![]()
|
Beminde, alles wat Ik je gegeven heb was om je dichter naar Mij toe te halen en je te gewennen aan het met Mij zijn. Ik heb je deze genade gegeven omdat het Mij bevalt. Ik wilde je troosten. Dit, Mijn kind, is voor jouw redding, en Ik zal je op deze manier nabij blijven tot het einde. Je bent Mijn altaar, en Ik wil dat Mijn altaar zuiver is. Ik wil je vullen met Mijn brandende vlam, Mijn Vuur, Mijn Heilige Geest. Ik heb je fouten verdreven als een wolk, je zonden als nevel. Verheug je dus in Mijn Tegenwoordigheid, ziel! Ik zal doorgaan de mensheid Mijn grote Liefde en Barmhartigheid te tonen door jou, opdat ze tenslotte mogen geloven dat Ik het ben. Ik ben Liefde. Zo zal Ik Mijn volk bijeenroepen en het omringen met Mijn Liefde. Ik zal voor hen zijn als een muur van Vuur die hen omgeeft, en Ik zal in hun midden hun Heerlijkheid zijn. Kom, Vassula. O God, hoezeer bemin ik U ! Deze woorden zijn als fonkelende juwelen van een diadeem. Ja, bemin Mij, je God. Onderhoud Mijn eerste Gebod zonder de andere te verwaarlozen. Rust nu, zonder Mijn Tegenwoordigheid te vergeten. Wij, ons ? Ja, mijn Heer, wij, ons, voor altijd en eeuwig. Ik zegen je, zegen Mij ook. |