![]()
18 maart 1987
|
Ik heb je geleerd Mij te beminnen en Mij te herkennen. Ik heb je Mijn Hemelse Werken laten zien en alle mysteries van Mijn Hart over je uitgestort, je Mijn onuitsprekelijke Barmhartigheid getoond en je gezuiverd om de bron van Mijn Openbaringen te zijn en zo aan de wereld Mijn Genade te laten zien. Ik heb je inderdaad heel Mijn onverzadigbare Liefde geschonken en Mijn kinderen getoond hoeveel Ik hen kan beminnen 1. Niettemin herinner Ik je eraan dat je op geen enkele wijze verschilt van de rest van hen, en dat je deze leiding niet verborgen mag houden; Ik wil dat Mijn uitstralingen de wereld bedekken, want dat is Mijn Wil. Vassula, sta Mij toe in jou te werken zoals het Mij behaagt. Kom nu en troost Mij door Mij te beminnen. Ik ben Jahweh, en het is op Mij dat je steunt, en het is tot Mij dat je komt en over Wie je mediteert. Je roept Mij aan in je gebeden, maak je dus geen zorgen, want je aanbidt Mij en niemand anders. Dit geldt voor de momenten waarop ik onzeker ben of de geschriften wel van God komen. Het is Mijn wens dat al Mijn kinderen tot Mij terugkeren. Dochter, Ik heb je opgevoed voor deze Boodschap; zul je Mijn woord volbrengen, Vassula? Ben je bereid door te gaan met voor Mij te werken? Ja, mijn Heer, zolang ik herken dat het Jahweh is. Kleintje, ik ben Jahweh! Ontvang Mijn Vrede, kleintje, en groei. Word het nooit moe te schrijven; sta Mij toe je te gebruiken tot het einde van Mijn Boodschap. Kleintje, wie is je Vader? Ik was verbaasd over deze vraag. U. Ik ben het. Jij bent Mijn zaad; je bent van Mij. Mijn kinderen hebben zich van Mij afgewend en hun harten zijn bevroren door egoïsme. Ze hebben Mij vergeten. Ik wil hun vragen: "Waarom bieden jullie Mij weerstand; wat heb Ik gedaan dat jullie mishaagde? Heb Ik ooit te kennen gegeven boos op jullie te zijn? Waarom zijn jullie beducht Mij aan te kijken? Beminden, Ik zal jullie geen verwijten maken over jullie zonden; Ik vergeef jullie nu. Ik zal de deur niet voor jullie neus sluiten. Ik zeg jullie in waarheid, dat Ik miljoen maal kan vergeven, en dat Ik met open Armen voor jullie sta om jullie te vragen tot Mij te komen en deze liefde, die Ik voor jullie koester, te voelen. Laat Mij jullie hart ontvlammen, komt om Mij te leren kennen. Komt, jullie allen die Mij mijden en vrezen, jullie allen die Mij niet kennen. Komt nader tot Mij, en jullie zullen begrijpen dat Ik een God vol liefde ben, vol medelijden en vol barmhartigheid. Wijst Mij niet af nog voordat jullie Mij kennen. Mijn overvloedige liefde biedt jullie een werkzame Genade aan om te kunnen onderscheiden en kiezen tussen goed en kwaad. Ik heb jullie de vrijheid gegeven om te kiezen, maar Ik heb jullie ook kwaliteiten gegeven om superieure wezens van jullie te maken. Ik heb jullie gaven geschonken; gebruikt jullie gaven die Ik jullie heb gegeven, en met het verstand en het hart die Ik jullie heb gegeven: begrijpt en gaat vooruit door Mij te erkennen en Mij beter te leren kennen. Ik heb jullie harten verlicht om jullie in staat te stellen te beminnen. Ik ben het die jullie deze Genade heb gegeven. Zullen jullie deze Genade aanvaarden? Ik herinnerde mij wie ik vroeger was. Maar, Heer, sommige mensen hebben niet de kans gehad U te leren kennen. Niemand heeft hen onderricht; het is niet echt hun fout, nietwaar? Is dan alleen al het aan U denken voor hen onmogelijk? Vassula, hoe waar! Dochter, Mijn Kerk heeft bezieling nodig... Ik ben gekomen om Mijn Kerk hechter te maken, Vassula, Ik zal terugkomen om Mijn boodschap te geven aan Mijn toegewijden. Laat Mij Mijn verlangen uitvoeren wat betreft Mijn kinderen die zich van Mij hebben afgewend. Ik ben de Bron van de Liefde, en uit deze Bron stroomt deze Oneindige Liefde die de hele schepping bedekt. Alles wat Ik van jullie vraag is een beantwoording van liefde. Velen van jullie geloven dat Ik een God ben die snel boos is en daarom vrezen zij Mij; jullie zijn bang Mij te naderen. Anderen geloven dat Ik onbereikbaar ben, alleen Mijn eigen Heerlijkheid genietend en Mij niet om jullie bekommerend, en dat Ik Mijn Ogen alleen richt op Mijn beminden, waardoor ze zich een beeld vormen van een God vol voorliefde. Wisten jullie niet dat Ik jullie meer zoek en bemin naarmate jullie zwakker en ellendiger zijn? Ik ben Heilig, maar Ik wil ook dat jullie begrijpen dat Ik verlang vertrouwelijk met jullie te worden en jullie Heilige Metgezel te zijn. Ken je de parabel van de verloren zoon, Vassula? Ja, iets ervan. Hij had gezondigd, maar hoe heeft zijn vader hem ontvangen? Met grote blijdschap? Meer dan dat, hij ontving hem met grote liefde 1 Ik ben als een voorbeeld. |