![]()
|
Christus' verlangen naar EENHEID Pelgrimage 2007 - Toespraak door Vassula op 25 mei 2007 De Kerk is één en is altijd één geweest, maar de mensen in de Kerk zijn er in geslaagd om onderling verdeeld te raken door hun ruzies, hun vooroordelen, hun trots, en voornamelijk hun gebrek aan onderlinge liefde, dat weten we allemaal! Een beledigde Christus zei in een van de door Hem gegeven boodschappen: 'Mijn Koninkrijk op aarde is Mijn Kerk en de Eucharistie is het Leven van Mijn Kerk, de Kerk die Ikzelf aan jullie heb gegeven; Ik heb jullie achtergelaten met één Kerk, maar nauwelijks was ik gegaan, amper had Ik Mij omgedraaid om naar de Vader te gaan, of jullie hebben Mijn Huis teruggebracht tot een woestenij! Jullie hebben haar met de grond gelijk gemaakt! en Mijn kudde zwerft rechts en links rond … hoelang nog moet Ik de Kelk van jullie verdeeldheid drinken? de Kelk van droefenis en verwoesting?' (14 november 1991) Deze klacht van Christus zou onze volledige aandacht moeten hebben, en het zoeken naar verzoening en eenheid zou de Kerk volledig moeten vervullen. Het streven naar eenheid zou onze prioriteit moeten zijn zoals het ook Christus' prioriteit is. Wij zijn het aan God verschuldigd, het is onze plicht aan God, en het is onze verantwoordelijkheid om de geloofwaardigheid van de Kerk te behouden. Hoezeer de Kerk echter ook worstelt om dit doel te bereiken, zolang de Paasdata niet zijn verenigd en zolang het Paasfeest niet gezamenlijk wordt gevierd, zal onze verdeeldheid blijven bestaan en zal er geen vooruitgang zijn, aangezien Christus nu al jaren vraagt om de data van Pasen te verenigen. Hij belooft ons dat zodra dit is gebeurd, Hij de rest zal doen en ons allen zal verenigen en tot volledige eenheid brengen. Jezus zei: 'Blijf in Mijn liefde. Als gij Mijn Geboden onderhoudt, zult gij in Mijn liefde blijven' (Joh. 15, 9-10) Over degenen die dat niet doen, zegt de Heer: 'Als iemand niet in Mij blijft, wordt hij weggeworpen als de rank en verdort; men brengt ze bij elkaar, gooit ze in het vuur, en ze verbranden.' (Joh. 15, 6) Het is duidelijk dat menigeen deze woorden van Christus niet serieus heeft genomen. Hoe vals en corrupt kan iemand worden! Ondanks de oproep van de Evangeliën om één te blijven en ondanks de ingevingen van de Geest blijft onze verdeeldheid bestaan. Daarom kan 'Het Ware Leven in God' niet meer toestaan dat deze gangreen, die de werking van het Lichaam vernietigt, ons overweldigt. We moeten deze bestrijden met de wapens van de liefde. Wij zouden ons allen verantwoordelijk moeten voelen voor het feit dat deze wantoestand het Mystieke Lichaam van Christus verwoest, zelfs als deze scheiding niet door onszelf maar door onze voorouders is veroorzaakt, waardoor de eenheid van de Kerk werd verslonden. Ook de Kerk zou in nederigheid gehoor moeten geven aan de oproepen van ons allen, de leken, die evenzeer het recht hebben om zich uit te spreken, die wanhopig op zoek zijn naar eenheid en intercommunie … Zonder de leken bestaat de Kerk niet… Wij, de leken, verlangen allen vurig naar eenheid. Wij weten dat God onze verdeeldheid verafschuwt, omdat deze fout is en aanstoot geeft. Waarom blijven sommige mensen in de Kerk dan bewust doorgaan met Christus te beledigen door deze verdeeldheid in stand te houden? Het in praktijk brengen van eenheid met liefde en nederigheid is geen kwestie van sentimentaliteit en ook niet van het verruilen van het geloof en de Waarheid voor iets anders. Het is integendeel vanuit de heilige Schrift de Waarheid verkondigen, en het tot leven brengen van elk woord uit het Evangelie. We mogen niet onverschillig blijven voor het Woord van God. Christenen die verdeeld blijven, leven niet in de Waarheid, ongeacht hoe geloofwaardig en rechtvaardig zij willen lijken in de ogen van de wereld en ongeacht hoeveel Weesgegroeten zij bidden en hoeveel vroomheid zij voorwenden. Hun gebrek aan liefde en aan nederigheid is een zo duidelijk teken van verraad dat iedereen dat kan waarnemen. Eeuwenlang zijn de christenen al verdeeld. Sommigen geven hun zonden toe; anderen dat zij bedroefd zijn dat zij niet in staat zijn om samen de heilige Eucharistie te delen. Dus wat weerhoudt de Kerk? Wat hen weerhoudt is het feit dat zij niet tot overeenstemming kunnen komen, niet kunnen verzoenen, niet kunnen vergeven, omdat opnieuw de liefde en nederigheid daartoe ontbreken. Zolang hun harten niet ontbranden uit liefde voor Christus en met het vuur van de Heilige Geest, zullen zij zich niet inzetten en traag blijven, zoals de droge beenderen uit het visioen van Ezechiël. Liefde is de bron en de basis van eenheid. Als de Kerk nog niet ten volle in communio leeft, is dat te danken aan het feit dat alles wordt verklaard, besproken of uitgelegd zonder liefde; het is steriel. Deze verdeeldheid is gericht tegen Christus. Eenieder die zich christen noemt en zich neerlegt bij deze verdeeldheid heeft het gebod van Jezus Christus die zegt: 'Bemint elkaar' overtreden. Laten we eerlijk zijn: christenen die niet liefhebben en leven in zelfverheerlijking zullen zich nooit verzoenen omdat zij nog niet volledig gegroeid zijn in Christus. Bedenk hoe Christus tijdens het Laatste Avondmaal de zegen uitsprak, het brood omhoog hield terwijl Hij tegen Zijn leerlingen zei: 'Neemt en eet, dit is Mijn Lichaam.' Vervolgens nam Hij de beker en nadat Hij de dankzegging had uitgesproken gaf Hij deze aan hen met de woorden: 'Drinkt hier allen uit, want dit is Mijn Bloed, het Bloed van het Verbond, vergoten voor velen tot vergeving van de zonden…' Dit is het gebod van Christus en dus moeten we allemaal hieraan gehoorzamen. Hoe kunnen we zeggen dat we in Christus leven als we geen vrede hebben gesloten of ons met elkaar hebben verzoend? Is het ooit tot de mensen van de Kerk doorgedrongen dat zij dagelijks de zonde van verdeeldheid leven? Als wij dit beseffen, dan zullen zowel de herders als wij een keuze moeten maken. Er zijn slechts twee keuzen. De eerste keuze behoort aan God, is afkomstig van God, en luidt: leven in liefde, vrede, nederigheid, verzoening en eenheid. De tweede keuze behoort aan Satan, is afkomstig van hem, en luidt: haat, strijd, trots, gebrek aan vergevingsgezindheid, egoïsme en verdeeldheid. Het is niet zo moeilijk om te kiezen. Maar als we kiezen voor de kant van God, maar er niet naar leven, dan zijn we rekenschap verschuldigd en zullen we allen moeten boeten voor elke arrogante houding, ieder teken van trots, ieder vooroordeel, onze wrok, voor het gebrek aan naastenliefde, voor onze koelheid en voor ieder slecht woord dat we tegen elkaar uitspreken, voor ons egoïsme, enzovoorts, omdat we de geboden van Christus overtreden hebben. Zo simpel is het. Op de Dag des Oordeels kunnen we niet tegen God zeggen dat Hij in onze dagen Zijn Genade niet heeft getoond en dat Hij Zijn bedoelingen niet heeft laten zien. Ook kunnen we niet doen alsof we Hem niet gehoord hebben in Zijn Oproep of dat we Hem niet begrepen zouden hebben. Zowel u als ik weten dat de tekenen van de tijd ons allen oproepen tot eenheid. Hoe is het mogelijk dat sommige autoriteiten in de Kerk de tekenen van de tijd niet verstaan? We kunnen die tekenen, die afkomstig zijn van de Heilige Geest, niet van ons afzetten, en toch doen sommigen dat. Dat komt omdat zij het gevoel voor het bovennatuurlijke verloren zijn, en alleen nog in een geest van naturalisme geloven, wat een ernstige zonde is. Deze steriele daden gaan in tegen dat wat Christus heeft gevraagd aan de Vader toen Hij zei: "Mogen zij een zijn in Ons, zoals U in Mij bent en Ik in U, opdat de wereld mag geloven dat U Mij gezonden heeft." (Joh. 17, 21). En al helemaal als wij er niets aan doen om eenheid in de Kerk tot stand te brengen, maar blijven zwijgen, als graven op een uitgestrekt kerkhof. Als iemand tegen u zegt dat u fout bezig bent als u de geestelijke eenheid beleeft of intercommunie ontvangt zoals vandaag en in de afgelopen dagen, dan moet u deze mensen vragen: 'Waarom stelt u God op de proef door bij de herders aan te dringen om verdeeld te blijven? Als u mij vragen stelt over een daad van verzoening en liefde, dan moet u weten dat ik uitsluitend het gebod van Christus volg. Dus wat is het beste dat u kunt doen: het gebod van Jezus Christus volgen of er ongehoorzaam aan zijn? Is het een zonde om elkaar lief te hebben en je met een ander te verzoenen? Blijkbaar is het dat niet. Het is eerder zondig om het gebod van onze Heer te overtreden en de oproep tot eenheid af te wijzen. Uw zonde van verdeeldheid heeft een deel van de Kerk vernietigd en er een woestenij van gemaakt, en dat weet u. Hoe kan het Lichaam van Christus dan zichtbaar worden in ons als wij verdeeld blijven? Hoe kan de wereld geloven dat de Vader Christus heeft gezonden? Ik heb ervoor gekozen om niet te zijn als die graven; levenloze materie dat uiteenvalt en wordt vernietigd door hun ego en door hun geest van hoogmoed, vooroordelen en eigenbelang. Maar ik zal luisteren naar het Gebod van de Heer en ik zal in Hem verblijven, want met de hulp van de Heilige Geest heb ik de tekenen van de tijd verstaan die ons oproept tot Eenheid; delend rondom één Altaar… Ik wil de perfecte afbeelding van Eenheid zijn, die iedereen met vriendelijkheid ertoe brengt om 'Een Waar Leven in God' te leven, en te verblijven in de Heilige Drie-eenheid.' En, mijn vrienden, jullie zullen zien dat wanneer deze woorden worden uitgesproken de reactie van hen die de eenheid verhinderen en die de sleutels van het Koninkrijk van God bezitten - hoewel zij er zelf niet zullen binnengaan noch anderen binnenlaten - dezelfde zal zijn als die van de toenmalige heersers, ouderen en schriftgeleerden. Dat waren Annas, de hogepriester, Kajafas, Jonathan, Alexander en alle leden van de hogepriesterlijke familie die Petrus en Johannes hadden vervolgd en tegen elkaar zeiden: "Om te voorkomen dat het nog verder onder het volk bekend wordt, zouden we hen met dreigementen moeten verbieden om ooit nog in naam van Christus tegen iemand te spreken." (Handelingen 4, 17) Ons antwoord zou tegenwoordig hetzelfde moeten zijn als dat van Petrus en Johannes: 'Zeg nu zelf, is het tegenover God te rechtvaardigen om u meer te gehoorzamen dan Hem? Wij kunnen in elk geval niet zwijgen over wat we gehoord en gezien hebben." (Handelingen 4, 19) En in een andere situatie zeggen Petrus en zijn apostelen tot het Sanhedrin, de hogepriesters: "Gehoorzaamheid aan God gaat voor de gehoorzaamheid aan mensen.' (Handelingen 5, 29) Vraag hun ook: 'Wie van ons tweeën zondigt? Degene die zich met zijn broeders heeft verzoend en met hen één Beker en één Brood deelt en de Geboden van Christus volgt, of degene die zich niet verzoend heeft en de verdeeldheid levend houdt, die venijn uitstort over zijn broeder en zich daardoor aan de zijde van de Verdeler opstelt? Is Christus een God van verdeeldheid of van Eenheid? Ik geloof dat ik aan de goede kant sta, omdat ik voor verzoening heb gekozen, die door het Evangelie aan ons wordt verkondigd. Ik ben er niet van overtuigd dat ik zondig of ongehoorzaam ben of schade toebreng aan het Mystieke Lichaam van Christus, noch dat ik een schadelijke moraal verkondig aan de gelovigen; integendeel, ik ben verzoend met mijn broeders in nederigheid en in liefde, door de spirituele eenheid te leven waar de Heer ons al eeuwen om smeekt.' Dat is wat jullie hun zouden moeten vertellen. De Heer sprak in een van de boodschappen: 'Verhef je stem in Mijn Huis en vraag aan Mijn herders:'is er iemand bereid met kracht en liefde te weken om dit wankelende Huis te vernieuwen? is er iemand daarbinnen die bereid is dit Huis te verdedigen? is er iemand die nu begrijpt wat Ik zeg? is er iemand in het Huis van de Heer die geneigd is het Koninkrijk van God uit te breiden?' (20 oktober 1998) Laten wij de Heer vragen om ons Zijn Heilige Geest te sturen, die de Bron is van Christelijke Eenheid, om hen te verlichten die nog steeds bezwaren aanvoeren op de weg naar eenheid. Wij zouden de Heilige Geest ook moeten vragen om ons sterker te maken en ons de Geest van standvastigheid te schenken opdat wij in staat mogen zijn om met groot verlangen en gretigheid Gods Wil te doen, en opdat wij niet ontmoedigd of uitgeput raken wanneer wij getroffen worden door de laaghartige daden van degenen die niet luisteren naar de oproep van de Heilige Geest om één te zijn. Christus zegt in een boodschap: 'Ik zou slechts één woord hoeven uit te uiten in hun samenkomsten, en met dat ene woord Mijn Kerk kunnen verenigen; maar de heerlijkheid van de Hemel zal mij gegeven worden door Armoede, Ellendigheid en door hen die men verachtelijk noemt;' (13 oktober 1991) Dus, neem ik, samen met alle contemplatieve lezers van Het Ware Leven in God, de positie in van de Armoede en Ellendigheid die door de geleerden en de wijzen worden veracht. En ik vraag de verantwoordelijken in de Kerk, omwille van de Liefde van Christus, te stoppen met hun onderlinge ruzies en hun onoprechtheid en onverschilligheid jegens de eenheid. Dat ze de Heilige Geest mogen toestaan hen te begeleiden door te luisteren naar de verzuchtingen van de Geest, die ons vraagt en beveelt om ons te verenigen rond één Altaar, terwijl we de Beker en het Brood delen en samen eenstemmig verklaren dat er één Heer is, één geloof, één doopsel en één God die Vader is van ons allen, over allen, door allen en in allen.
|