Vrede zij met je. Vassula, je hoeft je niet te haasten; leer dat Ik rustig werk. Blijf dicht bij Mij. Mijn Licht omstraalt je. Ieder die je nadert kan je noch raken noch kwaad berokkenen; Mijn Licht omringt je als een stralenkrans van Algehele Redding. Je liefde voor Mij geneest en redt veel verloren zielen die in de hel (op aarde) verkeren. Vassula, ze zijn als kleine kinderen die aan hun lot zijn overgelaten en niet weten welke richting ze moeten inslaan; ze lopen verloren. Als Ik met hen ben voed Ik hen door hun liefde te geven. Sommigen van hen volgen Mij dan; jij helpt hen Mij te beminnen en Mij te volgen. Ik gebruik je, Vassula, op deze wijze.
Moet ik dan geduldig zijn en dagelijks bidden?
Ja, heb geduld met hen, want ze zijn Mij dierbaar; genees hen, bemin hen, Vassula. Ik leer je Wijsheid; Hemelse werken komen voort uit de Wijsheid. Begrijp het wanneer Ik je onderricht. Kom en steun op Mij. Wil je nu weggaan?
Nee, Jezus, we gaan door.
O dochter, Ik bemin je; beminde, werk met Mij en verheerlijk Mij. Ik bemin je kleinheid; je bent Mijn verzadigde bloem, doordat je Mij volkomen in je hebt opgenomen. Kind, heb Mij altijd nodig, want zonder Mij zul je omkomen. Ik zal je tot het einde toe alles geven wat je ontbreekt. Laat Mij volkomen vrij wat jou betreft, want Ik ken je behoeften.
Ik had het gevoel niet in staat te zijn Gods leiding te aanvaarden, want het is moeilijk, omdat ik steeds door de Boze word onderbroken en beledigd. Soms heb ik het gevoel door God volkomen te zijn verlaten en de speelbal van de Boze te zijn. Hoe verder het gaat, hoe erger de beledigingen worden. Een ogenblik dacht ik dat God mij in de steek had gelaten. De beledigingen zijn de verschrikkelijkste woorden die een mens kan zeggen!
Vassula, zal Ik je ooit in de steek laten? Ik ben de Algetrouwe; ben je Mijn woorden vergeten?
Het is mijn fout; ik ben zwak!
Geef Mij nu je zwakheid, en Mijn Sterkte zal haar oplossen. Kom, Ikzelf zal je heiligen; Ik heb met jou Mijn Hemel bereikt, want in jou vind Ik Mijn rust. Herinner je, we zijn verenigd, en onze banden zijn banden van Vrede en Liefde. Deze koorden, die je polsen en voeten aan de Mijne binden, zijn voor de eeuwigheid, want, beminde, je bent van Mij. Ikzelf heb je gezuiverd door je met Mij te verenigen; Ik heb over je getriomfeerd. Ik verlangde dat je Mij zou beminnen; wees niet bevreesd, want Ik ben Jezus die je vasthoudt. Je moet in Mijn Tegenwoordigheid verblijven en haar voelen. Alles wat Ik van je vraag is liefde. Bemin je Mij?
U weet dat ik U bemin, Jezus.
Bemin Mij mateloos; kijk naar Mij en ontvang Mijn Vrede. Is er iets dat je Mij wilt vertellen?
Ja, Jezus (ik voelde mij schuldig dit tegen Hem te moeten zeggen). Jezus, hoewel ik graag bij U ben en Uw leiding aanvaard, moet ik ook nog andere dingen doen!
Vassula, gelukkig zij die zich aan hun bezigheden onttrekken om Mij te volgen. Je besteedt inderdaad veel van je tijd om voor Mij te schrijven, maar laat Mij je ook iets anders zeggen. Ik houd er eveneens van je te zien werken en je andere plichten te zien vervullen, verplichtingen van weinig belang, zolang je ze met liefde verricht. Elke kleine taak die je verricht, het geeft niet hoe klein en onbetekenend, wordt groot in Mijn Ogen en bevalt Mij, zolang deze kleine dingen met liefde worden gedaan. Wees gezegend.
's Avonds hadden we gasten en ik was bezig borden, servetten enz. te tellen. Ik dacht alles op mijn dienblad te hebben. Ik aarzelde en vroeg, wetend dat Jezus bij mij was: "Wat hebben we nog meer nodig?" Hij antwoordde zonder aarzelen: "We hebben liefde nodig, Vassula".
|