![]()
18 mei 1987
|
Ik ben om half zeven ter Communie gegaan, zoals Jezus mij had gevraagd. Terwijl ik de H.Communie ontving, begon Jezus tegen mij te spreken. Ik ontving het Brood, en in mijn mond voelde het als een verscheurd stuk vlees, dat bij de geseling was afgerukt. Vreemd hoe anders ik het gisteren voelde, anders dan vandaag. Het leek of Jezus mij verschillende indrukken gaf. Jezus? Ik ben. Bemin Mij. Kom dicht bij Mij, Ik zal je verschillende indrukken geven telkens wanneer je Mij ontvangt. Vassula, Ik ben bedroefd als je ver van Mij bent. Het is waar; soms, wanneer "de golf" van twijfel mij overvalt, weiger ik tot Hem te spreken of Hem te zien, en dan zeg ik tegen mijzelf dat Hij het niet is; dan vermijd ik Zijn Gelaat, vermijd het met Hem te spreken en alles wat Hij mij heeft geleerd. Ik probeer mijzelf ervan te overtuigen dat mijn verbeelding mij parten speelt. Je bedroeft Mij, beminde. Je beledigt Mij Jezus? Ik Ben. Waarom al deze Genaden voor mij? Waarom? Laat Mij vrij te geven aan wie Ik wil. Maar ik wil niet verschillen van de anderen! Vassula, je zult Mij ontvangen, laat Mij je gebruiken. Heb Ik je niet gezegd dat Ik je zal bevrijden? Ik begrijp het niet. Ik verlang veel zielen te bevrijden van hun ketenen, van de boeien van het kwaad. Ik gebruik jou als een instrument. Begrijp Mijn Werken niet verkeerd. Mijn oproep is niet voor jou alleen; Mijn oproep van Vrede en Liefde is voor de gehele mensheid! Ja, Heer, maar ik voel mij niet erg op mijn gemak als vrienden hiervan weten. Ik bedoel dat ik mij onbehaaglijk voel als sommigen van hen kijken en zeggen: "Jij bent bevoorrecht". Ik voel mij afschuwelijk! Voel je verschrikkelijk, dochter, door je uitverkiezing omwille van je ellende. Ik heb je niet gekozen om je verdiensten. Ik heb je al eerder gezegd dat je geen verdiensten hebt en dat wat uit de mond van de Heer komt slechts de Waarheid is. Kom dikwijls en heb berouw tegenover Mij. Ik weet het, Jezus, ik weet het. Daarom voel ik mij in verlegenheid gebracht door deze Genade dat ik U kan roepen wanneer ik wil.
Jezus? Ik ben, beminde. Ik weet niet wat ik moet zeggen. Zeg dat je Mij bemint. Ik bemin U, en U weet het. Ik bemin je, dochter. Ja, ondanks je ellende. Vergeet niet tegen Mij te spreken; Ik ben je Bruidegom, deel met Mij, glimlach naar Mij als je Mij ziet. Ja, Jezus. Ik voel dat mijn aanwezigheid U beledigt, en ik weet dat ik mijzelf herhaal. Hoe kunt U mij verdragen? Ik bemin je. Ook ik bemin U. Voel Mij; kijk Mij in de Ogen. Ik keek naar Hem. Zijn Ogen waren ernstig maar VOL liefde... Ja, |