HOME MESSAGES
Ga naar de dorre beenderen

1 Maart 1993



'Heer,
zodra ik Uw woorden ontving,
heb ik ze verslonden.
Uw woord is mijn vreugde
en de blijdschap van mijn hart,
want Uw Naam is over mij uitgeroepen,
Jahweh, Almachtige God'
(Jer. 15,16).

Mijn ogen waren versluierd en ik zag U niet,
noch Uw Heerlijkheid, noch Uw Glorie.
Plotseling, in de diepste diepte van mijn duisternis,
scheen er een Licht ! Verbijsterd en overweldigd
door Zijn helderheid wankelde ik...
en de geest van lethargie, die mijn ziel belegerde,
hield op in mij te ademen,
overstelpt door Uw Geest.

Ik zag U daar staan, zwijgend...
en het was alsof ik U kende, Beminde.
Toen opende U Uw Mond,
een Naam werd mij gegeven,
en ogenblikkelijk was de herinnering
van mijn ziel hersteld.
De sluier viel van mijn ogen en
ik voelde mijn ziel bezwijken in de
Armen van mijn Vader. O God !
Wat bent U mij dierbaar !


Ik ben Heilig.

Ik heb gezegd : Ik zal je zuiveren en je een nieuw hart geven, en een nieuwe geest in je leggen. Ik zal de geest van lethargie uit je ziel verwijderen en Mijn Geest in je leggen. Op die dag zwoer Ik je tot de Mijne te maken; Ik zwoer je te genezen en als een boom vrucht te doen dragen voor Mijn volk; Ik zwoer de verhongerden en elke mond te vullen. Ja ! Ik zwoer tot je te komen en Mij tot je te wenden om je te bewerken en in jouw Nietigheid Mijn Glorie te zaaien;

en nu heb Ik, God, je ziel voor altijd belegerd. Profeteer dus zonder vrees, ga naar de verdorde beenderen en Ik zal ze vlees geven, Ik zal ze adem geven om Mij te prijzen en te verheerlijken. Ja, Ik zal over de doden ademen, opdat ze leven en uitroepen : "Wie is er gelijk aan God ?" Ik zal hun eraan herinneren dat ze een grotere liefde dan die van hun Schepper niet zullen vinden.





previous index next