![]()
23 Augustus 1992
|
(Gesprek zeer vroeg in de morgen.) Ik hoorde Jezus tegen mij zeggen, nadat ik tot Hem had gebeden : 'Ik ben gelukkig dat je zo vroeg in de ochtend tijd neemt om tot Mij te spreken. Zeg hun 1 dat Mijn Hart een Afgrond van Liefde is. Zeg hun dat ze Mij niet langer op de proef zouden moeten stellen'. (En dat ze 1 Kor. 14,26-32 zouden moeten lezen.) Later : O Heer Jezus Christus, aan Uw Allerheiligst Hart vertrouw ik deze intentie toe : Ik heb je onverschrokken gemaakt tegenover de mensen - dat is wat Ik voor je doe. Op Mijn Dag zal Ik een antwoord hebben voor hen die Mij nu honen. En wat jou betreft, Mijn dochter, Ik vind Mijn verrukking in jouw nietigheid. zegt je: Ik zal doorgaan Mijn Boodschappen te verspreiden. Zij die Mij weerstaan zullen tegen de Hoeksteen botsen en verpletterd worden. zegt je : Ik verricht een groot Werk dat niemand kan tegenhouden, en wat betreft degenen die bittere beschuldigingen tegen je uitten, zeg Ik je dat hun handen zullen neerhangen en hun plannen niets zullen uitwerken. Heer, hoe komt het dat de wereld zo verdorven is geworden ? Heb je niet gelezen: Waar geen leiding is komt een volk ten val. 2 De mond van de slechte brengt geen wijsheid voort, en toch, wie bederft zal worden ontmaskerd. Niets blijft verborgen voor Mijn Ogen, maar in deze dagen van Barmhartigheid is Mijn Hand nog altijd uitgestrekt naar ieder die berouw zal uitspreken - ze zullen worden gered. e Liefde is je nabij, Mijn kleine, trouwe vriendin. De Amen zegent je. Kom en aanbid Mij. Ik Ben. 1 De groep van Rhodos. 2 Spreuken 11, 14 |