Almachtige God, ik wil niet tot ijdelheid of zelfzucht vervallen. Ik vraag U mij te helpen! Ik wil een niets blijven; ik wil eenvoudig blijven en U alle eer geven!
Vassula, Ik ben Jahweh; Ik bemin je. Alle gezag zal van Mij komen, kleintje. Ik zal je altijd aan je kleinheid herinneren; Ik zal je doen begrijpen hoe Ik werk; vind vrede, Vassula; Ik ben weldra bij je.
Ik voelde mij opgelucht, omdat God mij altijd zal herinneren aan mijn nietigheid.
Ik had een afschuwelijke dag: niets dan twijfels dat alles volslagen onmogelijk is en dat alles onwaar is. Ik had het gevoel dat wat er gebeurt niet echt gebeurt, en toch heb ik gehoord dat God mij riep; het is alsof alles absoluut echt is, en toch niets werkelijkheid is. Ik voelde mij plotseling werkelijk de meest ellendige onder de mensen. Wat gebeurt er eigenlijk?
Vassula, ben je vergeten hoe je een jaar geleden was? Mijn beminde, laat Mij je herinnering opfrissen: toen Ik, Jahweh, Mij onder de doden (geestelijk dood) begaf, zag Ik je daar onder de zondige mensen, die je vasthielden en kwelden. Ik zag hoe je daar alleen lag te worstelen, je ziel de dood nabij. Ik had zoveel medelijden met je.
Aan het begin van dit alles leefde ik drie maanden onder zondige mensen, die probeerden mij na te zitten en die mij met schrik vervulden.
Je dacht toen terug aan Mijn vroegere Werken en je besefte toen dat Ik je Toevlucht zou kunnen zijn, en zo hoorde Ik je smeken vanaf de aarde. Dochter, Ik heb je altijd bemind, maar jij was Mij vergeten. Ik verlangde ernaar door jou te worden bemind, je Mij "Vader" te horen noemen; hoeveel jaren heb Ik buiten je deur erop gewacht dat je Mij op zekere dag zou horen... Ik was binnen handbereik; ja, Ik was zo dicht bij je; en toen kon Mijn Hart je smeekbede niet weerstaan. Ik kwam vol vreugde. Eindelijk riep je Mij; Ik verhief je tot Mijn Borst, dochter, en genas je wonden. Ik leerde je hoe je Mij moest beminnen, Ik leerde je hoe je Mij moest ontvangen door je te verheffen, en Ik liet Mijn Licht op je schijnen. Mijn bloem, wanhoop niet; Ik onderricht je stap voor stap met de woordenschat die jij begrijpt. Je vraagt Mij waarom een deel van Mijn leiding is geschreven vóór jouw vorming. Ik zal je vraag beantwoorden na je antwoord op Mijn vraag: weet je hoeveel waarde een enkele ziel voor Mij heeft?
Ik weet dat ze waardevol is, maar hoeveel, dat weet ik niet, mijn God.
Dan zal Ik je vertellen hoe waardevol zielen voor Mij zijn en daarmee je vraag beantwoorden. Een ziel is voor Mij van zoveel waarde, dat een gedeelte van deze leidraad is geschreven voor slechts die enkele ziel, die geen andere gelegenheid gehad zou hebben voor haar overlijden. Begrijp je het nu?
Ja, en ik weet wie U bedoelt.
Ik bemin je, dochter; heb geen twijfels of deze leiding van Mij komt. Ik zal je er altijd aan herinneren Wie je uit je slaap heeft gewekt. Ik bemin je; wees altijd zeker van Mijn Liefde. Werk in vrede en vergeet Mij niet.
|