![]()
30 januari 1988
|
De Heilige Maria schreit, het klinkt zo droevig. Heilige Moeder, ik verlang uw Onbevlekt Hart te behagen, ik zal bij u komen in Turijn, maar in mijn onwetendheid weet ik niet wat "beloften van trouw" inhoudt. Ik zou u alles geven wat u verlangt. Laat mij alstublieft weten wat ik u zal aanbieden, zodat ik die beloften in mijn onwetendheid niet zal breken. Behaag Mijn Zoon verder door Hem al je liefde en toewijding voor Mijn Onbevlekt Hart aan te bieden. Behaag Mijn Zoon verder door Hem zielen aan te bieden, opdat Hij ze verlost. Behaag Mij door Mij je beloften van trouw te offeren - dat zul je doen door Jezus te volgen. Wees Zijn evenbeeld. Bruid van Jezus, Onze beide Harten zijn omcirkeld door een krans van doornen. Mijn Boodschap in Garabandal werd genegeerd. Laat Mijn geliefde zoon, Johannes-Paulus II, tot Mij komen en Mijn Onbevlekt Hart en Jezus' Goddelijk Hart voelen. Laat hem voelen hoe Onze Harten doorboord en verscheurd zijn. Ze zijn één grote wonde. Ze hebben het Hart van hun God en Mijn Onbevlekt Moederhart opengereten. Ik wil dat je bidt voor al degenen die je zullen afwijzen. Ik ben bereid te lijden voor de Glorie van God. Vergeet niet dat Jezus en ik met je zijn. We zullen je troosten, bloem. O Heilige Maria, dus was het verkeerd wat we gedaan hebben ? Ja, Vassula. Laat je vrienden de Boodschappen van Jezus lezen, ze tot inkeer brengend, maar probeer niet zelf te gaan om je bij de kerkelijke autoriteiten voor te stellen. Ik moest niet zelf gaan, om mijzelf spontaan voor te stellen, tenzij ze het mij vragen en me uitnodigen te komen. Je moet dat werk aan je getuigen overlaten. Jezus heeft hun inzicht gegeven om te begrijpen hoe Hij werkt. Ik zal altijd met hen zijn. Wat is het grootste wonder dat Mijn Boodschap geloofwaardig maakt ? Bekering ? Dochter ? Ja, Heilige Maria ? Kom bij Mij in Mijn kerk in Turijn. Wil je dan je beloften voor mij afleggen ? Dat zal ik doen, Heilige Maria. Ik verheug Me je daar te zien. Vertel het ook aan Ismini; neem ook je vrienden mee. Ik zal allen zegenen. 1 Pauze. |