets in de weg") (pro nunc nihil obstare); c) tenslotte, in het licht van de verstreken tijd en de opgedane ervaring, met bijzondere aandacht voor de vruchtbaarheid van de geestelijke vruchten die uit deze nieuwe devotie voortkomen, een oordeel uit te spreken over de authenticiteit en het bovennatuurlijke karakter, indien de zaak dit verdient.” (The Congregation for the Doctrine of Faith issued “Norms Regarding the Manner of Proceeding in the Discernment of Presumed Apparitions or Revelations”, approved by Pope Paul VI, Preliminary Note, art. 2, a-c, Libreria Editrice Vaticana, Rome, 1978).

[11] 30 september 2004, Brief van de Aartsbisschop van Lipa Ramon C. Arguelles, STL, DD, http://www.tlig.org/en/testimonies/churchpos/cdf2005/arguelles/

[12] Congregatie voor de Geloofsleer - Congregation for the Doctrine of the Faith, “Doctrinal Commentary on the Concluding Formula of the Professio Fidei,” 4, June 29, 1998, in L’Osservatore Romano Weekly Edition in English, 15 juli 1998.

[13] Op. cit., CKK - CCC, art. 84.

[14] Donum Veritatis, Congregatie voor de Geloofsleer - Congregation for the Doctrine of Faith, art. 23, Libreria Editrice Vaticana, Rome 1990: “Wanneer het Leergezag van de Kerk een onfeilbare uitspraak doet en plechtig verklaart dat een lering in de Openbaring te vinden is, is de instemming die gevraagd wordt, die van een theologisch geloof. Een dergelijke instemming moet ook worden gegeven aan de leer van het gewone en universele Leergezag, wanneer het ter geloof een lering van het geloof voorstelt als goddelijk geopenbaard.”

[15] Ibid., 23: “Wanneer het leergezag "op definitieve wijze" waarheden aangaande geloof en zeden voorstelt, die, ook al zijn zij niet goddelijk geopenbaard, toch strikt en nauw met de Openbaring verbonden zijn, moeten zij vast en zeker aanvaard en vastgehouden worden.”

[16] Ibid., 23: “Wanneer het Leergezag, zonder de bedoeling "definitief" te handelen, een lering onderricht om een beter begrip van de Openbaring te bevorderen en de inhoud ervan te verduidelijken, of om eraan te herinneren hoe een bepaalde leer in overeenstemming is met de waarheden van het geloof, of tenslotte om te beschermen tegen ideeën die onverenigbaar zijn met deze waarheden, dan is het antwoord dat wordt gevraagd dat van de religieuze onderwerping van wil en intellect (LG 25, CIC, 752). Dit soort antwoord kan niet louter extern of disciplinair zijn, maar moet begrepen worden binnen de logica van het geloof en onder de impuls van gehoorzaamheid aan het geloof.”

[17] Ibid., 24: “…om het volk van God zo goed mogelijk te dienen, met name door het te waarschuwen voor gevaarlijke meningen die tot dwaling zouden kunnen leiden, kan het Leergezag tussenbeide komen in kwesties die ter discussie staan en die naast vaste principes ook bepaalde voorwaardelijke en vermoedelijke elementen inhouden... De bereidheid om zich loyaal te onderwerpen aan de leer van het Leergezag over zaken die op zichzelf niet onveranderlijk zijn, moet de regel zijn... De theoloog weet dat sommige uitspraken van het Leergezag gerechtvaardigd konden worden op het moment dat ze gedaan werden, omdat de uitspraken weliswaar ware beweringen bevatten en andere die niet zeker waren, maar dat beide soorten onlosmakelijk met elkaar verbonden waren. Alleen de tijd heeft onderscheiding mogelijk gemaakt en, na diepere studie, het bereiken van ware leerstellige vooruitgang.”

[18] Op. cit., CKK - CCC, 891.

[19] Op. cit., “Doctrinal Commentary on the Concluding Formula of the Professio Fidei,” 8.

[20] Op. cit., Tweede Vaticaans Concilie - Vatican Council II, Donum Veritatis, 29.

[21] Op. cit., CKK - CCC, 892.

[22] Op. cit., “Doctrinal Commentary on the Concluding Formula of the Professio Fidei,” 8.

[23] Op. cit., Tweede Vaticaans Concilie - Vatican Council II, Donum Veritatis, 23; Lumen Gentium, 25.

[24] Op. cit., CIC, canon 750, § 2.

[25] Op. cit., Tweede Vaticaans Concilie - Vatican Council II, Donum Veritatis, 23: “Wanneer het Leergezg, zonder de bedoeling "definitief" te handelen, een leerstelling onderricht om een beter begrip van de Openbaring te bevorderen en de inhoud ervan te verduidelijken, of om eraan te herinneren hoe een bepaalde onderrichting in overeenstemming is met de waarheden van het geloof, of tenslotte om te beschermen tegen ideeën die onverenigbaar zijn met deze waarheden, dan is het antwoord dat wordt gevraagd dat van de religieuze onderwerping van wil en intellect (LG 25, CIC, 752). Dit soort antwoord kan niet louter extern of disciplinair zijn, maar moet begrepen worden binnen de logica van het geloof en onder de impuls van gehoorzaamheid aan het geloof.”

[26] Op. cit., Donum Veritatis, art. 23.

[27] Ibid., art. 24.

[28] Op. cit., Tweede Vaticaans Concilie - Vatican Council II, Lumen Gentium, 25.

[29] Op. cit., CKK - CCC, art. 892.

[30] Cf. op. cit., CIC, canons 23-28.

[31] Op. cit., Tweede Vaticaans Concilie - Vatican Council II, Lumen Gentium, 23. 

[32] Buitengewone Synode in Rome 1985 - Extraordinary Roman Synod of 1985, Final Report II C, 4, Origins 15, Dec. 19, 1985, 448, in Theological Studies, The Teaching Authority of the Episcopal Conferences, Francis A. Sullivan, S.J. (63) 2002, p.478.

[33] Op. cit., Canon 375 §2.

[34] Mariology, A Guide for Priests, Deacons, Seminarians and Consecrated Persons, bearing the Imprimatur of the Most Rev. Raymond L. Burke, and the Nihil Obstat of Fr. Peter Felner, F.I., 2007, p.  830, Queenship Pub. CA.

[35] Op. cit., CIC, p. 580.

[36] Op. cit., “Instructie over sommige aspecten van het gebruik van de instrumenten van sociale communicatie bij het bevorderen van de leer van het geloof” - “Instruction on Some Aspects of the Use of the Instruments of Social Communication in Promoting the Doctrine of the Faith”, pp. 35-36.

[37] Congregatie voor de Geloofsleer - Congregation for the Doctrine of the Faith, “Instruction on Some Aspects of the Use of the Instruments of Social Communication in Promoting the Doctrine of the Faith”, March 30, 1992, in “The Permission to Publish: A Resource for Diocesan and Eparchial Bishops on the Approvals Needed to Publish Various Kinds of Written Works”, Committee on Doctrine - United States Conference of Catholic Bishops, Washington D.C. 2004, p. 35.

[38] Waar Leven in God - True Life in God, Foundation for the TLIG Pub., November 24, 2005 brief van Bisschop Felix Toppo, SJ, DD, Gevena.

[39] Op. cit., www.tlig.org/en/testimonies/churchpos/cdf2005/arguelles/

[40] Op. cit., art. 892.

[41] Ibid., CKK - CCC, 85.

[42] Op. cit., CKK - CCC, art. 892.

[43] Op. cit., Tweede Vaticaans Concilie - Vatican Council II, Lumen Gentium, 25.

[44] Op. cit., “Norms Regarding the Manner of Proceeding in the Discernment of Presumed Apparitions or Revelations”, Preliminary Note, art. 2, a-c.

[45] Op. Cit., De servorum dei beatificatione et canonizatione, III, chapter 53, n.15; Op. cit., Mariology, A Guide for Priests Deacons, Seminarians and Consecrated Persons, p. 830.

[46] Op. cit., Tweede Vaticaans Concilie - Vatican Council II, Lumen Gentium, 25.

[47] Op. cit., Mariology, A Guide for Priests Deacons, Seminarians and Consecrated Persons, p. 830.

[48] Op. cit. De servorum Dei beatificatione et canonizatione, III, chapter 53, n.15.

[49] ‘The Priest and the Third Christian Millennium Teacher of the Word, Minister of the Sacraments and Leader of the Community,’ art. 1, Libreria Editrice Vaticana, Rome, 1999.

[50] Apostolische Brief, Novo Millenio Ineunte, Paus Johannes Paulus II, arts. 1, 15, 38, Libreria Editrice Vaticana, Rome, 2001. 

[51] Ibid., 2.

 

Christelijke geestelijken, religieuzen, theologen en geleerden
Individuele getuigenissen van Orthodoxe, Rooms-katholieke en Protestantse geestelijken, religieuzen, theologen en geleerden
 

Positie Kerk
Informatie over de Positie van de Kerk en van de Spiritualiteit van Waar Leven in God
 

Andere Eervolle Religies
Getuigenissen van niet-Christelijke religies
 

Getuigenissen van Leken van over de Hele Wereld (meertalig)
Een verzameling van korte getuigenissen van leken van over de hele wereld
 

Getuigenissen van Gevangenen (in het Engels)
Een verzameling van getuigenissen van gevangenen van over de hele wereld
 

 
 
BOODSCHAP VAN VANDAAG:

Ik Heb Je Geroepen Tot Een Leven Van Vrede
 
EERDERE BOODSCHAP:

Herinner Je Altijd Mijn Tedere Meesterschap
 

 
TOP NIEUWS:

Theologische Uitleg en Verduidelijking over “Fiducia Supplicans”
Door Fr. J.L. Iannuzzi, STL, S.Th.D.
 
Vassula bezoekt Rome en het Vaticaan - November 2023
Presentatie van de Italiaanse Editie van het HIR Boek in Rome & Invitaties binnenin het Vaticaan
 
WLIG-studiegroep met Fr. Joseph Iannuzzi, LIVE, Zaterdag 9 maart 2024
Via Zoom, WLIG-studiegroep, in het Engels!

 
 



Snel Zoeken

© Vassula Rydén 1986 Alle Rechten Voorbehouden
X
Enter search words below and click the 'Search' button. Words must be separated by a space only.
 

EXAMPLE: "Jesus Christ" AND saviour
 
 
OR, enter date to go directly to a Message