![]()
|
Mijn Hart smacht van liefde, zelfs voor de deserteur. Heb je dat niet gemerkt? Heb je Mijn Zuchten van Liefde niet gehoord ? Heb je Mijn verhaal van Liefde niet gelezen, dat Ik geschreven heb voor de gehele schepping ? Kom tot Mij en laat Mij zien hoe je je handen uitstrekt naar Mijn Heiligdom. Aanbid Mij en zegen Mij dag en nacht, nacht en dag. Gezegende, Ik zal je een vraag stellen, slechts een. Vertel Mij, bemin je Mij met heel je hart, met je ziel en met geheel je verstand ? Dan zal Ik een vuur in je ontsteken. Erken altijd je fouten, en Ik zal je helpen ze te overwinnen. Kom, jij die van Mij bent en Mijn eigendom. Je bent Mijn eigendom omdat je armzalig en ellendig bent. Ellende trekt Mij aan. Ik zal je sterkte doen herleven en Ik zal je bemoedigen door met gulle hand Mijn geuren van gemengde wierook over je uit te gieten. Geef het nooit op, Mijn kind, weiger Mij nooit een plaats in je hart. Ik word aangetrokken door armzaligheid. Ik zoek armzaligheid en ellende. Ik heb je bij Mij gebracht, opdat Mijn Vuur je zou verteren voor de ogen van allen die je zien. Ik toon Mijn Oneindige Liefde door jou aan alle mensen, opdat iedereen moge zien en leren dat Ik een God van Liefde ben, een verterend Vuur. Ik heb Mijn eigendom gezegend. Je openhartigheid verheugt Mij. Luister. Ik verhef de armen uit het stof, Ik til de ellendigen op en plaats hen in Mijn Heilig Hart, en Ik laat hen dan zien aan Mijn engelen. Ik leer hun Mijn geboden en word hun Meester en zij Mijn leerlingen. Hun zonden zijn hen door Mij vergeven. Als sneeuw voor de zon smelten hun zonden weg. Dan vraag Ik aan de heiligen over hen te waken en voor hen te bidden, en Ik vervul hen van Mijn Geest van Begrip, om hen in staat te stellen de Waarheid te erkennen en een dieper begrip te bereiken van Mijn Kennis. Ja, dat zijn jullie. Hebben ze berouw ? Kind, zelfs wanneer Ik hen de ogen open, zullen ze Mij niet zien. Ze zullen Mij niet zien, omdat ze door duisternis omgeven zijn. Dus hoe wil je hen Mij doen zien, terwijl Ik hen heel de tijd nabij ben ? Hun duisternis verblindt hen. Dus dochter, spreek zonder angst tot hen. Wees niet bevreesd de Waarheid uit te spreken en laat je niet tot zwijgen brengen. Ik ben met je, Mijn kind, Mijn dochter. Nee, zwijg niet, ga met je God aan het werk. Ik heb je opgevoed en voor deze zending gevormd. Zoals een jongeman die een maagd trouwt, heb Ik je Mijn Hart aangeboden en om het jouwe gevraagd. Ik ben het, Jezus, die je gevormd heeft en Zich met je verloofd heeft, en zoals een bruidegom zich verheugt over zijn bruid, zo verheug Ik Mij nu over jouw armzaligheid en je zwakheid. De armen en de eenvoudigen hebben altijd Mijn Naam geprezen en zullen dat altijd doen. (Jezus zei deze woorden alsof Hij tot Zichzelf sprak.) Dat is de reden waarom Ik de Vader dank dat Hij de Wijsheid verborgen gehouden heeft voor de geleerden en verstandigen en haar geopenbaard heeft aan de kinderen. Gelukkig jullie die arm bent en ellendig, want aan jullie behoort het Koninkrijk van God. Wee hen die nu verzadigd zijn, ze zullen hongeren. Gelukkig zijn jullie als men jullie veracht en vervolgt en allerlei kwaad over jullie vertelt omwille van Mij, verheugt jullie en weest blij, want jullie loon in de Hemel zal groot zijn. Evenzo hebben ze vóór jullie de profeten vervolgd. Dochter, word niet moe, doe het werk dat Ik je gegeven heb. Volg Mij na, je Heer, en volg Mij zonder de minste twijfel. Ik zal je nog meer verdeemoedigen. Blijf arm en zwak, volgzaam en gehoorzaam. Wees welgevallig in Mijn Ogen. |