![]()
16 april 1987
|
Vassula, Ik was in Mijn Kerk aanwezig. Ik liep voor Mijn Kruis uit; Ik heb enkele seconden voor jou stilgestaan. Vreemd genoeg moesten wij, terwijl de processie van het Kruis verderging, opzij gaan om voor de priester ruimte te maken, die het heilig Kruis droeg (ongeveer 2 meter lang), en de misdienaars die met grote kandelaars volgden. Vanwege het schemerdonker keek de priester niet waar hij heenging en liep recht op mij af. Toen hij dat merkte bleef hij enkele seconden voor mij staan en probeerde zijn weg weer te vinden. Mijn nicht, die bij mij was, merkte dit incident onmiddellijk op. Mijn hart klopte hevig toen ik tegenover dat reusachtige Kruis stond, en omdat ik niet meer achteruit kon gaan, daar achter mij de mensen kaarsen hadden ontstoken, kon ik mij niet bewegen.
Ik was niet meer in die kerk geweest sinds de doop van mijn oudste zoon; ik denk ongeveer 15 jaar geleden! Heer en Verlosser, U hebt inderdaad naar mij gezocht, mij gevonden en naar U en in Uw Kerk gebracht. Het heeft jaren geduurd... Ik bleef voor Mijn Kruis staan, en iedereen die Mij kwam aanbidden heb Ik op Mijn beurt gezegend. Het Heilig Kruis werd in het midden van de kerk geplaatst, en iedereen kwam er om beurten naar toe en kuste het. |