![]()
31 December 2000
|
tempels van God, 2 Ik heb jullie muren onderzocht en Ik ben niet tevreden, want jullie neigen ertoe Mijn Woord lichtvaardig op te nemen ... Ik heb Mijn Engel gezonden om Mijn tempels te controleren en eromheen te lopen; Ik heb hem gezonden om Mijn paleizen te bekijken, en wat hij zag was ontstellend… jullie muren hebben hun glans verloren, en van ivoren paleizen, een waardige woonplaats voor jullie Koning, zijn jullie muren nu een ruïne geworden, daar jullie zijn opgehouden Mijn Heilige Geest aan te roepen, wiens doorzichtige stromen jullie verfrissen door Mijn verblijfplaats te heiligen; binnen jullie muren was het Mijn bedoeling jullie te vullen met schatten 3 en wonderen te verrichten daarbinnen, om daarin de volheid van Mijzelf van ganser harte in jullie uit te storten en jullie te vergoddelijken; begrijpen jullie Mijn bedoelingen ? Ik, de Godheid, niet alleen van Mijn Kerk, maar van heel Mijn schepping, verlang Mijzelf aan jullie te geven; Mijn levengevende doorgang in jullie zal niet onopgemerkt voorbijgaan: een Levengevende Bron zal opspringen als een fontein binnen jullie zo beklagenswaardige muren ! en terwijl jullie zullen herleven, zullen jullie met zang en blijdschap roepen : 'de Allergenadigste en liefhebbende God, wiens Luister is vergroot in heel Zijn schepping, heeft mij vervuld van het licht van de verrijzenis! Gezegend zij Zijn Heilige Naam! mijn Drie-Ene God heeft in mij geschenen; de Bruidegom van heel Zijn schepping is genadig in mij gekomen om mij te omhullen met mystieke onderrichtingen, die rechtstreeks uit Zijn Mond komen, mijn ziel overstromend met het Licht van Wijsheid en Haar onderrichtingen; Hij kwam in majesteitelijke Heerlijkheid om Zijn volk te herinneren aan de kracht van redding door de vergeving van hun zonden; dit door de Oneindige Barmhartigheid van Zijn Hart' O ja ! al Mijn Wegen zijn genade en waarheid ... en uit Mijn Mond is de Waarheid verkondigd; niets verdraaids in Mijn Woorden, niets vals, maar ze zijn gekleed in majesteit en macht, en ook met noblesse; ontwaakt, tempels ! 4 waarom slapen jullie ? jullie hebben je God in majesteit en schittering vóór je, die jullie uitnodigt ! Ik heers verheven en Ik sta vóór jullie om jullie Mijn ontelbare Schatten aan te bieden; de winst zal voor jullie zijn; kijk ! Dageraad 5 was gebonden te komen, maar het komt Mij voor dat jullie Mijn aanbod niet hebben gewaardeerd; Ik heb evenmin lofprijzingen gehoord voor Mijn genadig gebaar; je bent niet volgroeid, generatie, en als je gelooft dat je bent volgroeid, ben je niet volgroeid in Mijn Hoven, jullie zijn gevoed in andere gronden; uit Mijn Handen, niet te tellen rijkdommen, die Ik doorgeef zonder reserve, en toch, na ze te hebben ontvangen hebben velen van jullie ze veranderd, anderen hebben ze verruild voor een valse imitatie, 6 afwijkend van de waarheid; in het begin van Mijn Nobel Thema 7 keek Mijn Vader met groot ongenoegen naar de aarde, die in verwarring was, en zei : 'je bent veeleisend 8 geworden, generatie…' vandaag zeg Ik: 'je bent niet volgroeid in Mij, nauwelijks gegroeid, je takken zijn afgebroken; je vrucht is nutteloos, onrijp en zuur, nergens goed voor; verraad verleidde je dwaasheid ...' Dageraad 9 was met je, maar je hebt wat heilig is lichtvaardig genomen; de aantrekkingskracht van het kwaad werpt goede dingen in de schaduw, en de wervelwind van verlangen bederft een eenvoudig hart; is het ooit tot jullie hoofd doorgedrongen, slechte generatie, dat genade en barmhartigheid de gekozenen van de Heer wacht ? heb je nooit begrepen dat Ik je heb geroepen ? zijn Mijn gezalfde woorden voorbijgegaan als een vluchtig gerucht ? is Mijn Tegenwoordigheid voorbijgegaan als een schaduw ? het schijnt dat de gestolen wateren jullie aantrekken en dat brood, dat in het geheim wordt gegeten, beter smaakt in jullie mond, dwaze generatie ! daarom lenen jullie monden zich vrij aan het kwaad; nu toon Ik Mijn Hart nogmaals; 10 oh generatie ! als jullie eens de genade van jullie tijden zouden beseffen, de genade van Mijn Barmhartigheid ! een genade die de kennis van de mens te boven gaat ! en hoewel Ik jullie zo slechte bedoelingen ken en de minachting die Ik van velen van jullie, die Ik bemin, zou ontvangen, ga Ik door met Mijn bedoelingen vol grenzeloze Liefde, en als een bedelaar, beroofd van liefde, veroordelen jullie 11 Mij, behandelen jullie Mij als een misdadiger; kampioenen in trouweloosheid, jullie vertrouwen op je wereldlijke schatten en niet op Mijn Goddelijke Schat die jullie redding kan brengen; O Heer, is er nog een goede mens over? slechts één enkele ? niemand is goed behalve God ... maar alleen God kan jullie vergoddelijken door jullie te brengen op het pad van de deugden, jullie vergoddelijken om het gebeente van Mijn Gebeente te zijn, het vlees van Mijn Vlees, en te worden herkend als Zijn Eigen zaad ... Mijn Geest treurt, want Ik wens niemand te bannen uit Mijn Eeuwige Tegenwoordigheid; 12 in Mijn grote tederheid ben Ik bereid jullie fouten weg te wissen als jullie jezelf zouden vernederen, tempels van God, en berouw zouden hebben, hoewel Ik de woorden 13 van een godslasteraar niet zal vergeven; heb berouw, anders zal Mijn Heilige Geest nooit blijven in een lichaam dat verplicht is aan de zonde; bedrieg Mijn Heilige Geest niet door wat van God komt te beschuldigen; door het goede slecht te noemen; dat zal fataal zijn voor je ziel; 14 Mijn Geest is gebroken door alles wat Ik van boven zie; de boosdoener kan zich niet verbergen voor Mijn Ogen noch degene die dag en nacht 'wraak' brult naar zijn broeders, in het holst van de nacht… ach, Vassula, laat Mijn Woorden vanuit jou echoën; vertel aan iedereen, goed of slecht: 'Ik doe Mijn Stem horen vanuit de Hemel; Ik roep luid opdat iedereen hoort, goed of slecht; ja, inderdaad, Mijn Stem heeft de uiteinden van de wereld bereikt; de goeden zowel als de slechten moeten berouw hebben; de goeden omdat ze niet precies Mijn Wil doen en omdat ze niet op de juiste manier bidden; 15 velen van hen benaderen Mij met slechts woorden; de slechten voor het bedrijven van doodzonden, vanwege hun hardheid van hart en hun onverschilligheid jegens Mij en Mijn Wet'; daar Mijn tempels nu in ongenade liggen, zal Ik door Mijn Oneindige Barmhartigheid doorgaan Mijn Geest uit te storten over deze verachtelijke generatie, om haar te doen herleven; dan zal deze dorheid jubelen en vruchtbaar zijn; dan zal, als liefde vervlochten is met rechtschapenheid, de wereld van het verleden zijn verdwenen ... hoewel Ik had voorzien dat velen van jullie, dronken van boosaardigheid, Mijn wonderen zullen afwijzen, zal Ik tenslotte triomferen over deze slechte generatie; als ze je vragen: 'maar Christus heeft al getriomfeerd; Hij heeft de wereld veroverd, want Hijzelf heeft het gezegd; hoe zal Hij dan nog meer triomferen? Wat is de tiomf waarover Hij spreekt?' vertel hen het volgende, dochter: 'alles wetend vóór jullie schepping, en wetend dat deze vraag zou worden gesteld door velen van jullie, vertel Ik jullie nogmaals de volgende woorden, die Ik heb gesproken tot de Vader; Schrijf : wanneer Ik alle mensen naar Mij toe trek, in Mijn Hart, zal Ik opnieuw verheerlijkt worden; Ik ben de nieuwe Adam en Ik ben het licht van Instructie en Heilige Wijsheid; als alle mensen, d.w.z. de wereld, zullen beseffen en geloven dat Ik gezonden ben door de Vader, zal Ik opnieuw triomferen, want zij zullen dan eenstemmig zeggen : 'dit is de Christus, Een van de Heilige Drie-Eenheid, zuiver Licht, die de zielen en heel Zijn schepping verzamelt in Zijn Goddelijk Licht; O Heer en God, door Uw Handen hebt U alle dingen geschapen met majesteit en glans; met blijdschap en lachrimpels hebt U alles gevormd, alle dingen met genaden vervuld, maar de duivel heeft ons in zijn jaloezie beroofd van deze genaden, zelfs van het leven; hij heeft ons beroofd van Uw Licht, totdat U kwam, Redder en Verlosser, om ons te verlossen; Heer der heren, zalving van onze ziel, driewerf Heilig Licht, U vergoddelijkte Uw Goddelijk Lichaam terwijl U op aarde verbleef, door Uw Verrijzenis, door Het geestelijk en onbederfelijk te maken; U overwon alle materiële dingen van de aarde; U triomfeerde over de Dood; U schiep een Openbaring 16 voor alle eeuwigheid; Beminnaar van de mensheid, U bent de levende God die ons Uw Bruid 17 hebt gegeven waarin Zij de Waarheid handhaaft en haar veilig bewaart; ach, driewerf heilig Licht, U werd zichtbaar gemaakt in vlees, om ons de Vader te laten zien; de Vader die is in U en dat U bent in Hem'; vraag dus niet, generatie, hoe zal de triomf zijn; de triomf zal zijn als op het einde de hele schepping zal komen in een omvormende eenheid van liefde met Mij, en één is, eenstemmig uitroepend : Ik ben de Koning zoals je hebt gezegd, dochter; Ik ben de Koning, zoals de Heilige Geest in je oor heeft gefluisterd om het te verklaren ... omdat je dus nog in ballingschap bent, offer meer van jezelf en blijf verenigd met je Goddelijke Broeder; draag in stilte alle beproevingen die je worden opgelegd, je bent niet alleen bij het dragen ervan, Ik ben met je, Mijn duif; draag ze omwille van Mijn zaak; je bedekt veel zondaars door je beproevingen; verblijd je ! want Ik heb je een overvloed aan genaden geschonken, om op deze wijze met Mij te zijn; zie je ? laat dit voldoende zijn om al je smarten en lijden opzij te zetten; laat je Koning nu blij zijn in jou; kom; ic 1 Het geuite woord is : Ik Ben; de Heer liet het niet schrijven op mijn manier, maar nam mijn hand over. 2 Hier richt de Heer Zich tot Zijn volk, Hij spreekt op een figuurlijke manier ... 3 Ik wist dat dit woord stond voor 'deugden'. 4 Figuurlijk voor 'zielen'. 5 Dageraad staat voor Barmhartigheid. 6 De Heer legt uit hoe sommige mensen, na te zijn bekeerd door Zijn Boodschap, vanuit hun geestelijke onvolwassenheid zijn afgezakt, andere boodschappen volgen en die voor echt aanzien ... 7 Deze Boodschappen. 8 Veeleisend betekent : niet gemakkelijk tevreden; snel in het iets aan te merken hebben. 9 Staat voor Barmhartigheid. 10 Onze Heer herinnerde mij hier aan die dag waarop Hij Jeruzalem binnentrok en weende over de stad, zeggend : 'ach, mocht ook gij op deze dag nog erkennen wat u tot vrede strekt ! Maar helaas, het is voor uw ogen verborgen ! Lc. 19, 41-43 11 De mensen die Zijn boodschap vervolgen en haar bespotten ... 12 Niet in het Paradijs te zijn, zielen die nog in het Vagevuur verblijven, zien God niet, totdat zij hun zuivering hebben voltooid. De zielen in de Hel zien God nooit, en hoewel zij Hem haten, lijden zij ook hierdoor ... 13 De godslastering tegen de Heilige Geest (Mt. 12, 22-32) 14 (Mt. 12, 22-32) de Godslastering. 15 Als een ziel niet nederig is, zal de in het gebed gestelde vraag niet worden gehoord. Naarmate de ziel nederig is des te gemakkelijker trekt zij de aandacht van God om het te horen. 16 De Bijbel. 17 De Kerk. |