Daar ik van mijzelf weet zo trouweloos te zijn, ben ik bang U op zekere dag uit zwakheid te verlaten. De gedachte is verschrikkelijk; ik kan niet zien hoe dat zou kunnen gebeuren, maar ik wil niet dat het gebeurt of dat U mij hoe dan ook verlaat!
Vassula, Ik, Jahweh, bemin je; laat Ik je ooit in de steek? Wij zijn door banden verbonden, en omdat wij met elkaar verbonden zijn, zul jij niet in staat zijn Mij te verlaten. Zie je? Ik heb zorg gedragen voor onze vereniging; wij zullen verenigd blijven tot het einde, omdat jij Mij nodig hebt en Mij vurig bemint, en omdat Ik vrij over je heers en je onbegrensd bemin, nooit zonder het verlangen je aan Mij te binden.
Hebt U dat gezegd, mijn God?
Ik heb dat gezegd. Ga je Mij je vraag stellen?
Ik durf het niet!
Waarom? Wees niet bang voor Mij.
Ik wist dat Hij het wist, maar ik wilde het niet aan het papier toevertrouwen.
Alstublieft, God!
Kom, laten we leren; Ik ben de Almachtige en Ik weet wat het beste is voor je ziel. Als iemand van jullie Mij een vraag stelt of om een gunst vraagt, zal Ik antwoorden. Mijn antwoord zal het beste zijn waarmee de ziel zich kan voeden. Het is alsof Ik uit alle vruchten de ideale vrucht kies, die de beste resultaten oplevert voor de ziel. Heb je gehoord hoe dikwijls Ik kan vergeven?
Ja, Heer, maar in sommige boeken staat dat U, ofschoon U niet wilt antwoorden (op een bovennatuurlijke wijze), U het toch doet, maar met tegenzin, en dat U boos wordt.
Ik, Jahweh, zeg je het volgende: "Mijn manier van denken is niet jullie manier van denken, en Mijn wegen zijn niet jullie wegen". (Hij bedoelt dat deze theorie niet juist is.) Vassula, Ik ben een Allerbarmhartigste God, een Liefhebbende en Heilige Vader voor jullie; Ik ken jullie noden en jullie zwakheden. Mijn Liefde voor jullie allen is een jaloerse liefde. Komt, komt nader tot Mij; Ik, Jahweh, neem alle gelegenheden te baat om jullie te bereiken.
Mijn Vader, als ik bij U ben voel ik mij zozeer bemind door U, en mijn liefde voor U neemt slechts toe, en toch ben ik bang U teleur te stellen, daar ik vol zonden ben.
Vassula, weet Ik dat alles niet? Je bent een vlokje stof, dat verdwijnt als Ik ernaar blaas. Ik weet hoe zwak je bent, want je bent tenslotte slechts een voorbijgaande schaduw op aarde; en toch verlaten Mijn Ogen je nooit in je nietigheid en je ellende. Ik kijk neer op je zwakheid met Medelijden en Liefde. Wees niet bevreesd, want Ik zal je sterken; Ik neem je zonden weg en schenk je Mijn vergeving. Vassula, doe vandaag niets meer. Morgen zal Ik je roepen. Ontvang Mijn Vrede.
|