|
Vassula, de wind blaast en wordt elke dag sterker. Hij blaast over deze wildernis die Mijn schepping is geworden, het woestijnzand opwaaiend en het steeds dichter bij het weinige vruchtbare land brengend dat nog over is. Het heeft er al een gedeelte van bedekt. Als we ons niet haasten, kleintje, zal er weldra niets anders meer zijn dan woestijn.
Heer, heb alstublieft geduld met mij, want ik leer langzaam.
Bloem, herinner jij je hoelang Ik buiten je deur was? Ben Ik niet al die jaren geduldig geweest?
Jezus, waarom heb ik U al die jaren niet gehoord?
Omdat je door de wereld misleid was. Je behoorde Mij toe vanaf het begin, maar de wereld misleidde je, overtuigde je ervan dat je haar toebehoorde. Zo verraderlijk en bedrieglijk is Satan. Vandaag bestaat zijn werk erin Mijn schepping ervan te overtuigen dat hij niet bestaat. Op die manier werkt hij zonder dat iemand bang voor hem is en, als lammeren, loopt Mijn schepping in de val en wordt door de wolf verslonden. Dat is zijn plan voor vandaag.
|