![]()
1 februari 1988
|
Vassula, je zuster 2 is dood, maar de Heer is haar nu nabij en zal haar doen opstaan, en Liefde zal de Onbeminde liefhebben en ze zal tot Hem roepen: "U bent mijn God en Verlosser !" Door deze kreet zullen de duivels op de vlucht slaan; de verschrikte duivels zullen vluchten, want deze natie zal één worden en Gods meest toegewijde dienares. Genezen en opgewekt door Gods Kracht zal haar beeld van heiligheid al haar buurlanden aantrekken, door haar toewijding aan de Almachtige. Hier eindigt de Boodschap van Maria. Wat Jezus zei klonk alsof Hij nog veel meer verborgen heeft, dat geopenbaard zal worden. Het klonk gelukkig, opgewekt. Dochter, wat verlang Ik ernaar Petrus, Mijn Petrus, je zuster te zien bezoeken... Moedig hem aan, Heer, te gaan. Maak zijn weg vrij als dit Uw Wil is. Kom, Ik werk in veel harten, Vassula. Bid om Mijn Vaders gunst te verkrijgen. Ik zal Mijn Kerk hernieuwen. Wee de trouwelozen. Vassula, Ik wil je eraan herinneren dat Ik het ben die de groei van de hoge bomen tegenhoudt en de kleine doet groeien. Kom nu, wij, ja ons, ja. Ik zag Hem plotseling in de fauteuil zitten en zag Zijn mooie Gelaat, terwijl Hij met Zijn Hand "wij" beduidde. Het "ja" toonde mij aan dat ik Hem goed zag. Het andere "ja" bedoelde ook de Heilige Maria nabij Jezus, glimlachend. Ja, Vassula, twijfel nooit; Ik heb je geleerd Ons te zien met de ogen van je ziel. Ik ben je Leraar. Ik bemin je, twijfel daar nooit aan. |
|
De vrede zij met je, bloem. Jezus, ik haat mezelf omdat ik zo ellendig ben. Wat zeg je, Vassula! Je lijkt te vergeten hoe Ik met je verenigd ben. Let op wat je zegt. Onthoud: "ons, wij" ? O Jezus, Uw geduld is groot... Hoezeer bemin ik je, Vassula. (De vertaling van deze Griekse zin luidt : Mijn Huis heeft je nodig, zijn deuren zijn wijdopen voor je, Mijn kind.) 1 Dit jaar. 2 Rusland. |