![]()
18 Februari 1997
|
de absolute nietigheid ervan doet Mijn Hart opspringen met zoveel vreugde, dat Ik de aandacht trek van Mijn Engelen die Mij omringen; U en U alleen bent mijn Beker... aan iemand die zo zwak is, wat zal Ik die niet geven... wat zal Ik daarvoor niet doen... moge je wedloop met Mij in de wereld gezegend zijn, want hij zal veel zielen redden; laat zelfs de bergen en heuvels diep buigen bij het horen van Mijn Lofzang van Vrede, die Ik heb gegeven aan Mijn volk; herinner hen eraan dat Ik de armsten 1 zal verdedigen; vertel hun dat in jullie dagen de deugd zal beginnen te bloeien, en een universele vrede spoedig Mijn schepping zal bedekken, want Mijn Rijk zal zich uitstrekken van zee tot zee; en het Beest zal terugdeinzen voor Mijn Tegenwoordigheid, en je vijanden, die Mijn vijanden zijn, zullen in het stof kruipen; de Amen is op Zijn weg om elk ras te zuiveren met een verterende vlam, want Ik haat de praktijken van de afvalligen; de hemelen zijn nu aan het werk, draag Mij dus als een rijk kledingstuk, om op onze reis de woorden van de Amen aan te kondigen; volg Mij in Mijn voetsporen, die doordrenkt zijn van Mijn Bloed; Ik bemin je, kind, draai je om en kijk naar Mij, en zeg Mij dan dat je Mij ook bemint Ik, Jezus, zegen je; 1 Arm van geest. |