Mijn God, ik bemin U!
Vassula, je bent welgevallig in Mijn ogen. Luister en schrijf. De Abel van vandaag zal leven; vertrouw alleen op je God; Abel zal leven! Deze keer zal Abel leven. Beminde, de wereld in haar zwakheid is vol Kaïns. Zou Ik het voor altijd kunnen aanzien hoe Mijn Abels veroordeeld en gedood worden door Kaïns? Hoeveel meer zouden er nog voor Mijn ogen moeten sterven? Nee, Vassula, Ik heb Wonden die opnieuw zijn geopend; deze generatie is een geslacht van Kaïns. Beminde, telkens wanneer er een Abel opstond, herhaalde een Kaïn zijn misdaad zonder de minste aarzeling; zie je, kleintje?
Toen God hierover sprak leek Hij bedroefd, en ook ik werd bedroefd.
Wat is hiervan de reden?
Dat komt omdat de Abels Mijn zaad zijn; ze zijn van Mij afkomstig.
En de Kaïns?
De Kaïns? Die behoren tot de wereld; zij zijn afkomstig van mensen. Deze keer zal Ik Mij plaatsen tussen Kaïn en Mijn Abel; Ik zal alles uitroeien wat van Kaïn komt. Ik zal Kaïn het wapen uit de hand slaan en hem weerloos achterlaten; hij zal Abel onbewapend tegemoet moeten treden. Vassula, Ik zal je dit alles uitleggen. Kijk Mij aan, en let op Mijn Lippen als je dat doet, en je zult begrijpen. Wil je nog steeds voor Mij werken?
Ja, mijn God, als U het mij toestaat.
Jezus?
Ik ben Jezus Christus, beminde Zoon van God en Verlosser. Wij, ons?
Ja, Heer.
Ik ben gelukkig. Hij glimlacht!
Kom dan; we zullen samenwerken.
|