![]()
|
Vandaag is onze groepsontmoeting, voor gebeden, Schriftlezing en de Boodschappen. Jezus ? Wij, ons. Later : (Boodschap voor de Hereniging.) Ik ben de Heer, jullie God. Ik ben de Soeverein en sta boven alles. Ik ben Degene die jullie geschapen heeft. Ik ben ongeëvenaard. Ik ben de Heilige der Heiligen. Ontelbare engelen van elke rang vallen in Mijn Tegenwoordigheid op hun knieën en aanbidden Mij zonder ophouden. Met wie kunnen jullie Mij vergelijken? Heel de Hemel prijst de hele dag Mijn Heerlijkheid. Ik troon boven de Cherubijnen; Ik ben gekleed in majesteit en macht; Ik ben het Woord, het Ware Licht. En toch, in al Mijn Soevereiniteit, in al Mijn Majesteit, daal Ik, door een groot medelijden bewogen, tot jullie neer en buig Mij naar jullie om je te bereiken. Ik kom tot jullie, een natie zo hoog begunstigd - tot jullie, beminden, kom Ik. Ik sta voor jullie, barrevoets en als een bedelaar. Ik houd Mijn Hand naar jullie uitgestrekt. Ik smeek jullie om Liefde, Vrede en Eenheid. Ik ben onherkenbaar gewond. Mijn Wonden worden voortdurend vermeerderd door woordbreuk, ongerechtigheid en een grote neiging tot zondigen. Hoelang nog zal Mijn schepping doorgaan goddeloos en slecht te zijn ? Ik vraag aan hen die Mijn Geboden trotseren : "Wat zullen jullie doen op de dag van de Bestraffing ? Naar wie zullen jullie om hulp snellen? Waar zullen jullie je rijkdommen laten ?" 1 Vanuit Mijn Grenzeloze Barmhartigheid, en Mijn grote medelijden, heb Ik de hemelen gevuld met voortekenen. Zonder onderbreking giet Ik Mijn Geest uit over heel de Mensheid. Ik geef visioenen aan jullie jeugd. Ik overspoel jullie met Tekenen en Genaden. Zie je ? Ik heb Mijn Hemelse Voorraden geopend voor deze hongerige generatie. Jullie zullen naar hartelust eten, jullie zullen eten tot je verzadigd bent. De Schriften worden vervuld. Ik geef jullie het Teken van het Einde der Tijden, en toch, zo velen van de Mijnen weigeren de Tekenen te erkennen ... Hoe komt het dat jullie de Tijden niet erkennen ? Maar nu, ofschoon de meesten van Mijn kinderen Mij de rug toegekeerd hebben, hoewel ze Mij hebben verlaten, zal Ik, met eeuwigdurende Liefde, zonder het ooit moe te worden, hen achternagaan. Ik zal nooit ophouden ieder herhaaldelijk toe te roepen : "Keer terug naar Mij met heel je hart, vast en heb berouw. Open je hart voor Mij en Ik zal je genezen". Wend je tot Mij, je Vader, en zo teder als een vader zijn kinderen behandelt, zal Ik diegenen behandelen die berouw hebben en tot Mij terugkomen, want Ik ben de meest Tedere voor de zwakken en de meest Medelijdende voor de ellendigen. Ik ben vol Medelijden en rijk aan Genadigheid. Jullie leven in een rebels tijdperk, en het is al voorzegd dat in jullie dagen de mensen zullen smalen over godsdienst en de spot zullen drijven met de Belofte. Deze mensen, met hun verharde hart, zullen weigeren te horen. Jullie leven in de laatste dagen voor de Dag van de Zuivering. Weest dag en nacht waakzaam en houdt nooit op te bidden. Ik verzeker jullie plechtig dat de dagen van Zuivering nabij zijn. Ik bemin jullie allen met een eeuwigdurende Liefde. En vanwege deze grenzeloze Liefde daal Ik in verschillende delen van deze aarde neer om jullie te waarschuwen. Begrijpt Mij niet verkeerd, door deze waarschuwingen te zien als dreigementen. Ik ben Heilig en verlang dat jullie, die geschapen bent naar Mijn Beeld, heilig bent. Ik heb sinds het begin der Tijden heiligen en profeten doen opstaan, om jullie eraan te herinneren dat Ik Heilig ben. Ik heb jullie allen voorbereid op deze Dag, de Dag van de Zuivering, waarop Mijn Geest van Vuur op jullie geworpen wordt om alle kwaadaardigheid weg te zuiveren. Het zal alles wat onheilig is zuiveren. Weest voorbereid op deze Dag, hoort Mijn Kreet, hoort Mijn smeekbede. Laat de wijze mens deze woorden begrijpen : komt terug tot Mij, keert terug. Ik ben jullie Toevlucht. Erkent de Tekenen, erkent dat dit de Tekenen van de Eindtijd zijn! Sluit jullie oren niet, sluit jullie ogen niet. Erkent de Tijden ... Herinnert je dat Ik, de Heer, jullie Toevlucht ben. Ik zegen ieder van jullie. Ik zegen jullie dierbaren. 1 Jes. 10,3. |