HOME MESSAGES
Bemin Mij ondanks je twijfel

29 mei 1987

Beminde, heb berouw. Schepsel, zegen Mij. Geloof in wat je vraagt.

Ik had Hem gevraagd mijn zonden te vergeven, maar ik besefte pas dat ik het slechts met de lippen vroeg toen God zei: "Geloof in wat je vraagt".

Ik vergeef je je zonden. Bemin Mij door Mij te eren; bemin Mij door Mij te verheerlijken.

Ik vroeg het Hem nogmaals en zegende Hem.

Ik ben God, schepsel, wees bij Mijn Staties aanwezig. Verlang slechts naar Mij, bij elke Statie; Ik sta bij elke Statie; Ik zal bij Mijn Kruiswegstaties zijn, en Ik wil dat jij daar bent; Ik wil dat je knielt bij Mijn Staties.

Heer, ik weet niet wat U bedoelt! Welke Staties? (Wij Orthodoxen kennen niet het gebruik de Staties of het volgen van de Kruisweg.)

Ik zal daar op je wachten; onderzoek wat Ik van je vraag, ga op onderzoek uit. Ik zal je zuiveren om je in staat te stellen Mijn offer te zijn. Verlang naar Mij; stil Mijn onverzadigbare dorst. Verzadig Mijn brandende Vlam van Liefde; stel Mij tevreden, je God. Door Mij volledig geloof te schenken, zal Ik je sluier helemaal wegnemen om Mij zonder beperking te zien. Je hebt zeker al van anderen, die Mij eerder hebben gezien, over Mijn Schoonheid gehoord! Geloof, geloof onvoorwaardelijk; kom dichter bij je Vader, en Ik zal je sluier helemaal wegnemen. Dochter, heb Ik je niet aan Mijn Hof gebracht?

Ja, Heer.

Heb dan vertrouwen in Mij; laat niet toe dat mensen je van Mij verwijderen; Ik heb je deze gave gegeven, gebruik haar dus om Mij te bereiken! Vrees de Liefde niet; Ik ben Almachtig, geloof in Mijn Almacht. Dochter, Ik verlangde je in Mijn Hof te hebben, dus hoeveel temeer zal Ik dan niet verlangen dat je er blijft?

Mijn God, misschien zullen we elkaar verliezen door mijn fout.

Heb je onze verbintenissen vergeten? Ik ben je Bruidegom, en jij leeft in Mijn Huis. Ik voed je, Ik omhul je met Mijn Licht, Ik waak over je zwakheid, Ik behandel je als een kind vanwege je ellende. Wat zou Ik niet allemaal voor je doen! Ben je gelukkig bij Mij, Vassula?

Ja, Heer. Moge U altijd gezegend zijn, want U bent het die Mij geluk schenkt. U bent mijn glimlach.

Bemin Mij ondanks je twijfels.

Heer?

Kom, je bent zwak, maar Ik zal je sterken. Ik wil dat je sterk bent voor Mijn Boodschap. Zou je willen dat Ik je ogen volledig ontsluier om Mij duidelijker te zien?

Dat zou ik willen, als dat Uw wens is.

Je moet nog een paar stappen dichter bij Mij komen; je bent er bijna! Ik zal je ogen ontsluieren, en je zult vóór je je Verlosser aanschouwen! Vijf van Mijn Wonden zullen open zijn, opdat je er binnendringt. Ik zal je Mijn smarten laten proeven; Ik verlang naar dat moment. Vervul Mij met woorden van liefde; Vassula, je bent met Mij verbonden, en voel je je desondanks niet vrijer? Glimlach naar Mij als je Mijn Tegenwoordigheid voelt en Mij ziet. Ik ben Mij ten volle bewust van je bekwaamheid en je wijsheid; Ik weet dat Ik een niets bij Mij heb, een volslagen niets. Kom, begrijp Mij niet verkeerd; zal Ik een niets hebben, of zou Ik liever een of andere rivaal hebben? Ik zal natuurlijk kiezen voor een niets om Mijn woorden en verlangens over de aarde te zenden zonder de minste ontkenning.

Heer, U hebt mij zoveel gegeven; ik voel mij bij U in de schuld staan!

Heb je iets om aan Mij te geven, Vassula?

Ik aarzel, wat kan ik geven?

Natuurlijk heb je een kleinigheid van een of ander iets! Maar ook al heb je niets om Mij te geven, Ik bemin je.

Misschien heb ik toch iets om U te geven?

Heb je jezelf afgevraagd of Ik het wil of niet? Ik ben Mijzelf genoeg.

Zou U willen dat ik U iets gaf?

Ja.

Maar wat ik U ook geef, het zal in Uw Ogen niets goeds zijn!

Waarom?

Omdat U Volmaakt bent.

Ik zal het aannemen, en ook al is het iets slechts, Ik zal het veranderen in iets goeds! Ik ben Godheid.

Heb ik dan iets goeds om U aan te bieden?

Dat heb je, maar alles wat goed is komt van Mij; Ik heb het je gegeven; alle goeds is van Mij.

Ik ben een beetje teleurgesteld, ik kan Hem geen genoegen doen. Dan heb ik niets van mijzelf om U te geven.

Nee. Alles wat je hebt en wat goed is, heb Ik je gegeven.

Misschien een schilderij dat ik U kan aanbieden! 1

Je schilderijen, Vassula? Heb Ik je niet dit schilderstalent gegeven? Is dat ook niet van Mij afkomstig?

Wat kan ik U dan aanbieden?

Liefde. Aanbid Mij. Aanbid Mij. Offer Mij je wil door je aan Mij toe te vertrouwen. Dat is het mooiste dat je Mij kunt aanbieden.

U weet, Heer, dat ik U bemin, en ook dat ik mij aan U heb toevertrouwd!



1 Ik wilde een schilderij maken voor de kerk.

previous index next