|
In de nacht van 25 op 26 december heeft Jezus het belang van de Boodschap van Garabandal met die van Fatima benadrukt en gezegd dat zij een en dezelfde zijn. Het was alsof ik die nacht niet gerust heb, de Boodschap bleef in mijn oren naklinken. Jezus benadrukte Zijn Tegenwoordigheid.
Het heiligdom van Fatima roept om erkenning van Garabandal. Ik heb jullie geleerd de Tekenen van de Tijd te lezen - kijken jullie naar deze tekenen? Hoe komt het dat jullie de Tekenen niet zien? Hebben jullie geen waarnemingsvermogen? Waarom is jullie geest gesloten? Waarom weigeren jullie te zien? Waarom weigeren jullie te horen? Hebben jullie Mijn Woorden vergeten? Waarom herhalen jullie je fouten? Beminden, waarom al deze giftige aanvallen op de Boodschap van Garabandal, die door jullie Heilige Moeder is gegeven, die de Ark van het Verbond is, van Mijn Woord tot jullie? Het verzet dat Mijn priesterzielen plegen tegen de verschijningen van Garabandal en hun boodschap, zijn allemaal manoeuvres van Satan. Weer opnieuw, zoals in Fatima, probeert hij te verhinderen dat Mijn Boodschap universeel wordt.
Hebben jullie niet begrepen dat Satan, de waarde van Mijn Reddingsplan kennend, dat Ik door Mijn Moeder in Garabandal aan eenvoudige kinderen heb gegeven, opnieuw probeert Mijn Plan teniet te doen, om jullie allen daardoor in duisternis te laten, zodat jullie ten val komen?
Satan verdubbelt, nu meer dan ooit, zijn pogingen om over jullie Heilige Moeder te zegevieren, door Mijn Kerk zo te manoeuvreren dat zij deze verschijningen loochent, die een vervolg zijn op de Heilsboodschap van Fatima. Satan probeert in zijn woede te verhinderen dat jullie je voedt door Mij. Mijn Reddingsplan is duidelijk - Ik kom om Mijn kinderen te redden. Herkent Mijn Stem - weest niet verbaasd over het soort instrumenten dat Ik gebruik. Ik heb een niets gekozen, dat niets weet, een onbeschreven lap canvas, zodat het duidelijk is dat de Werken die dit doek vullen, van Mij zullen zijn, en opdat jullie geloven dat Ik het ben, Jezus, de beminde Zoon van God, die deze keer spreekt. Mijn Koninkrijk is onder jullie. Mijn Abels, Ik weet dat jullie Mij weer zullen herkennen. O beminden, hoezeer bemin Ik jullie! Ik zal spoedig Mijn plan aan jullie onthullen.
Heer, als de priesterzielen Uw stem niet herkennen, wat gebeurt er dan?
Vassula, het is niet aan jou dat te vragen; stof en as.
Met deze woorden herinnerde God mij eraan dat ik de minste ben onder Zijn schepselen.
Laat Mij je leiden zoals Ik wil, laat deze dingen aan Mij over.
Ja Heer.
O kom, begrijp Mij niet verkeerd! Ik ben de Liefde, leer te aanvaarden. Kom, wij, ons? Ik zal je lamp bijvullen.
Ja Heer, ik dank U voor Uw liefdevolle zorg voor mij.
Laten we gaan.
|