|
Vassula, heb berouw!
Ik heb berouw verwekt.
Ik vergeef je je zonden. Nu wil Ik dat je Mij prijst!
Ik aarzelde, zoekend naar de juiste woorden.
Vassula, zeg: "Glorie zij de Almachtige God". Weet je wie Ik ben?
U bent de Alfa en de Omega, Schepper van alles.
Dat heb je goed gezegd, Mijn kind. Ik zeg je nu dit: Gezegend zij die Mijn Boodschap zullen lezen en geloven dat Ik haar heb geschreven, zonder dat ze hebben gezien dat Ik haar schrijf. Gezegend zij die Mijn Boodschap horen en haar opvolgen. Gezegend zij die verenigen en Vrede en Liefde verspreiden; verspreid Mijn Boodschap; verspreid Mijn Vrede en laat haar heersen in alle harten. Twijfel nooit aan Mijn Liefde.
Hoe wilt U dat ik haar verspreid; hoe zou ik iets kunnen doen? Ik ben machteloos.
Wacht af, Vassula, en je zult zien; Ik zal je helpen. Kom. Ons, wij?
Ja, mijn God, ons, wij.
|