![]()
28 Juli 1993
|
(Na de ontmoeting in Athene bekeerden velen zich tot God. Er kwamen ook mensen van de omliggende eilanden om te luisteren. Op deze bijeenkomst verhief ook de duivel zijn stem en daardoor hoorden we enkele lasterpraatjes. Dat ontnam ons niet de vreugde en de vrede die we hadden ontvangen.) Mijn kind, onthoud steeds dat Ik je nabij ben, en zelfs meer in je problemen. Ik ben je nabij in je problemen, je vreugden en in elke gebeurtenis Ben Ik. Omringd door Mijn engelen kom Ik je bezoeken. Mijn kind, wees gezegend en wees niet bang voor de trotsen, laat hen aan Mij over, maar bid jij voor hen - ook zij zijn Mijn kinderen en ook zij moeten worden gered. Denk niet dat Ik Mij niet bewust ben van de eisen die de zending, die Ik je heb opgedragen, aan je stelt, maar Ik Ben is naast je om je te bemoedigen... herinner je Mijn Tegenwoordigheid. |
|
Mijn kind, Ik, de Heer, zegen je. Ik bemin je - onthoud dat steeds. Zeg dit met Mij: Leer dit gebed en zeg het na ieder tientje van de rozenkrans. Ic |
|
Mijn Vrede geef Ik je. Ga energiek verder in Mijn Tred en geloof Mij, niets en niemand zal tussen jou en Mij komen; niets en niemand zal Mijn Boodschap beletten door te gaan. Overal is zaad, en Vassula, Mijn dochter, Ik heb Mijn Wapen in je geplaatst, en dat is: Bid en roep Mij aan; bid en verjaag de duivel; bid en herstel Mijn wankelend Huis. Kom, Mijn Ogen laten je nooit los. Wees gerust, Mijn duif. |