Eli ! O Eli, mijn God,
kom in Uw liefhebbende goedheid
en verdedig mij !
U die mij oprichtte
uit het graf, verberg
Uw Heilig Gelaat niet voor mij.
Kom en sta mij terzijde !
Waarom voel ik U zo ver van mij verwijderd ?
Voor velen lijk ik een raadsel, een fenomeen,
maar Uzelf hebt mij gevraagd om
Uw Echo te zijn, is het niet ?
Waarom verontrust Uw Echo dan hun oren
als ik Uw wonderen openlijk verkondig ?
Is het Uw onmetelijke Macht die hen bang maakt ?
Is het Uw geweldige Kracht die hen doet beven ?
Is het Uw rond de aarde donderende Stem uit de Hemel,
in elke natie en in elke stad, die hen kwelt ?
Is het Uw majesteitelijke processie,
zo machtig onthuld, die hen met vrees bevangt ?
Is het omdat ik uit de vier hoeken van de aarde
uitroep dat de Hemel spoedig overstroomt bij
Uw komst en dat er snel boete moet worden gedaan,
dat zij van schrik vervuld zijn ?
Of is het Uw stortvloed van Zegeningen en
Barmhartigheid waarover zij twijfels hebben ?
Zeg mij, zijn het de kreten van doodsstrijd,
die van de Vader komen,
dat zij niet kunnen begrijpen ?
Uw roepen om Eenheid, Vrede en
Verzoening weerklinken in de Hemel en op aarde,
en toch, wie luistert er ? Wie kan begrijpen ?
Hun vlees rot weg onder hun huid, en toch,
wanneer U uitroept "Redding !" luistert er niemand...
Ach, Eli, zovelen wachten erop dat ik tot
dwaling word verleid en zien uit naar mijn ondergang,
omdat ze nooit begrepen hebben hoe de hand
van een zondaar in Uw Hand gehouden kon worden.
O Eli, ze hebben nooit begrepen waarom
U en ik bezorgd naar alle hoeken van de
straten rennen om de doden op te wekken,
noch het waarom van onze samenwerking
en waarom ik gezonden word naar de
wegkruisingen van elke stad om te verkondigen
dat Uw Koninkrijk ophanden is.
Waarom word ik dus beschuldigd ?
Waarom vreest men mij en biedt men mij weerstand ?
O Eli, ze behandelen mij als het schuim van de aarde;
belediging op belediging, laster op laster.
Niet dat ik mij zorgen maak over mijn eigen naam en reputatie,
maar daar ik geleid word door Uw Heilige Geest,
is het Uw Geest die zij belasteren.
Ze slopen de Werken van Uw Geest en
breken de stenen af waarmee Uw altaren worden herbouwd. 1
O Eli, altijd zo vol Medelijden,
waarom bent U soms zo ver van mij verwijderd ?
Kijk ! Zie hoe ik mij door deze woestijn heenworstel
en kom mij redden uit deze doornen en distels
die mij omringen, die mij verstikken en aan mij rukken !
OPEN de weg voor mij !
Moet ik de hele dag schreien om hun doofheid ?
Ben ik niet menselijk, heb ik daarom niet het recht zwak te zijn,
heb ik niet het recht zo nu en dan diep treurig te zijn ?
Heeft mijn hart niet het recht de moed te verliezen ?
O Eli, hoelang moeten we wachten op de Triomf ?
Hoelang moeten we wachten ?
Hoelang zal deze Duisternis nog voortduren ?
De Wonden van Uw Zoon zijn ongelooflijk diep.
De Tranen van Uw Zoon en van onze
Gezegende Moeder zijn in bloed veranderd.
Dus hoelang, Eli, zult U deze aanblik nog verdragen ?
Hoelang moeten we nog wachten op deze Triomf ?
Een complot van verraders is, als slangen en adders,
het Hart van Uw Heiligdom binnengedrongen;
door de gangen sluipend wachten zij erop
de Waarheid aan te kunnen vallen en
de Eeuwige Waarheid op haar kop te kunnen zetten
en tot Leugen te kunnen omvormen,
door het oprichten van hun Rampzalige Gruwel
in het hart van Uw Heiligdom, om het Eeuwigdurend Offer
van Uw Zoon te kunnen afschaffen.
Eli ! Er is geen Vrede in Uw Huis...
En weldra zal duisternis Uw Huis bedekken,
en als een rouwende en beroofde weduwe zal
Uw Huis Haar zwarte sluier dragen.
Dus, gaat U nog niet tussenbeide komen, Eli ?
Mijn Stem van Gerechtigheid zal gehoord worden als een hevige aardbeving, en deze verraders zullen worden getroffen vanwege het kwaad dat ze Mijn kinderen hebben aangedaan, wier onschuldig bloed als een offer vergoten is.
Ik zal Mijn Huis wreken, maar de wereld zal nog moeten oogsten wat ze gezaaid heeft. Ik kan hun schuld niet vergeven, tenzij de wereld berouw heeft !
Ik stuur naar het nest van de adders wat Ik zozeer bemin - Ik zend jou met Mijn Woord naar de diepten van de ongerechtigheid; Ik zend je als Mijn woordvoerster om Mijn Boodschap te verspreiden. Mijn zozeer beminde, waar je ook passeert, Ik, de Heer, zal op je voetsporen een laaiend Vuur achterlaten om de versteende harten te verteren, door het atheïsme uit te roeien. Ik zal hen in Mijn Armen doen vallen, de Armen van hun God - ach, en het zal verschrikkelijk zijn om in Mijn Armen te vallen. In een flits zal Ik hen veranderen in aangestelde leerlingen, en Ik zal hen uitzenden om Mijn Woord te verdedigen en Mijn Zaak te behartigen. Dochter, zoals jij van Mij hebt geleerd, zo zal Ik ook de anderen onderrichten. Ik lever nu aan de wolven uit wat Mijn Ziel het meest verblijdt en innig bemint, om Mijn Heilig Gelaat te onthullen.
Hebt berouw ! Generatie, jullie zonden hebben je ziel doen verdorren. Waarom sterven, generatie ? Hebt berouw en jullie zullen leven! Hebt berouw, want er is nu niet veel tijd meer overgebleven. De Vernieler zal zichzelf in de komende dagen openbaren, volledig ! Oh Vassula ! Wie kan Ik aansporen om te luisteren, en waarschuwen ? Tot wie kan Ik spreken en wie zal luisteren ?
Daar alles nu zijn einde nadert en het einde nabij is, ga Mijn Boodschap zelfs op openbare pleinen verkondigen; ga en maak Mijn Barmhartige Oproepen wijd en zijd bekend... Het zuurdesem van hen die Mijn Huis exploiteren is machtig, weest dus op jullie hoede en houdt je ogen open. Begrijpt waarom Ik Mijn Zoon zend en jullie Heilige Moeder om de wereld in jullie dagen te doorkruisen - dat is Mijn Zegen die over het aanschijn van de gehele aarde voortsnelt. Heft dus allen jullie ogen omhoog, en als jullie dat doen zullen jullie de Hemel wijd open zien en haar zien schitteren in al haar Glorie: de Ark van Mijn Verbond; het symbool van Mijn Tegenwoordigheid onder jullie; 2 het symbool van Mijn Barmhartigheid en van Mijn Redding; Degene die medelijden toont met jullie allen.
1 Met altaren worden zielen bedoeld.
2 Allusie op Mat. 24 : 30
|