![]()
1 Mei 1995
|
steun op Mij, Ik ben bij je; laat deze dingen je hart niet verontrusten; Ik ben verantwoordelijk voor Mijn Kerk, voel je dus nooit ontmoedigd; Vassula, Mijn bloem, onthoud: er was niemand dan Ikzelf om je te onderrichten; Ik kwam om je te onderrichten en door jou anderen; Ik ben je Leraar en Ik bemin je; leer van de Zoetheid zelf, leer, Mijn leerlinge, zonder eigenbelang, en geef door zonder reserve; kijk, Mijn kind, het is van Mij bekend dat Ik geen ontzag heb voor menselijke grootheid; als dezen rechters werden en verzuimden heilige dingen heilig in acht te nemen, zullen ze zelf als onheilig worden veroordeeld; heb je vergeten dat Ik behandeld ben als een godslasteraar en om die reden ben veroordeeld? waarom ben je dan verbaasd te worden veroordeeld als iemand die perverse en beledigende taal gebruikt? ze hebben Mij veroordeeld naar menselijke maatstaven, zoals ze ook jou vandaag veroordelen; Mijn kind, vrees niet, lo tedhal! op de Dag van het Oordeel zullen ze bevend voor Mijn Troon verschijnen voor het tellen van hun zonden, tenzij ze voor hun dag berouw hebben; hun meedogenloos oordeel over jou zal ook voor hen meedogenloos worden; hun beschuldigingen zullen hen beschuldigen; Ik zeg je, Vassula, op zekere dag, in Mijn hoven en op de Oordeelsdag, zullen allen die jou hebben beschuldigd en de spot met je hebben gedreven van wroeging worden vervuld, omdat ze Mijn Onuitputtelijke Schat hebben afgewezen, waarvan hun geest Wijsheid zou hebben kunnen verkrijgen en Mijn vriendschap zou hebben kunnen winnen; die vriendschap, die hen zou hebben binnengeleid in de schoonheid van Mijn Soevereiniteit en Heerlijkheid, en de vertrouwelijkheid van hun God; degenen die jou beschuldigen zullen naar je kijken en zeggen, zoals de Schrift zegt: "dit is degene die we vroeger plachten te bespotten, een mikpunt voor ons sarcasme, dwazen die we waren! we beschouwden haar leven als een dwaasheid"... en jij, Mijn kind, zult ieder van hen die je hebben onderdrukt ontmoeten, en ze zullen beseffen hoe bitter ze Mijn Beker hebben gemaakt... blijf bij Mij in Mijn folterende pijn, Ik heb je vriendschap nodig; bid en zeg tegen Mij deze woorden : Mijn Eigendom, verlaat nooit Mijn Hart; Mijn vijanden vervolgen je, maar in werkelijkheid vervolgen ze Mij; 1 Mijn engel, Mijn kind, de Vader zendt je uit om voor Ons te reizen en te getuigen, daarom is Mijn stempel op jou; houd moed, Ik ben naast je; roep Mij als je moe bent en Ik zal je opbeuren; vul Mijn bijeenkomsten en wees niet bevreesd; Ik ben Degene die tussenbeide zal komen in tijden van tirannie tegen jou, wees dus geduldig. 1 Toespeling op Hand. 9, 4-5 |