![]()
26 april 1987
|
Laat Mij je zeggen, beminde, dat Ik Mijn plannen heb ontworpen voordat jij geboren werd. Ik ben daartoe bereid als U mij in mijn onvermogen aanvaardt, mijn God.
Was dat toen de duivel mij vervloekte? Ja, terwijl hij jou infaam vervloekte, heb Ik je gezegend; Ik heb je beschermd. Later: Laat Mij je zeggen, Vassula, dat hoe minder jij bent des te meer zal Ik zijn; sta Mij toe in jou te werken en Mijn Wil in jou te doen; wees niets. Voel je niets en laat Mij Alles zijn, opdat Mijn Woord de uiteinden van de wereld bereikt, en Mijn Werken van Vrede en Liefde elk hart verlokken. Sta Mij toe je aan je ellende te herinneren, opdat deze herinnering je ervoor zal behoeden trots te worden op alle Genaden die Ik je heb gegeven.
Wees Mijn zuiver altaar... Wat kan ik zeggen? Hoe zou ik iets kunnen doen, laat staan een dergelijke zending! Ik voel dat de boodschap dagelijks zwaarder wordt. Ik wil God behagen, maar met welke middelen? Ik kan alleen een hoge berg voor mij zien, en de leiding die zwaar op mij drukt. Ik draag Mijn Kruis samen met jou. Ja, Het is inderdaad zwaar, maar geef het niet op; Ik, de Heer, help je. Blijf dicht bij Mij. Ik zal je niet in de steek laten. Toch is het nog zoveel. Jezus moedigt mij aan om door te gaan. Vassula, heb Ik je tot nu toe niet geholpen? Waarom zou Ik je dan nu alleen laten? Steun helemaal op Mij; vertrouw op Mij. |