HOME MESSAGES
Ik ben je Trooster

3 juli 1987

Jezus?

Ik ben. Beminde, inspiraties komen van Mij, zoals de dauwdruppels op de bladeren komen. Ik heb een verbond met je gesloten dat Ik je trouw zal zijn. Ik heb Mijn maatregelen genomen, opdat ook jij trouw zult zijn aan Mij, zie je?

Jezus heeft ervoor gezorgd dat ik Hem niet ontsnap, wetend hoe zwak ik ben...

Vassula, zul je omwille van Mij Mijn Kerk verenigen? Ik ben vóór je, en Ik ben Degene die je instructies zal geven, volg Mij alleen maar. Ik wil al Mijn Kerken herenigen. Ik wil dat Mijn priesterzielen zich Mijn Werken van vroeger herinneren en de eenvoud die Mijn leerlingen bezaten, de nederigheid en de trouw van de eerste Christenen. Kom, Ik zal de diepste en meest intieme verlangens van Mijn Hart onthullen. Sta Mij toe ze je in te prenten, kleintje.

Hier voelde ik mij werkelijk hulpeloos. Ik voel dat God zoveel belangrijke dingen verlangt die Hij mij voorhoudt door ze neer te schrijven, en ik zit er als verlamd bij. Ik voel dat ik niet doe wat Hij wil, want er is niets veranderd, maar hoe kan het veranderen als werkelijk niemand veel ervan weet. Ik voel dat ik Hem mishaag, dat ik Hem niet gehoorzaam, niet doe wat Hij het meest verlangt. Meer dan honderd mensen hebben kopieën van deze openbaringen, maar dat is niet voldoende!

Jezus?

Ik ben; leef in vrede. Ik zal Mijn Kerk herstellen. Sta Mij toe, Vassula, je alleen Mijn Woorden in te prenten. Ik bemin je; verheerlijk Mij door Mij te beminnen. Mijn Kerk te herenigen is Mijn Werk. Jij zult alleen boodschapster zijn. Begrijp je het verschil? Zelfs wanneer Ik zeg: vernieuw of herenig Mijn Kerk, Vassula, is dat nooit direct aan jou gericht; je zult het leren; heb je niet een deel van Mijn Werken bij Mij geleerd?

Ja, Heer, dat heb ik.

Wacht af, en je zult zien.

Er volgde een lange pauze. Hij had mijn hand stilgehouden op het papier, zonder iets te zeggen, en toen zei Hij:

Ik heb je een vraag te stellen; waarom ben je nu niet bij Mij gekomen om troost?

In een flits van enkele seconden gaf Jezus mij een visioen, een heel verhaal, als een parabel. Het ging over een kind en een moeder. De moeder raakte haar kind voor jaren kwijt; tenslotte, toen ze het had teruggevonden, was ze zo gelukkig dat ze haar kind trachtte te leren om bij haar te komen voor alles wat het wilde, omdat ze het beminde en het haar toebehoorde. Het kind had er grote moeite mee zich weer aan te passen aan iemand die zei zijn moeder te zijn die voor hem zorgde; het was gewend in zijn ellende zelf rond te ploeteren, daar het niemand had gehad tot wie het zich kon wenden. Maar nu vergat het opnieuw dat de moeder degene is die het zou kunnen helpen en troosten. Het visioen was dat van een klein kind dat weer in volkomen ellende leefde, jammerend rond het huis en de moeder negerend. De moeder, die het kind in zijn ellende zag, voelde zich pijnlijk getroffen, gekwetst haar kind in ellende te zien, gekweld bij het zien dat het kind nog steeds niet wilde komen om zich in haar armen te werpen en te laten zien dat het de genegenheid van haar nodig had. Het hart van de moeder was volslagen ontredderd bij het zien van haar kind in ellende en ook in afwijzing van haar, die zoveel zou kunnen doen als het vertrouwen in haar zou hebben!

Ik was dat kind; de moeder, Jezus. En dit alles omdat ik het gevoel had tot niets te komen, de boodschap met mij mee te dragen zonder veel te doen. Ik besloot er een nachtje over te gaan slapen om het te vergeten. Dus ging ik naar bed en probeerde te slapen om het te vergeten. Dit gebeurde in de namiddag; ik dacht aan Jezus, maar ik voelde mij te miserabel om Hem zelfs onder ogen te komen.

Ja, precies, ja; beminde, Ik ben je Trooster! Leun je hoofd tegen Mij; sta Mij toe je te liefkozen en je pijn te stillen; sta Mij toe Mijn woorden in je oor te fluisteren. In Mijn Hart heb Ik een plaats voor je; besteed geen tijd elders; kom nu in jouw plaats.

Hij zei dat met zoveel tederheid, op een manier zoals alleen God kan spreken.

Ik ben onbekwaam...

Ik zal je optillen en je erin plaatsen.



previous index next