![]()
17 Juni 1992
|
Vrede, Mijn kind, vrede... luister naar Mij: de Grote Dag is nu dicht bij jullie, dichter dan jullie denken. Vandaag zijn jullie harten ziek en jullie ogen verduisterd, omdat jullie leven in duisternis en troosteloosheid en de Vijand ronddoolt in deze verlatenheid. Ik, de Heer, zal de visioenen bij jullie jonge mensen vermenigvuldigen en veel, veel meer van jullie zonen en dochters zullen profeteren - meer dan nu. Ik zal de jaren van jullie droogte inhalen, die jullie tot geloofsafval hebben gebracht; Ik zal Mijn Geest zonder voorbehoud zenden om Mijn domeinen binnen te vallen, en met Mijn Vinger zal Ik Mijn gebroken altaren weer opbouwen; en Mijn wijnstokken met verwelkte bladeren, die er nu uitzien als een tuin zonder water, zal Ik komen bevloeien met Mijn Geest. Ik zal de doornen en distels verwijderen die ze verstikken, en Mijn wijnstokken zullen hun vruchten dragen. Mijn volk is ziek door zijn ontrouw. Ze hebben de gaven van Mijn Geest geweigerd, omdat ze op hun eigen geest hebben vertrouwd en niet op de Mijne, verdragen hebben gesloten met hun verstand; maar nu is het uur gekomen, het uur van Mijn Heilige Geest, om het Lichaam van Mijn Zoon te verheerlijken. Kom, Vassula, Ik wil dat je ijverig bent, Ik wil dat je Mij bemint. Daarom, Mijn kind, zal Ik je vurigheid inprenten en een paar druppels van Mijn brandende Liefde om je met Mijn Vlam nieuw leven in te blazen. 1 Wij zijn de tempels van God. 2 De drie vragen betreffen de ziel; landerijen, wijnstokken en altaren zijn onze ziel. |