![]()
1 Oktober 1992
|
Mijn beminde, toen jouw smeekbede begon werd er een woord gesproken, en Ik ben gekomen om je te vertellen wat het is. Geloof je dat Ik de beminde Zoon van God ben, Jezus Christus, die tot je spreekt ? Ja, Heer, dat geloof ik ! Zou Ik je dan geen gerechtigheid doen wedervaren, Mijn uitverkorene, die Mij dag en nacht smeekt? Deze mensen dagen Mijn Macht uit; als de maat van hun ongerechtigheden vol is, zullen ze Mij tegemoet moeten treden als de Wijd jezelf intussen toe aan Mijn Heilig Hart; dien en wacht er niet op gediend te worden, opdat Mijn Vader in de Hemel je een plaats in de Hemel toewijst. Door trouw te zijn aan Mij zul je grote vervolgingen ondervinden, maar heb Ik je niet beloofd dat je niet langer hongerig of dorstig zult zijn ? 2 Wees dus niet bevreesd als de stormen tegen je opsteken. De Schriften moeten worden vervuld; gelukkig zij die sterven in Mij, de Heer! Ik zal jullie inderdaad belonen. 1 Ons. 2 Toespeling op Apok. 7, 9-17 |