![]()
|
Ik zag in een visioen hoe ik uit het raam stond te kijken. Er was daglicht. Plotseling begon de aarde hevig te beven onder mijn voeten. De grond ging op en naar, de aardbeving had sterkte acht en hield niet op. Ik keek vanuit het raam naar de hemel, want die verloor zijn lichtkracht. Ik staarde naar de hemel terwijl hij iedere seconde donkerder werd, tot het volledig nacht was geworden. Toen zag ik de sterren vallen, of liever gezegd alsof ze wegsnelden van de oostelijke horizon naar de westelijke horizon, het leek alsof ze de hemel verlieten. Toen stopte de beving en er heerste een dreigende duisternis. Ik zag dat ik een zwak lichtje had in mijn kamer. Ik keek uit het raam, maar er waren ongeveer drie of vier huizen in de hele stad die een lichtje hadden. |