Vassula, Ik, Jezus, bemin je; beminde, Ik ben uitgerust. Kom, Ik ben tevreden; geloof Mij, Ik voel Mij uitgerust! Laten we werken met liefde en eerherstel geven. Kom, Ik zal je leren eerherstel te geven. Ik ben het Levenselixer, Ik ben de Verrijzenis.
Jezus, hoezeer verlang ik dat elke ziel U beminde! Het moet verschrikkelijk zijn een Liefde die zo groot is als de Uwe onbeantwoord te zien!
Mijn wens is al in je ziel geplant. Dochter, vervul Mij met blijdschap en leer te zeggen: "Laat ons aan het werk gaan; laat ons dit of dat doen". Gebruik het woord ons; we zijn voor eeuwig verenigd! Verblijd Mij door te zeggen: "Vader, Uw wil geschiede"; weiger Mij niets. Dochter, vandaag zul je Mij volgen naar het duistere domein van Mijn vijand, om te zien hoe de zielen lijden die Mij hebben afgewezen (in de hel en in het dichtstbijzijnde Vagevuur).
Jezus, zijn zij verloren?
Zij die in de hel zijn, ja, maar de zielen in het Vagevuur worden gered door de liefde van Mijn beminden, die eerherstel en genoegdoening geven. Wees niet bevreesd, want Mijn Licht beschermt je en Ik ben bij je.
Ik zag mijzelf onder de aarde. Het zag eruit als een ondergrondse spelonk, donker, alleen verlicht door vuur. Het was er vochtig en de grond was plakkerig. Ik zag verschillende zielen op een rij. Zij waren vastgebonden, en alleen hun hoofden waren te zien, gezichten in doodsangst. Het was er erg lawaaierig; het klonk als ijzeren machines in werking: veel geschreeuw, gehamer, gegil; het was er erg druk. Er stond iemand vóór deze hoofden, zijn hand uitgestrekt, en in zijn hand was lava. Zijn arm zwaaide van rechts naar links en goot de hete lava uit over deze gezichten, die opgezwollen waren van de brandblaren. Plotseling bemerkte deze man, waarvan ik begreep dat het Satan was, onze aanwezigheid, en hij draaide zich om. Satan zei: "Kijk haar!" En hij spuwde verachtelijk en woedend op de grond bij het zien van Jezus' en mijn aanwezigheid. "Ellendige worm, kijk haar eens. We hebben tegenwoordig wormen om ons bloed uit te zuigen, ga en d... op". Hij zei tegen mij: "Kijk", en hij gooide weer hete lava over die gezichten. Ik hoorde ze schreeuwen: "O, laat ons sterven..." Toen riep Satan, die er precies uitzag als een krankzinnige, briesend van woede: "Schepselen van de aarde, luistert naar mij, jullie zullen naar mij komen!" Ik dacht juist dat hij, hoewel hij dreigde, gek was om te geloven dat hij op het eind zou winnen. Hij moet mijn minachtende gedachten hebben gelezen en zei zeer dreigend: "Ik ben niet gek!" Daarna zei hij met een kwaadaardige grijns en ironie tot deze arme zielen: "Hebben jullie het gehoord? Ze heeft me een dwaas genoemd. Dierbare, beminde zielen, ik zal jullie laten betalen voor wat zij heeft gezegd". Hij stond klaar om opnieuw lava te nemen en te gooien. Ik wendde mij wanhopig tot Jezus en vroeg Hem iets te doen! hem te doen ophouden! Jezus antwoordde: "Ik zal hem doen stoppen". Op het moment dat Satan zijn hand had opgeheven om de lava te gooien, deed hem dat hevige pijn, en hij schreeuwde het uit, vervloekte Jezus en zei tegen mij: "Heks, ga weg! Ja, ga; verlaat ons!" Stemmen van zielen nabij de poorten van de hel schreeuwden: "Red ons, red ons!"
Zielen bij de poorten van de hel, in een zeer laag Vagevuur, kunnen "hogerop gebracht" worden door onze gebeden, ze kunnen op een hoger niveau worden gebracht, waar ze minder lijden.
Toen kwam er iemand naar voren; ik begreep dat het een van de duivels van Satan was, en Satan vroeg hem: "Ben je op je post? Doe je wat ik je gevraagd heb te doen? Doe haar pijn; vernietig haar; ontmoedig haar". Ik wist dat Satan mij bedoelde. Hij wilde dat deze duivels mij de moed zouden ontnemen om Jezus te ontmoeten door mij het verkeerde woord in te geven of de boodschap die ik ontvang te laten vernietigen. Ik vroeg aan Jezus of we konden weggaan. Hij zei:
Kom, laten we weggaan; Ik wil dat je dit alles opschrijft; Ik zal het je dicteren. Wees bij Mij, beminde. Ik wil dat Mijn kinderen begrijpen dat hun zielen leven, en dat het kwaad bestaat. Alles wat in Mijn Gezegend Woord geschreven staat, is geen mythe; Satan bestaat en probeert jullie zielen in het verderf te storten. Ik lijd als Ik jullie zie slapen zonder je van zijn bestaan bewust te zijn. Ik kom jullie waarschuwingen en tekenen geven, maar hoevelen van jullie zullen Mijn waarschuwingen lezen als waren het sprookjes? Beminden, Ik ben jullie Verlosser; verloochent Mijn woord niet; keert terug tot Mij en voelt hoe Mijn Hart klopt van liefde voor jullie. Waarom, waarom zijn jullie zo bereid jezelf aan de voeten van Satan te werpen? O komt! Jullie allen die niet meer in Mij gelooft; komt tot Mij, jullie allen die Mij hebt verlaten! Komt en ziet, want dit is de tijd om te luisteren. Jullie allen die Mijn Ziel hebt verwond, staat op, herleeft, en kijkt naar Mijn Licht. Weest niet bang voor Mij; Ik heb jullie vergeven; Ik zal jullie zonden wegnemen, en Mijn Bloed zal ze afwassen; Ik zal jullie je zwakheid niet aanrekenen en jullie vergeven. Komt en neemt de Dauw van Gerechtigheid in je op en herstelt jullie zielen, die op de verdoemenis afstevenen. Ik kom jullie zoeken; Ik kom Mijn verloren schapen zoeken. Zal Ik, als de Goede Herder, jullie verloren zien gaan en onverschillig blijven? Vassula, ben je bereid te bidden voor al diegenen die op weg zijn naar de verdoemenis?
Nu, Jezus?
Ja, nu.
Ik zou niet weten wat ik moest zeggen, Heer.
Ik zal het je leren; luister naar Mij en herhaal na Mij:
O Heilige Vader, door Uw Kracht en met Uw Barmhartigheid,
smeek ik U, verzamel al Uw schapen.
Vergeef hun en doe hen terugkeren naar Uw Beminde Thuis.
Zie op hen neer als op Uw kinderen,
en zegen hen met Uw Hand. Amen
Kom in Mijn Hart, Vassula, want daarbinnen heerst diepe Vrede.
|