![]()
28 Juli 1992
|
Op weg naar Rhodos - Griekenland.
En daarom vertel Ik je telkens weer dat aan de mensen elke zonde en godslastering zal worden vergeven, maar dat godslastering tegen Mijn Geest niet zal worden vergeven. Aan degene die spreekt tegen Mijn Heilige Geest zal niet vergeven worden, noch op aarde noch in de komende wereld, 2 en jij, laat je hart niet verontrust worden, Ik ben bij je. Kom, Mijn Vassula, Ik en jij, jij en Ik samen, zie je ? Ontvang Mijn Vrede, wij, ons ? Kom. |
|
Vassula, bemin Mij en stel Mijn Liefde voor. Dit is je Heer die spreekt, Degene die jij zegt te beminnen. Ik zegen je, Mijn kind. |
|
(Er is mij gevraagd te getuigen op de T.V.) Mijn vriendin, Mijn kleine vriendin, aarzel niet Mijn Boodschap bekend te maken en wees vol vertrouwen - Ik ben bij je. Zoek de Rijkdommen van Mijn Heilig Hart en verspreid Mijn geur. Mijn Hart is een Afgrond van Liefde. Bezit Mijn Vrede en ontvang Mijn Geest. Eer Mij en verheerlijk Mij. 1 Mijn ziel. 2 Matt. 12, 31-32 |