![]()
28 september 1987
|
Vassula, ben je gelukkig dat Ik je heb bevrijd? Ja, mijn God, ik ben erg gelukkig bij U te zijn. Ik voel mij tot U aangetrokken en ben gelukkig. Geloof je Mij, nu Ik banden van liefde met je heb? Dat geloof ik nu, Heer. Kleintje, zegen Mij. Ik zegen U, Jezus; ik bemin U en dank U.
Hoe, Heer? Door Mijn tekenen te verwerpen hebben ze Mij, hun God, verloochend. Heb Ik niet gezegd dat hij, die Mij verwerpt in tegenwoordigheid van mensen, verworpen zal worden in tegenwoordigheid van Mijn engelen? Heb Ik niet gezegd dat Ik zal doorgaan Mijn Naam bekend te maken aan jullie? Waarom twijfelen ze er dan aan dat Ik midden onder jullie ben, en dat Ik door Mijn Barmhartigheid tekenen en wonderen aan jullie geef die amper worden erkend? Want laat Mij je vertellen, dochter, ze hebben de sleutel van de kennis weggenomen! Ze zijn zelf niet binnengegaan en hebben ook anderen, die dat wel wilden, niet binnen laten gaan! Mijn God! U lijkt zo boos, Heer!
Ja, Heer. Ons, wij? Ja, ons.
|