|
Mijn God, U lijkt ongelukkig te zijn over sommige van Uw priesterzielen.
Vassula, zij zijn verantwoordelijk voor zoveel zielen; zij vallen niet alleen, maar trekken veel zielen met zich mee.
Maar, Heer, er moeten veel goede priesters zijn, die U beminnen en werken zoals U dat van hen verlangt. Ik ken er enkele.
Ach Vassula, er zijn er veel die Mijn richtlijnen volgen, die zichzelf opofferen, nederig leven, elkaar beminnen en Mijn lammeren voeden. Zij zijn het zout der aarde, de beminden van Mijn Ziel; zij zijn Mijn Abels; zij zijn de balsem op Mijn Wonden, die Mijn pijn verzachten. Tot Mijn verdriet zijn onder hen ook Kaïns, de pijlen in Mijn Lichaam, verraderlijk, verblind door ijdelheid, slecht en met verachtelijke neigingen. Zij zijn de doornen in Mijn Hoofd; talloos zijn hun zonden; schijnheiligheid is hun meester, en het is tegen hen dat de goddelijke Gerechtigheid ontbrandt.
Neem Mijn Hand, dochter; blijf dicht bij Mij, en Ik zal je deze doornen aanwijzen; Ik zal je met goddelijke kracht de uiterste diepten van Mijn Lichaam binnenleiden; Ik zal je de punt van de lans doen herkennen. Ik zal de Kaïns niet sparen, Vassula, want wat hebben zij Mij te bieden? Hun handen zijn leeg en hebben Mijn lammeren niets te bieden. Ze houden ervan zich in het openbaar te vertonen en laten zich graag onderdanig groeten; ze zijn als zout dat zijn smaak heeft verloren. Ik zeg je in waarheid, dochter, zij zijn de Farizeeën van vandaag!
O God, dat is verschrikkelijk.
Vassula, daarom zal alles wat verborgen was aan het licht komen, en alles wat bedekt was zal worden onthuld, want dat is Mijn wil. Kom nu, vergeet Mijn Tegenwoordigheid niet.
Nee, Heer, ik zie U als Mijn Heilige Vader, Heilige Vriend, Heilige Broeder, en ik zie de Heilige Maria als mijn Heilige Moeder; U bent mijn Heilige Familie; hoe zou ik U kunnen vergeten?
Beminde, Ik ben ook je Bruidegom; dat is de manier waarop Ik wens dat je Mij bemint. Bemin Ons innig, vergeet niettemin nooit dat Wij Heilig zijn, door Ons te eren. Wij zijn je Heilige Familie, Ik ben je God; wees waakzaam.
Ja, Heer.
Laten we gaan.
Ja.
|