HOME MESSAGES
Ik ben je Schepper

12 oktober 1986

Vrede zij met je. Het Licht geeft je leiding, beminde, leef vredig.

Ik wil U zeggen dat ik mij rustig en op mijn gemak voelde met Dan (mijn engelbewaarder). Ik heb heimwee naar mijn engel.

Laat hem, want hij is slechts Mijn dienaar. Ik ben je Schepper, de Almachtige God.

Ik moet U zeggen dat ik me echt op mijn gemak voelde met Dan en dat ik hem bemin.

Dat weet Ik; laat hem.

Hij zei eens tegen mij: "Niemand heeft ooit zoveel van zijn engel gehouden als jij". Meende hij het?

Hij meende het. Laat hem nu en wees met Mij; leun je hoofd tegen Mij; voel hoezeer Ik je bemin; je bent Mijn dochter. Ik ben je Hemelse Vader, en Ik zegen je; je behoort Mij toe; Ik ben Jahweh en Ik zal niemand toestaan je kwaad te berokkenen. Voel de liefde die Ik voor je koester. Luister naar Mij; Ik heb je gadegeslagen terwijl je opgroeide, vanaf je prille jeugd. Ik hield je dicht bij Mij en zag dat je aangenaam was in Mijn ogen. Ik zag je opgroeien als de wilde bloemen die Ik geschapen heb. Mijn Hart was vol vreugde toen Ik je in Mijn Licht zag leven. Ik bleef je nabij; Mijn knopje begon te bloeien; voor jou kwam de tijd om bemind te worden. Ik voelde je en je gaf Mij vreugde. Ik voelde je hart en zegende je. Ik las je verlangens en Ik hield ervan ze te voelen. Ik bleef bij je om je te helpen je schoonheid te bewaren. Ik zag dat je had gebloeid, dus heb Ik je geroepen, maar je hoorde Mij niet. Ik riep nog eens, maar je negeerde Mij. Nu en dan kwam je bij Mij en Mijn Hart was verheugd je te zien. Die zeldzame keren dat je bij Mij kwam (in de kerk) was Ik vervuld van vreugde; Ik wist dat je Mij toebehoorde, maar jij leek Mij te zijn vergeten. Je hebt zelfs nooit gemerkt dat Ik dicht bij je was.
Er gingen jaren voorbij, je geur verdween, je bladeren, blootgesteld aan de gure winterse winden, begonnen te vallen, je hoofd was gebogen en je bloemblaadjes verloren hun fluwelen frisheid en schoonheid, de zon begon je te verschroeien, je gevoelens werden hard. Luister naar Mij; Ik keek naar je met medelijden, Ik kon het niet langer verdragen. Ik ben je dikwijls genaderd, raakte je aan, maar je was te ver weg, je kon Mij niet herkennen, je herkende niet meer Degene die over je heen gebogen stond, die je vasthield en bij je naam riep. Ik schreide bij het zien van je verloren schoonheid, toen Ik zag dat Ik in Mijn Armen een armzalig, beklagenswaardig kind hield. Je aanblik deed Mijn Hart schreien, want Ik kon in je ogen nog een glimp van liefde zien, van de liefde uit je jeugd, die je ooit voor Mij koesterde. Ik tilde je naar Mij op, je kleine handen grepen zich aan Mij vast; Ik voelde Mij opgelucht toen Ik merkte dat Mijn kind Mij nodig had. Ik nam je mee terug naar huis en genas je met al Mijn Liefde. Ik gaf je water om je dorst te lessen, Ik heb je gevoed en langzaam weer doen genezen. Ik ben Degene die je geneest, Ik ben je Verlosser en dat zal Ik altijd zijn, Ik zal je nooit in de steek laten, Ik bemin je. Ik, God, zal nooit toelaten dat je jezelf weer verliest. Maak Mij nu blij en blijf bij Mij. Ik heb je opgericht, beminde, steun op Mij, keer je naar Mij en kijk Mij aan. Ik ben God, je Hemelse Vader; besef waarom Ik bij je ben.
Ik, God, zal hetzelfde doen voor al Mijn andere zonen en dochters, want jullie behoren Mij allen toe. Ik zal niet toelaten dat ze in de zon verzengen, Ik zal ze beschermen en genezen, Ik zal niet wachten tot Ik hun bladeren zie verwaaien in de wind, Ik zal niet wachten tot Ik jullie dorstig zie. Denk eraan dat Ik, God, jullie allen bemin; Ik ga jullie allen weer verenigen.




previous index next