![]()
3 maart 1988
|
De Kerk zal herleven en in het Huis van je Vader zul je ze samenbrengen, hen zegenend. En Ik zal hen verlossen van het kwaad. Ik, de Allerhoogste, zal onder jullie verblijven, en jullie zullen woorden spreken uit Mijn Mond. Nadert jullie God, jullie allen die naar Mij verlangen, en neemt de volle maat van Mijn Vruchten. Komt allen die Mij beminnen en volgt Mijn wegen. Komt en verzadigt jullie. Eet van Mijn Vruchten en jullie zullen geen honger meer hebben. Komt allen die dorst hebben; drinkt Mij en jullie zullen geen dorst meer hebben. Wie Mijn deugden navolgt, zal zich nooit beschaamd voelen. Wie zich gedraagt zoals Ik dat verlang, zal Mij verheerlijken. Ach Vassula, zal Ik je ooit verlaten! Luister weer, en Ik zal Mijn Tuin mooi maken. Ik zal Mijn Boomgaard water geven. Ik zal Mijn bloemperken bevloeien en weer de tucht doen stralen. Beminde Vader, ik bemin U grenzeloos, ja dat doe ik ! Kom, herinner je, wij, ons ... |