![]()
5 augustus 1987
|
Jezus?
Dank U voor deze genade. Hoewel ik weet dat ze ook is bedoeld als voedsel voor anderen, is ze toch voor mij. Gedurende eindeloze uren zullen Ik en jij samen zijn. Ik zuchtte. Alles, Vassula, is slechts een voorbijgaande schaduw; raak niet ontmoedigd; Ik zal je nabij zijn. Toen herinnerde ik mij hoe onbekwaam ik mij voel om "in ballingschap" te leven en wat een hekel ik eraan heb; wat ik in het verleden amusant vond, is nu een last, en ik kan niet langer vreugde beleven aan die dingen. Ik kan ze niet langer verdragen... Ik ben een buitenbeentje.
Ik voelde mij wanhopig. Vassula, Vassula, je kunt van deze aardse bezigheden niet langer genieten zoals vroeger, want dat is Mijn Wil. Ik wil niet dat je je met die dingen bezighoudt. Jezus?
Heer, waarom doet U mij zoveel pijn en laat U mij dit alles zien? Het visioen was zo levendig, dat ik dacht dat Zijn Bloed op mijn boek zou druppelen.
Ik bemin U.
Terwijl Hij "wij" zei, maakte Hij met Zijn Wijsvinger een gebaar als een leraar. 1 Grieks voor: Ik Ben. |