Dochter, heb je het gevoel dat Ik je gestrikt heb? Ik bemin je, beminde. Wees niet bang voor Mij; je schijnt te vrezen dat Ik je in een val laat lopen!
Dat is waar, ik heb er met mijn vrienden over gesproken en daarbij het woord val gebruikt.
Ik weet het; Ik zou willen dat je Mij bemint.
Bent U boos?
Nee, dat niet.
Zal ik openhartig zijn?
Doe dat.
Wilde U dat ik U bemin?
Ja.
Hebt U Uw doel bereikt?
Dat heb Ik.
U hebt mij verleid, en daar ben ik blij om.
Ben je nu gelukkig?
Ja, dat ben ik, heel gelukkig. Ik zou willen dat ik minder ongeschikt was.
Je leert; eet van Mij; wees gezegend.
Is het mogelijk dat ik ook U zegen?
Ja.
Ontvang dan mijn zegeningen, Jezus Christus!
Ik bemin je; Ik heb je opgevoed om Mijn boodschapster te zijn. Ik heb ernaar verlangd dat je Mij zou beminnen. Omdat je Mijn boodschapster gaat worden, wil Ik dat je heilig bent, omdat Ik Heilig ben en jij bereid bent Mij te volgen en voor Mij te werken. Wees niet bang heilig te zijn; waarom ben je daar zo bang voor?
Bent U boos?
Nee, Ik ben niet boos. Heilig zijn betekent zuiver te zijn en te leven in Mij; het betekent Mij te volgen, Mij te beminnen en te zijn zoals Ik ben. Ik zal je leren heilig te zijn, als je dat wilt.
Ik ben bereid te doen wat U wilt, want ik bemin U.
Dan zal Ik je onderrichten, dochter. Blijf Mij nabij, dan zul je leren; vertrouw Mij en geloof in Mij; geloof Mij als Ik je vertel dat Ik gelukkig ben je bij Mij te hebben, je zult leren. Ga in vrede en denk eraan: voel je door Mij bemind.
|