![]()
Zwitserland, 4 augustus 1987
|
Ik word haast bang als ik eraan denk wat er gebeurt. Is dit het inzicht waarover God verleden week sprak? Mijn God?
Begrijp ik U goed, Heer?
O mijn God, zal mijn gestel dat alles verdragen? Niet dat mijn geest ervoor terugdeinst, maar mijn vlees is zwak.
Ja, mijn God, als dat Uw wens is. Kom, de Liefde zal je leiden. Ik was hier bang voor, en wel hierom: drie dagen geleden lieten ze op het tv-nieuws twee kinderen zien, die gestorven waren nadat ze onder aarde bedolven waren. Ik had medelijden met de kinderen en hun ouders. Ik bad voor de ouders. De volgende dag vertoonden ze een tornado in Canada en de verschrikte mensen die er, nog door vrees bevangen, over praatten. Dezelfde avond bad ik ook voor hen. Ik had medelijden, maar niet alsof ik in hun schoenen stond. Plotseling wierp God Zijn doorborende straal op mij; ik voelde hoe die mijn borst doorboorde en er door mijn rug weer uitging. Het brandde en deed mij zoveel pijn, dat ik wilde wegrennen om water te drinken; het was alsof ik in brand stond! Later ben ik ingeslapen: Hij gaf mij een levendig beeld van hoe ik mij had moeten voelen. In mijn droom stierf mijn eigen zoon; ik werd wakker van doodsangst, en God vertelde mij, terwijl ik deze verschrikkelijke angst doormaakte, dat ik onmiddellijk moest bidden voor de ouders die hun kinderen hadden verloren. Ik bad vurig, alsof het de mijnen betrof. Ik sliep weer in, en ogenblikkelijk gaf God mij weer een beeld van mijzelf, gegrepen door een tornado; ik maakte wanhopige doodsangsten door. Hij wekte mij weer en zei mij te bidden voor hen die dit hadden meegemaakt. Ik bad vurig, daar ik nu een levendige voorstelling had van de ramp. In mijn borst voel ik nog de vuurstraal die God enkele dagen geleden in mij dreef. |