![]()
8 maart 1987
|
Beminde, Ik wil je er opnieuw aan herinneren dat Ik je niet boven Mijn andere kinderen begunstig, want je hebt geen verdiensten en je waarde is in Mijn Ogen nog minder, maar daarom bemin Ik je zozeer. Ik heb je deze Genade gegeven, want dat is Mijn Wil. Wees Mijn boodschapster, en door jou zal Ik Mijzelf manifesteren. Denk niet dat Ik Mijzelf tegenspreek. Mijn Liefde voor jou is onbegrensd, en jij bent Mijn beminde, daar Ik je heb uitgekozen. Denk er zelfs geen minuut aan dat Ik je minder bemin omdat Ik je op je zwakheid wijs. Ik ben je Heilige Vader, die je kent, en als Ik je niet op je fouten wijs, wie zal het dan doen? Jij bent Mijn zwakke bloem, die Ik vorm en die Ik Mijn Sterkte doe drinken, opdat je kunt groeien, Vassula. Ik wil je eraan herinneren, dat de Openbaringen die Ik je ingeef niet alleen tot je eigen welzijn dienen; ze zijn ook bedoeld voor anderen, die wanhopig behoefte hebben aan Mijn Brood. Ik kom jullie allen voeden, die honger hebben. Mijn Boodschap is er een van Vrede en Liefde, en om jullie te herinneren aan je fundamenten en aan Degene die jullie heeft geschapen. Ik kom jullie zeggen dat Mijn Lichaam Mijn Kerk is. JA! Mijn Kerk, die de hele schepping vult. Ik kom om deze wereld Mijn Barmhartigheid te tonen. Jij, Vassula, was er een uit die massa's die Mij hebben gewond, die nooit Mijn Liefde hebben beantwoord en Mij hebben bedroefd. Wat is er bedroevender dan geen beantwoording van een zo dorstige en grote Liefde als de Mijne? In plaats daarvan heb je in je wildernis dagelijks aardse genoegens nagejaagd, ze als goden voorgesteld en verafgood, en daarmee jezelf steeds meer van Mij verwijderd, Mij bedroefd en Mijn Hart verwond: een Hart van een levende God, zo ongezocht en onbemind door jou, een volkomen vergeten God. Dochter, was Ik zo ver van je verwijderd? Kom, kom en voel Mijn Hart. Mijn Hart roept om jullie allen. Mijn zonen, Mijn dochters, komt... komt nader tot Mij; keert terug tot Mij; staat Mij toe jullie vast te houden; laat Mij jullie diep in Mijn Hart sluiten en laat Het jullie overspoelen en een diepe Vrede schenken. Komt Mijn Geestelijke Wereld van Vrede en Liefde binnen. Komt tot Mij en eet van Mijn Lichaam, want Mijn Brood is zuiver en zal jullie zuiveren. Mijn Lichaam (de Eucharistie) roept om jullie! Komt Mij bezoeken, Mij, die dag en nacht in het Tabernakel doorbreng, op jullie wachtend om jullie te voeden. Weest niet bang voor Mij, vreest Mij niet, verloochent Mij niet. Waarom weigeren jullie Mij een plaats in je hart? Komt en leert Mij kennen, en jullie zullen Mij beminnen, want hoe zouden jullie iemand kunnen beminnen die je niet of onvoldoende kent? Probeert Mij goed te kennen, en jullie zullen Mij vurig beminnen. Vassula, je was verdwaald en had zodoende jezelf van Mij losgemaakt; je had je van de waarheid afgewend en goed veranderd in kwaad en je meer gehecht aan het kwaad dan aan het goede. Komt dus, gij allen die Mij nog steeds ontwijkt en onthult jullie zonden, opdat Ik ze vergeef. Komt en eet van Mij; komt en stort jullie harten voor Mij uit en laat Mij ze vullen met Liefde. Ik weet dat jullie zwak zijn, maar staat Mij toe in jullie allen te werken. Geeft Mij jullie toestemming, beminden. Laat Mij al jullie ongerechtigheden uitroeien en wegwerpen en Mijn zaad van Vrede en Liefde in jullie zaaien. Laat Mij jullie zuiveren. Vassula, doe niets meer; Ik zal later doorgaan. Vergeet Mijn Tegenwoordigheid niet; onthoud steeds: ons, wij. Ik zal het onthouden; ik zal het proberen, Heer. Laten we gaan. Hier werd ik onderbroken. De foto van de Heilige Lijkwade, die Ik had besteld, was aangekomen. Ik bekeek haar aandachtig en kwam terug om te schrijven, terwijl ik ernaar keek. Nee, Heer, ik zal het niet moe worden. Hij had amper opgehouden te schrijven toen er hard op de deur werd geklopt. Ik sprong op en stond daar zeer verbijsterd. Jezus benadrukte die avond zeer Zijn Tegenwoordigheid tegenover mij... bij de deur stond mijn hulp in de huishouding om mij iets te zeggen. Jezus, U bent verbazingwekkend! Maar, Heer, dat is moeilijk; soms moet ik autorijden en dan moet ik mij op de weg concentreren. Ik praat met vrienden over onbelangrijke dingen of help mijn zoon met zijn huiswerk; hoe kan ik dan voortdurend Uw Tegenwoordigheid in gedachten hebben? Dat is haast onmogelijk! Later: opnieuw werd ik overspoeld door een golf van twijfels. Hier werd ik zeer verdrietig! Veronderstel dat ze Uw woord afwijzen en het terzijde schuiven, omdat ze eraan twijfelen! Stel U voor dat ze denken dat het niet goed is, dat ze niet geloven dat U het bent! |