![]()
13 Juni 1994
Gaithersberg, MD
|
Zeer laat in de nacht, na de conferentie. Ik was erg moe, maar ging naar Christus. Heer ? Ik Ben; kleintje, heb Mijn Vrede; Ik zeg je dat je er geen idee van hebt hoe gelukkig je Mij maakt door Mij op dit uur te komen zoeken; Ik zeg je dat Mijn Hart jubelt, Mijn Vassula; Ik zegen je uit het diepst van Mijn Hart; rust nu uit, Mijn kind; Jezus is Mijn Naam en Ik ben je nabij. |
|
Jezus stelt mij vóór de bijeenkomst gerust. Steun volledig op Mij; hef je hoofd en kijk Mij aan: vergeet nooit dat Ik altijd bij je ben; Mijn Tegenwoordigheid zou voldoende voor je moeten zijn; Ik, Jezus, zegen je. ic |
|
Heer ? Ik Ben; kleintje, voel Mijn Tegenwoordigheid; Ik ben de Rots van je verlossing; sta Mij toe Mijn dynastie uit te breiden, roep en Ik zal je antwoorden; Heer, waarom verschijnt U nu zo dikwijls in Mijn plaats ? Ik heb gezegd: jou zal Ik Mijn Lied aanbieden, en om Mijn trouwe Liefde te bewijzen wil Ik jouw maatschappij de herinnering geven aan Mijn Heilig Aanschijn... daar het Mijn Eigen Liefdeshymne is voor jullie allen; en jij, dochter, Mijn Harp, Ik laat Mijn Licht jou bedekken; daar jij Mij toestaat je in de schaduw te stellen, vindt Mijn wonder plaats; dit is Mijn geschenk aan jou; het is kostbaar en je hebt het niet verdiend, maar het heeft de Vader behaagd het je te geven, want daarin is Zijn Zegel; je hebt Ons 1 toegestaan, dochter, om Onze Handen op je te leggen, je staat Ons nog altijd toe in je te verblijven; Vassula, voor niemand heeft de Vader dit gedaan; 2 niemand anders heeft deze gave gekend, een gave die aan jullie allen wordt gegeven door Zijn Liefdeshymne; kom, Wij 3 zijn met je; Onze zegeningen rusten op je 1 De Heilige Drie-Eenheid sprak. 2 Jezus sprak. 3 De Heilige Drie-Eenheid sprak nogmaals. |