![]()
25 juli 1987
|
Ik ben je Hemelse Vader, die je bemint. Met Uw hulp zal ik Uw wensen vervullen. Wees het Licht dat mij leidt. Later: De gedachte aan de Getuigen van Jehova, die gaan komen, geeft mij een onbehaaglijk gevoel. Wat moet ik tegen hen zeggen? Schrijf. Jezus gaf een teken met Zijn Hand en wees naar dit schrift. Bemin hen. Doe wat Ik je vraag te doen; bemin hen; het zijn allemaal Mijn kinderen. Maar ik ben bang dat ze mij verkeerde raad geven; ze schijnen te willen zeggen dat zij de enigen zijn in de gehele wereld die de juiste godsdienst hebben en dat de rest, zoals de Katholieken, de Protestanten, de Moslims, de Joden enz. voor honderd procent verkeerd zijn! Dat je alleen door hun geloof de hemel kunt bereiken. Jezus leek onverbiddelijk. Beminde, bemin hen. Goed, maar wat als ze beginnen mij te misleiden? Zou Ik passief toezien als Ik hoor dat ze jou misleiden? Nee. Dochter, wees niet bang; Ik zal je leiden. Ik ben blij bij U te zijn, mijn God. Waarom? Jezus leek verlangend om de redenen te horen. Hij geniet daarvan! Omdat ik U bemin, omdat U mijn geluk bent, mijn vreugde en glimlach; U bent mijn gelukkige leven. Dat is de reden.
|